Volslanke nimfen in haperend verhaal

Niemand heeft ooit uitgerekend hoeveel vierkante meter beschilderd linnen en paneel het atelier van Pieter Paul Rubens (1577-1640) heeft verlaten....

Dat zoveel kunstenaars hun leertijd afsloten met een 'masterclass' bij Rubens, voordat ze voor zichzelf begonnen, maakte dat zijn invloed zich ver uitstrekte. Verder nog dan alleen de verspreiding van zijn werk, die op zichzelf al indrukwekkend genoemd moet worden, kon teweegbrengen. Nog decennia na Rubens' dood werd de Zuid-Nederlandse kunstmarkt gedomineerd door schilders die hun opleiding voltooiden bij Rubens, en in zijn stijl en volgens zijn methoden werkten.

De tentoonstelling Meesters van het Zuiden. Barokschilders rondom Rubens in het Noordbrabants Museum heet dan ook niet voor niets zo. De grote drie van de Vlaamse Barok, Rubens, Antoon van Dyck en Jacob Jordaens, zijn ieder met één of een paar schilderijen vertegenwoordigd. Zowel Van Dyck als Jordaens waren, voordat ze zelfstandig gingen werken, atelierassistenten van Rubens.

Uit de vele tientallen namen die verder nog in verband worden gebracht met de werkplaats van Rubens, worden er drie speciaal naar voren gehaald. Wegens hun Noord-Brabantse afkomst spelen Theodoor van Thulden, Thomas Willeboirts Bosschaert en Abraham van Diepenbeeck de hoofdrol in de tentoonstelling. Schilderijen, olieverfschetsen, tekeningen en prenten illustreren hun schatplichtigheid aan Rubens.

Ligt het aan de onderwerpen van hun werk dat het toch allemaal wat minder boeit? Wervelende barokke composities; hoogdravende mythologische scènes en episodes uit de Bijbel maken het merendeel van de tentoonstelling uit. Jacob Jordaens laat vol slanke nimfen de geile bosgod Pan mishandelen, en in een schets van Abraham van Diepenbeeck ontvangt Thomas van Aquino een kuisheidsgordel van de Heilige Maagd.

Maar in de twee schilderijen waar Van Thulden de Deugd, overigens uitgerust met de attributen van de schilderkunst, tegenover de Ondeugd stelt, verbleekt de saaie fatsoenlijkheid van de oudere dame naast de opgewekt musicerende, wulps geklede blondine die haar tegenpool verpersoonlijkt. Alle goede bedoelingen ten spijt, Van Thulden maakte de zonde er alleen maar aanlokkelijker op.

Maar het euvel is niet zozeer te zoeken bij de zelfgenoegzaam poserende heiligen, als wel in de bedoelingen van de makers van de tentoonstelling.

Wilden zij gewoon de mooiste werken van Rubens en zijn school laten zien? Natuurlijk, een schilderij als de Bewening van Christus van Van Dyck, in een ongebruikelijk liggend formaat, is prachtig. Het was vorig jaar ook te zien op de grote Van Dyck-tentoonstelling in Antwerpen en Londen. En ook Rubens' Verkondiging aan Maria is een genoegen om naar te kijken.

Helaas, lang niet alles is zo los en lyrisch geschilderd als Rubens en Van Dyck dat konden. Bij de stukken van Cornelis Schut, Pieter van Lint en Pieter Thijs, om er maar drie te noemen, wordt het plezier van het kijken ras minder. Verdienstelijk. Het is een minnetjes predikaat, maar hier van toepassing.

Een goed verhaal had dat gebrek makkelijk kunnen opvangen. Het zou voor de hand gelegen hebben, gezien de titel van de tentoonstelling, om te laten zien hoe de afhankelijkheid van Rubens en zijn werkplaatsorganisatie vorm kreeg in het werk van de andere schilders. Maar van die mogelijkheid is weinig gebruik gemaakt. Dat de mindere goden hun stijl op die van Rubens entten, is evident. Dat zijn voormalige leerlingen nog veel meer - beeldmotieven en werkmethoden - aan de meester ontleenden: die relatie blijft in de tentoonstelling onderbelicht.

Ook de keuze om de bijdrage van de drie Noord-Brabanders in de tentoonstelling te benadrukken, de 'speerpunten van het beleid' volgens de inleiding in de catalogus, krijgt iets willekeurigs zodra je weet dat alleen Van Thulden een belangrijk deel van zijn loopbaan in Den Bosch werkte. Van Diepenbeeck en Willeboirts Bosschaert verbleven voornamelijk in Antwerpen. Een Noord-Brabantse dependance van de Rubens-school levert dat niet echt op.

Kortom, het verhaal hapert. Wat overblijft is de indruk van een tamelijk toevallige verzameling grotendeels 'verdienstelijke' kunstwerken die de Zuid-Nederlandse Barok illustreren.

En de bijstelling van het beeld van de zeventiende-eeuwse schilderkunst uit de Nederlanden die de samenstellers van de tentoonstelling daarmee voor ogen stond, zal de gemiddelde bezoeker misschien minder interessant vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden