PORTRET

Voor dichter Hans Sleutelaar is het onopgesmukte de norm van het bestaan

Kort en bondig dicht Hans Sleutelaar. Als voormalig lid van de Bende van Vier is hij onlangs geëerd op Poetry International. Zijn werk is net gebundeld.

Hans Sleutelaar. Beeld Verena Blok

Het gedicht schoot 'm te binnen. Hij zat er niet op te wachten. Hij moest leveren, Hans Sleutelaar, voor het tweede deel van De Nieuwe Stijl. Dat zat in zijn kop. Hij had nog niks. Het was kort dag.

Eén keer per maand kwamen ze bij elkaar, de redactie van De Nieuwe Stijl, in 1965. Het was zover. Hij kon niet met lege handen aankomen. Stel je voor. Wat zou de rest van 'de Bende van Vier' zeggen, zoals Sleutelaar samen met dichters en kunstenaars Hans Verhagen, Armando en C.B. Vaandrager werd genoemd?

Hij moest een bijdrage leveren aan 'werk van de internationale avant-garde', aan de strijd voor nieuwe poëzie. Zij vormden de literaire en artistieke voorhoede. Net als eerder met Gard Sivik, dat andere legendarische tijdschrift waar schrijverij en beeldende kunst bij elkaar kwamen en zij de redactie vormden. Zowel Sleutelaar als Gard Sivik werd bij Poetry International onlangs in het zonnetje gezet.

Toen was het er. Het was één regel. Je kon de woorden ook onder elkaar zetten. Of kriskras verspringend. HOOFDLETTERS, of toch cursief. Hij ging zitten. Hij begon te typen. Hij was zo klaar. Hij noemde het gedicht Gedicht.

Wollt ihr die totale Poesie?

Opschieten

Er werd niet veel gezegd toen ze bij elkaar kwam. Ze hielden van opschieten. Er was genoeg te doen. Ze hielden van zakelijk, van de korte klap. Ze waren mannen in strakke pakken. Alsof ze nog op het reclamebureau van Unilever in Rotterdam werkten. Sleutelaar stelde voor om De Nieuwe Stijl ermee te openen. Hij werd niet tegengesproken. Het gedicht paste bij waar ze voor stonden, het alledaagse in de poëzie. Rotterdams, recht voor zijn raap. Je haalde iets uit de werkelijkheid, isoleerde het en gaf daar een draai aan.

Dat het hem te binnen schoot, had niet direct met de Tweede Wereldoorlog te maken. Hij had in de winter van 1965 niet naar oude beelden van Joseph Goebbels gekeken, over hoe die op 18 februari 1943 de slogan Wollt ihr den totalen Krieg? uitsprak, in het Sportpalast in Berlijn. Hij kende het wel, als vanzelf. Wie kende het nou niet. Dat brutale en duistere hadden ze gemeen. Dat was artistieke strategie.

De regel hing in de lucht. Het was hem een raadsel dat die hem had uitverkoren. Geloof hem: dat is geen koketterie, het overkwam hem. Je moest wel een oelewapper zijn, wilde je zo'n zin niet handhaven. Er zat dreiging in, alsof het angstaanjagende poëzie was. Dat paste bij De Nieuwe Stijl. Zo van: wat bezielt die gasten?

Hans Sleutelaar zit aan tafel. Hij drinkt een espresso. Hij is bijna 80. Na vijftig jaar woont hij weer in Rotterdam, in een kleine kamer. Hij heeft Thailand, Normandië en Amsterdam achter zich gelaten. Zijn vrouw Kristien is dood. Hij praat over wat er overblijft. Ja, dat is de vraag: wat blijft er over van Hans Sleutelaar?

Vanaf links: Hans Sleutelaar, Armando, Hans Verhagen en Cornelis Bastiaan Vaandrager vormden in 1965 de redactie van het tijdschrift De Nieuwe Stijl. Beeld Spaarnestad Photo

Bundel

Dan heb je het over het eenregelige vers, de monostichon. Die zin is ook de titel van zijn verschenen verzameld werk, dat niet zijn verzameld werk is. De bundel bevat vijfenveertig gedichten, zes vertalingen, twintig noten, één essay en één verantwoording. Hij heeft negen gedichten geschrapt. Die vond hij geen zeggingskracht hebben.

Een gedicht voor zijn vrouw ontbreekt. Dat is er nog niet. Op haar begrafenis, vorig jaar, heeft hij een oud-Egyptisch gedicht voorgelezen. Dat hadden ze samen vertaald, uit het Duits: Een lied op de dood. Hij moet wachten tot het gedicht er is, voor haar. Je moet je beschikbaar stellen. Het oordeel rijpt, net als het gedicht. Hij heeft nu tijd zat. De pasmunt van de poezië kun je maar één keer uitgeven.

Over het gedicht voor zijn vader heeft hij dertig jaar gedaan. Pas toen hij alleen in een huis in Noorwegen zat, kwam het. Onverwacht, en als geheel. Dat gebeurt hem vaker, dat het gedicht er afgebakken uit komt. Het voelt alsof hij het niet zelf heeft geschreven.

Wat er overblijft, is verdomd weinig. Daar houdt hij zich aan vast. Toen hij jong was, las hij het boek Drift en bezinning van W.L.M.E. van Leeuwen, een neerlandicus. Daarin stonden pasfoto's en beschrijvingen van legio schrijvers en dichters. Het viel hem op dat 80 procent inmiddels was vergeten. Zo gaat het altijd. Die ijdele kant van de schrijverij is een illusie.

een van deze dichters wordt in 2000 nog gelezen
wie?

