Von Münchhausens Hollandse neef

Zonder een blad voor mond te nemen - wat heeft hij op zijn oude dag ook te verliezen - steekt De Snaayer van wal. Zonder zich ook om reputaties te bekommeren. Hij ziet de meest recente koning, Louis Bonaparte (zich noemende Napoleon III), helemaal niet zitten. Dat hij allerhande saillante onthullingen over de Franse vorsten neerpent, blijft echter niet onopgemerkt. Er wordt over De Snaayers oude schouders meegeloerd, en wel door een politiespion die de dubieuze voornaam Fauste draagt.

Heeft de baas tóch nog iets te verliezen: zijn leven. Fauste, die op die memoires aast, stelt De Snaayer voor zijn intrek te nemen in de Salpêtrière, het gekkenhuis waar hij niet hoeft te vrezen voor de gramschap van wie zich ook maar belasterd zal voelen door het stoere jongensboek van de gewezen admiraal.

Buiten de poorten van het Maison de Santé begint het volk zich te roeren. Het einde van een tijdperk lijkt in zicht. Nog even en de burgers gooien het roer om. Akkoord, De Snaayer kiest eieren voor zijn geld, en hij ledigt de karaf die zijn lijfarts hem heeft voorgezet. Daar zou een slaapdrankje in zitten, na het nuttigen waarvan De Snaayer zonder er iets van te merken zou worden overgebracht naar de Salpêtrière.

Zou de admiraal, die ruim tachtig jaar moet tellen, alsnog op de gifbeker zijn getrakteerd? Het heeft er alle schijn van, en het zou bovendien heel goed passen als finale van het flamboyant-romantische De patriot van Dirkje Kuik. De schrijfster die ook dit keer haar proza heeft verlucht met die onmiddellijk herkenbare, gekraste figuurtjes - met een ietwat mottige, aangevreten steek op de kanis, die op zijn beurt even vrolijk-diabolisch oogt als een kop van Jeroen Bosch - , is buitengewoon gefascineerd door de napoleontische tijd. In haar vorige roman, Broholm (1997), terecht bekroond met de Multatuliprijs, liet zij een schildersleerling van David onder Napoleon naar Rusland trekken.

Dit keer is de verteller een Hollander, al is het er een tegen wil en dank. Menigvoud zijn de krasse uithalen van de 'overjarige soephaan' (zoals hij zichzelf introduceert) naar het volkje van handeldrijvende slapjanussen en gajes waarvan hij, zodra hij kon, ver afstand heeft willen houden.

Als je het van die kant bekijkt, is De patriot niet zomaar een licht-scandaleuze historische fantasie van een auteur die zich ogenschijnlijk niet geroepen voelt om met een geëngageerde roman voor de dag te komen. Kuik hééft haar particuliere voorkeuren, en laat tussen neus en lippen doorschemeren uitstekend op de hoogte te zijn van de krijgstactieken en outillage van een admiraal in Franse dienst van twee eeuwen terug - maar door het voortdurende gehamer op de ónburgerlijkheid van haar personages, die zich dan ook bewegen tegen evident on-Hollandse decors, geeft Kuik ons een aanstekelijke draai om de oren. Zo had het dus óók gekund, roept zij met elk boek uit, als we wat meer pit in onze flikker hadden gehad.

Meteen is het raak, als de innemende snoever De Snaayer verhaalt van een maanreis die hij ooit ondernam, door zich uit een reuzenkanon te laten afschieten. Daar, op de maan, treft hij louter cyclopen zonder geslachtsdelen. Dat is nieuws, want de aan De Snaayer verwante opsnijder Baron von Münchhausen (wiens avonturen in 1788 werden opgetekend door Gottfried August Bürger) trof nog inboorlingen aan zonder oogleden, alsook wezens met groene en gele ogen, die ze naar believen konden in- en uitnemen, maar dan ging het nog wel om een tweetal.

Een ander verschil is de aanwezigheid van een ontuchtige pausdochter die De Snaayer in haar netten vangt, waarna een troep jaloerse piraten de admiraal wil straffen. Aangedreven door een koolwind uit zijn eigen achterste schiet De Snaayer zich van de maan terug naar het tranendal.

Zodat we ongeveer het waarheidsgehalte kunnen inschatten van de hierop volgende, smakelijke autobiografie. Opvallend daarbij is dat de liefde nauwelijks nog een rol speelt in het boek. Vrouwen zijn typische wezens waar een rechtgeaard admiraal niet veel mee kan aanvangen. Als De Snaayer op zijn oude dag de salon van een zekere dame bezoekt, blijkt dat het bordeel van een madame te zijn. Naaktlopen was daar niet ongebruikelijk, wist hij, maar de manier waarop hij dat vervolgens doet loopt dermate in het oog dat hij zonder pardon naar dat Maison de Santé wordt gedirigeerd.

Mooie kerel, met mooie verhalen. Hoe Napoleon zijn onervaren rekruten liet leren roeien in de Seine voordat ze tegen de Engelsen en Russen gingen vechten, wordt zo levensecht beschreven dat je De Snaayer onvoorwaardelijk gelooft. Even plausibel klinkt zijn oordeel over Napoleon: een gedreven dolleman, evenwel zonder oog voor vernieuwing. Had hij maar vaart gezet achter de plannen voor een onderwaterschip en nieuwe kanonneerboten, dan had De Snaayer hem veilig en wel naar Amerika kunnen loodsen, toen alles tegenzat en de keizer een verbanning wachtte.

Fraai zijn ook de verwijzingen naar schrijvers en denkers, zoals die altijd opduiken in zovele gefingeerde 'memoires' van schrijvers die geen schrijvers zijn maar mensen die iets te vertéllen hebben omdat ze zoveel wonderlijks hebben beleefd; als om ons ervan te overtuigen dat ze desondanks heus niet van de straat zijn. De Snaayer laat merken genoegen te hebben beleefd aan de boeken van Van Alphen, Staring en Oltmans. Maar het indrukwekkendst is zijn ontmoeting in Koningsbergen met een pessimistische leerling van Kant, een gedurfde redenaar die De Snaayer inprent dat de mens 'slechts een speldenknop is in het heelal dat hem omspant, waarvan hij het slachtoffer is'. Heb ik het goed, dan moet onze admiraal oog in oog hebben gestaan met de van atheïsme verdachte filosofische vechtjas Johann Gottlieb Fichte. Voorwaar, een avontuur om jaloers op te zijn! En als het uit de duim gezogen is, dan is het tenminste kundig gezogen, en dat kun je van de werkjes van zovele leunstoelromantici uit De Snaayers era niet beweren.

Wisselkinderen, naaktloperij, beschietingen alom: er gebeurt wonder wat in De patriot, en Kuiks zelfverklaarde held doorspekt zijn relaas met een serie invectieven waardoor je de avonturen zelfs als welgerichte kogels om de oren fluiten. Door de tekeningen wordt de amusementswaarde nog verhoogd. Maar gezéllig wordt het nooit, goddomme nee! Knusheid is namelijk uit den boze voor wie echte Romantiek verlangt. 't Is waar: die boodschap kun je de Hollanders in 2003 nog steeds voorhouden. En indien je beschikt over het vertel- en tekentalent van Dirkje Kuik, is de kans zelfs aanzienlijk dat zij nog aankomt ook.

Dirkje Kuik: De patriot.
De Arbeiderspers; 266 pagina's; ¿ 18,95.
ISBN 90 295 2548 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.