Voor altijd gestold tot kind RENATE DORRESTEINS 'HART VAN STEEN' KRACHTIG EN VOL COMPASSIE

SOMS IS DE werkelijkheid te gek voor woorden. Kinderen verkracht en vermoord in kelders van knusse woninkjes. Het hele gezin - kort ervoor nog gezellig samen op vakantiekiekjes - uitgemoord door de ouders....

Maak je er echter fictie van, een roman, of film, dan doet zulke gruwel zich voor als entertainment van de ergste soort: product van een oververhitte fantasie, goedkoop effectbejag met grove middelen. Fictie stelt zijn eigen wetten, en een ervan is dat je het als schrijver niet te dol mag maken, wil je geloofwaardig blijven. Misdaden van psychopaten lijken altijd op slechte fictie: zelfs al zou je opnamen zien van de daad zelf, dan heb je de indruk naar een miserabele B-film te kijken.

Renate Dorrestein tart in haar nieuwste roman Een hart van steen deze oerwet van de fictie. Ze voert ze onverschrokken op, de spoken uit de actualiteit van de laatste jaren: een psychotische moeder die haar kind bewerkt met veiligheidsspelden en een appelboor, omdat zij denkt dat zij God is en de in haar kind verpakte Satan moet bestrijden; een kinderrijk, gelukkig gezin, dood in hun vriendelijke villa, de kinderen met plastic zakken over het hoofd, de dode ouders op de bank, in vredige rust na gedane zaken.

Het is een enorm waagstuk en het loopt goed af. In twee opzichten: Dorrestein slaagt er wonderlijk genoeg in om met dit grove geschut een overtuigende roman te schrijven, de geschiedenis van een overlevende van zo'n familiedrama, met wie het wonderlijk genoeg goed afloopt.

Niet dat het Dorrestein wél lukt de gruweldaden zelf geloofwaardig te beschrijven. Als de moeder, na een lange dialoog met God, heeft besloten haar baby Ida te verlossen - 'Uw wil geschiede' -, volgt een hoe dan ook grotesk tafereel. De knutselspulletjes voor het paasfeest liggen op tafel, maar eerst moet iets anders gebeuren. De moeder kiest een scherp vleesmes. 'Het mes blonk mat. Ze bewoog het lemmet even heen en weer tussen haar vingers. Toen hief ze het, terwijl ze met de andere hand Ida's truitje tot aan haar kin omhoog schoof.' Het bloedbad gaat niet door, nu even niet, want de moeder bedenkt iets beters. Maar het B-filmeffect is er, onvermijdelijk.

Ook niet geloofwaardig is het gegeven dat niemand in het eerst zo harmonieuze gezin dat Dorrestein opvoert, niemand behalve de dan 12-jarige hoofdpersoon, in de gaten heeft dat de moeder gek is geworden en haar baby mishandelt. De weldenkende, liefhebbende echtgenoot die zijn met blauwe plekken overdekte dochtertje ziet, denkt - onder verwijzing naar het drama in Hoofddorp - in paniek aan leukemie. Het kind wordt onderzocht, maar vader noch de artsen komen op het idee van mishandeling.

Dat is nauwelijks voorstelbaar, evenmin als de gedachte dat in de jaren zeventig, de tijd waarin het verhaal speelt, de kraamvrouwenpsychose waaraan de moeder lijdt, een onbekend verschijnsel was. Psychiater Frederik van Eeden kende het verschijnsel een eeuw geleden wel: hij laat zijn personage Hedwig in Van de koele meren des doods na een bevalling psychotisch rondzeulen met een babylijkje.

Niettemin is Een hart van steen een krachtige en overtuigende roman. Dat komt doordat de roman uiterst zorgvuldig is opgebouwd, met een ijzeren logica en een grote verbeeldingskracht. Dorrestein brengt stap voor stap het ontwrichte leven van Ellen, de overlevende dochter, in beeld. De schrijnende tegenstelling tussen het warme gezinsleven van de ouders en hun vijf kinderen, in een zonnige villa in de buurt van Haarlem en het gepantserde bestaan van de tot op het bot verkilde Ellen is met pijnlijke precisie getekend.