Weinigschrijver

Hij is een weinigschrijver. Dat dwangneurotische van maar doorschrijven is hem vreemd. De kans op een gelukt gedicht is klein. Zie het als een geslaagd gebouw dat goed in elkaar zit, omdat het anders niet blijft staan. Hoeveel geslaagde gebouwen zijn er nou helemaal?

Kort en bondig is een eis. Als je het niet kort en bondig kan, kan je het niet. Maximale zeggingskracht en een minimum aan woorden. Je mag aan de woorden niet merken dat ze in een gedicht staan. Het zijn voertuigen van de betekenis. De meeste dichters zijn woordkramers die iets nastreven dat poëzie in de weg staat. Te veel ikke ikke, en vooral te veel zucht naar originaliteit, om een ander af te troeven.

Hij ziet poëzie zo: of je staat voor lul, of je staat niet voor lul.

Parkinson

Hans Sleutelaar staat op. Hij moet zijn benen strekken. Dat komt door de ziekte van Parkinson. Hij heeft een niet- zichtbare vorm. Hij heeft geluk gehad. Het is meer geluk dan wijsheid. Zo is hij door het leven gerold. Weer zo'n vraag: hoe is Hans Sleutelaar erdoorheen gerold?

Hij was nooit te beroerd om te werken. Dat is de Rotterdammer in hem. Hij had een gezin, met twee kinderen. Hij was dan wel artistiek, maar daarmee krijg je geen brood op tafel. Hij werkte tien jaar bij de Haagse Post (nu: HP/De Tijd), samen met Armando.

Samen maakten ze in 1967 De SS'ers, een imposant monument van nieuwe journalistiek in Nederland. De monologen van acht Nederlandse SS'ers werden ongezouten en zonder commentaar, in de lijn van De Nieuwe Stijl, in het papier geramd.

Gezwijnd

Hij was aan het werk, al die jaren. Van opinieblad naar tijdschrift, naar uitgeverij. Hij ging failliet. Hij had geluk, omdat een reclamebureau een tekstschrijver zocht. Hij begon een tekstbureau: Hans Sleutelaar Persprodukties. Hij verdiende geld.

Hij is erdoorheen gerold. Hij heeft gezwijnd. Voor poëzie moest hij tijd maken, want het leven is tijdrovend. Dichters die de hele dag zitten te dichten - daar moet je toch niet aan denken. Hij heeft één keer een poging tot proza gedaan. C.B. Vaandrager las het en zei: doe maar niet. Toen heeft hij het weggegooid.

Wat ook overblijft, is zijn attitude. Zijn houding tegenover het leven, zijn leven, de vriendschappen. Inzien wat waarde heeft. Wat telt. Wat is je moraal. Hij heeft een hartstocht voor het anonieme leven. Het onopgesmukte is de norm van het bestaan.

Steeds keert het terug in Rotterdam: melancholisch geëmmer over hoe dynamisch het is geweest in de kunsten, in de jaren vijftig en zestig. Er werd gezopen, er was jazz, er waren drugs. Dan valt altijd zijn naam, net als die van Vaandrager, de boezemvriend uit zijn jeugd. Zo van: toen gebeurde het, in de sien.

Kunstvijandige stad

Rotterdam is een kunstvijandige stad, zonder reflectie. Dat is de waarheid, zegt Sleutelaar. Het was geen warm nest, dus gingen veel kunstenaars naar de gallemieze: aan drank en dope ten onder. Zoals Vaandrager. Zo veel is er niet veranderd. Er is niets om op terug te vallen, dus komen ze bij die ouwe hap uit.

Hij is niet naar de ratsmodee gegaan. Hij heeft redelijk oppassend geleefd. Hij vertrok uit Rotterdam. Dat scheelde. Hij had een baan. Hij had een gezin. Toen hij net in Amsterdam woonde, was hij zwaar op de hand. Armando leerde hem het leven van de luchtige kant te bekijken. Slap ouwehoeren op zijn tijd is goed voor je. Daar heeft hij veel aan gehad. Nog steeds. Er is ernst genoeg.

O stank van chloor, zweet en goedkope zeep!
Goddank dat ik mij levend weet.

Made in Rotterdam

Samen met Martin Bril stelde Hans Sleutelaar in 2008 Made in Rotterdam samen, de verzamelde poëzie van dichter, junk en geniale gek.
C.B. Vaandrager (1935-1992). Sleutelaar had Vaandrager in 1952 leren kennen tijdens een jazzconcert in Rotterdam. Sleutelaar speelde saxofoon en Vaandrager hing er wat rond. Ze werden boezemvrienden. Nadien zaten ze samen bij de tijdschriften Proefschrift, Gard Sivik en De Nieuwe Stijl.

Mooi leven

Toen Kristien doodging, was er geen sombere stemming van dood en eindigheid. Hij keek terug op een mooi leven samen, veertig jaar lang. Hij tilde haar op, zo op het eind. Ze maakte zich altijd druk over haar gewicht. Nu woog ze bijna niks. Ze had longkanker, zonder ooit gerookt te hebben of een turbulent leven te hebben geleid. Dat kan ook gebeuren. Wat niet te redden is, is niet te redden.

Het voordeel van een aangekondigde dood is dat je de tijd hebt om afscheid te nemen. Toen het zover was, had hij geen woorden meer over. Ook geen dichtregel. Dat was niet nodig. Alles was gezegd. Je geeft iemand terug aan het grote geheel.

Hans Sleutelaar, Wollt ihr die totale Poesie? Uitgeverij De Bezige Bij, 18,50 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden