Boekbeschouwing Michel Houellebecq

Volgens Houellebecq hebben uiteindelijk alleen de losers kans van slagen

Geen romancier, geen moralist, geen dichter heeft me zo beïnvloed als Schopenhauer, schrijft Michel Houellebecq. Waarom zijn schrijvers zo gek op deze 19de-eeuwse brompotfilosoof?

Arthur Schopenhauer Beeld Getty

Waarom zou de negentiende-eeuwse filosoof Arthur Schopenhauer toch zo’n aantrekkingskracht hebben op kunstenaars? Marcel Proust, Samuel Beckett, Albert Camus, André Gide, Thomas Mann, Richard Wagner, Oscar Wilde, Gerard Reve en Willem Frederik Hermans, allemaal zeggen ze beïnvloed te zijn door Schopenhauer. Met zijn non-fictiewerk In aanwezigheid van Schopenhauer bekent nu ook de grootste, of in elk geval bekendste, Franse schrijver van dit moment, Michel Houellebecq, zijn schatplichtigheid aan de Duitse filosoof.

Dat Houellebecq zich verwant voelt met Schopenhauer bleek eigenlijk al uit zijn romans, die je kunt zien als een 21ste-eeuwse illustratie van Schopenhauers stelling dat we in de slechtst mogelijke wereld leven. Was de wereld nog een miniem stapje slechter geweest, aldus Schopenhauer, dan had die überhaupt niet kunnen bestaan. Beide auteurs beschrijven een naargeestig universum waarin het krioelt van lijdende wezens – mensen, dieren, planten, stenen, metalen, eigenlijk alles – die met elkaar in een strijd zijn verwikkeld om lucht, water, ruimte, voedsel, seksuele bevrediging, macht, aandacht, ook eigenlijk alles.

Michel Houellebecq: In aanwezigheid van Schopenhauer
Vertaald uit het Frans door Martin de Haan. 
Arbeiderspers; 96 pagina’s; € 15.

Geen wonder dus dat Houellebecq totaal ondersteboven was van zijn eerste ontmoeting met het werk van Schopenhauer. Het was alsof hij in een spiegel keek. ‘En toen kantelde alles, in een paar minuten tijd’, schrijft Houellebecq. In de weken daarna las hij wat hij maar kon vinden van de filosoof. Een eeuw eerder had Friedrich Nietzsche eenzelfde soort ervaring toen hij bij toeval op Die Welt als Wille und Vorstellung stuitte, het hoofdwerk van Schopenhauer. Hij las het dikke boek in een ruk uit en schreef later over die leeservaring: ‘Ik zag een spiegel waarin ik de wereld, het leven en mijn eigen geest bespeurde in een vreselijke grootsheid.’

Beroerd van Schopenhauer

Waarom lezen zoveel mensen geheel vrijwillig het deprimerende werk van deze aartspessimist? Misschien had Gerard Reve gelijk toen hij schreef: ‘Je wordt er beroerd van, van Schopenhauer, en toch kikker je er helemaal van op.’ Zou je dat niet net zo goed over de romans van Houellebecq kunnen zeggen?

In In aanwezigheid van Schopenhauer richt Houellebecq zich trouwens niet zo zeer op het extreem pessimistische wereldbeeld van de filosoof, maar meer op de intellectuele houding die Schopenhauer beschrijft en die het beginpunt van ieder kunstwerk zou moeten zijn: een belangeloos aanschouwen van de wereld.

Volgens Schopenhauer kan elke vorm van scheppen pas beginnen ‘als we de alledaagse manier om de dingen te beschouwen laten varen en niet meer het ‘waar’, het ‘wanneer’, het ‘waarom’ en het ‘waartoe’ van de dingen beschouwen, maar enkel en alleen het ‘wat’; wanneer we ons, om een veelzeggende uitdrukking te gebruiken, helemaal in dat voorwerp verliezen.’

Houellebecq is het roerend met Schopenhauer eens. Hij gooit er nog een schepje bovenop. Hij herkent in de belangeloze blik van de kunstenaar zijn ‘aangeboren neiging tot passieve, je zou haast zeggen afgestompte aanschouwing van de wereld’ en komt zo op een van zijn favoriete stellingen: kunstenaars zijn ten diepste losers die buiten de maatschappij staan, en dat moeten ze vooral ook blijven om een goede kunstenaar te zijn.

Wie To Stay Alive – A Method heeft gezien, weet direct wat Houellebecq bedoelt. In deze film uit 2016 blikt rockster Iggy Pop aan de hand van een tekst van Houellebecq terug op zijn eigen moeizame start als kunstenaar en worden vier van dergelijke losers – Houellebecq speelt een van hen – geportretteerd. Het zijn geen romantische, prettig gestoorde bohemienkunstenaars, maar echte, onaangename, depressieve eenlingen. Veelzeggend is het eindshot: Pop, Houellebecq en de drie anderen lopen over straat. Ze nemen de gehele breedte van de straat in beslag. Pop in het midden, ietsje vooruit op de rest. Voor het eerst valt het de kijker op dat hij mank loopt.

De boodschap is duidelijk: de losers eisen eindelijk hun plaats in de wereld op want, als we Houellebecq mogen geloven, hebben zeker in de kunsten uiteindelijk alleen losers kans van slagen. Hij schrijft: ‘Zo zal een ambitieus, actief en sociabel individu dat de ambitie heeft om carrière te maken in de kunst, daar over het algemeen nooit in slagen: de erepalm valt toe aan haast amorfe minkukels die van meet af aan tot de status van loser voorbestemd leken.’ Houellebecq moet ongetwijfeld aan zichzelf denken – voordat hij sterauteur werd, was hij een onopvallende computernerd – en natuurlijk aan Arthur Schopenhauer, die vrijwel zijn gehele leven als onbekende minkukel door het leven ging en pas tegen het einde ervan iets kon proeven van de grote bekendheid die hem ooit ten deel zou vallen.

Hoewel Houellebecq met In aanwezigheid van Schopenhauer getuigt van een tamelijk clichématige opvatting van de kunstenaar als outsider, geeft hij hiermee wel een mogelijk antwoord op de vraag waarom juist kunstenaars zo dol zijn op de boeken van Schopenhauer. De filosoof beschrijft als geen ander hun strijd en schenkt hun vooral diepe troost.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.