Eerder schreef Dorrestein over families met een geheim, met de loden last van een familiedrama. Dat was, in verschillende vormen het thema in Het perpetuum mobile van de liefde, Ontaarde moeders en Verborgen gebreken. Maar in deze roman werkt zij de psychologie van de 'schuldige achterblijver' het beste uit. Hier geen schmierende komische uithalen, hier geen van-dik-hout-theorieën over de samenleving. De Dorrestein die deze roman schreef is serieus en vol compassie. Wat niet wil zeggen humorloos; zij grijpt wel haar kans om de gemakzuchtige welzijnswerker uit de jaren zeventig - 'een nieuwe vader Ellen, dat kan nu even niet' - genadeloos neer te zetten.

Ellen groeit op in een weeshuis. Zij maakt haar school af en wordt arts. Niet om mensen te genezen, want Ellen 'hoort bij de doden' en snijdt daarom op een laboratorium lijken in stukken. Zij is 37, alleen en zwanger als zij van haar erfenis de villa met de prachtige tuin koopt. Het is de plaats die haar leven bepaalde. Daar groeide ze op, een onwaarschijnlijk gelukkige jeugd tussen twee broers en twee zussen en een verliefd stel ouders dat samen een persarchief runde.

Het is de plaats van het drama. Daar wonen haar zo lang verdrongen herinneringen: aan de kinderpret op de slaapzolder, aan haar mooie zus voor de spiegel, omringd door smoezelige wattenbolletjes, haar broer wiens handen alles konden maken, haar babbelende kleuterbroertje - de kinderen die voor altijd stolden tot kind. En aan de ouders die hun kinderen nooit volwassen zagen worden: de altijd opgewekte moeder, de ernstige, zwijgzame vader die met Ellen, net als hij de derde in een gezin, een speciale band had: 'het derde kind is het cement'.

Op die besmette plek geneest Ellen van haar verblijf van 25 jaar in een schimmenrijk. Dat doet zij met behulp van haar verstand en haar intuïtie. Haar zwangerschap zal het zusje Ida, de baby met wie de ellende begon, de kans geven opnieuw geboren te worden, en is aanleiding om de gevreesde fotoalbums op te slaan.

Rationele speurzin leidt naar de feitelijke toedracht van het drama. Dorrestein doseert de nieuwe feiten zorgvuldig, niet meer tegelijk dan Ellen, of de lezer, aankan. Pas als Ellen weet dat haar moeder niet toerekeningsvatbaar was, en haar vader niet medeplichtig, weet Ellen dat ze er mag zijn, dat ze niet opgroeide om vermoord te worden. Nu ontdekt ze waarom zij, die tijdens de moordpartij een wandelingetje met de hond maakte, de dans ontsprong. Een schoteltje met pillen, 'vitaminetabletjes', bleef onaangeroerd. Ellen ziet het voor zich, de druk redderende moeder, 'vlug, buiten zichzelf van opwinding, de zakken, het elastiek, hoe breng je een heel gezin gelijktijdig om het leven'. Het antwoord is even simpel als onthutsend: en in alle opwinding werd zij, het onopvallende derde kind, het cement, over het hoofd gezien. 'Mijn moeder was mij vergeten.'

Ellens half onwillige zoeken naar de waarheid, die uiteindelijk toch geruststelt, is aangrijpend. Nu alle feiten er liggen kan zij de doden met rust laten en haar eigen leven beginnen. Haar versteende hart ontdooit. Het veel te grote huis, nuttige katalysator, kan worden verkocht. Er is een nieuwe liefde, er is een nieuw kind op komst. Dat klinkt heel gewoontjes, maar dat is het hier niet. Banaal geluk, maakt Dorrestein duidelijk, is het begerenswaardigste goed op aarde.

Aleid Truijens

Renate Dorrestein: Een hart van steen.

Contact; 238 bladzijden; ¿ 34,90.

ISBN 90 254 2410 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden