Goed & slechtkerstverhaal

Volgens Arjan Peters moet een kerstverhaal goed eng zijn

Predikant Röselaers weet niet wat een kerstverhaal is, aldus Arjan Peters, die hem Dickens voorhoudt.

Beeld Getty Images

Een predikant die de kerstgedachte niet begrijpt, dat schiet niet op. Joost Röselaers heet de man. In de inleiding bij Kom vanavond met verhalen (Balans; € 15,-), met eigentijdse kerstvertellingen, laat hij weten bevriend te zijn met Mabel Wisse Smit. Toe maar. Kerst, dat is hoop, licht, een nieuw begin, de geboorte van Jezus, schrijft hij, en die verhalen gaan daarover.

Dus ja, dan is het niet gek dat Maria Goos zich herinnert dat ze op haar 19de in een zaakje met tweedehands kleding werkte en verkering had met Jan de barman (haha), toen een klant haar attent maakte op de toneelschool in Maastricht. En vier jaar later heeft ze tegen kersttijd het gekke vrouwtje Gabriella op haar verzoek bij de nonnen afgeleverd.

Moeder Maria, dat is toch geen kerstverhaal! Predikant Joost, waarom zegt u er niets van! Luistert allen: een kerstverhaal mondt weliswaar uit in pais ende vree, maar die gloria mag pas aanbreken nadat het verhaal eerst goed eng is geweest. Donker, nat, koud, en gemeen! En voor die eindejaars-donkerte neem je de tijd. De lezer hoopt er op.

Eén van de kerstvertellingen van Charles Dickens is De krekel bij de haard uit 1845, onlangs vertaald door Mark van Dijk (Nimisa; € 24,95). Het begint met de lieve Dot en haar goede oude man de vrachtrijder Peerybingle, en hun lieve baby, plus de tjirp van de krekel en de hum van de ketel op het vuur. Wat een irritante gezelligheid allemaal. Kan dat niet wat minder?

Natuurlijk, bij Dickens kan dat: ineens komt er een vreemdeling binnen, oud en doof, die met zijn wandelstok op de grond slaat, en de stok verandert in een stoel, ‘waar hij heel rustig op plaats nam’…

En dan komt de lugubere speelgoedhandelaar Tackleton, die speelgoed haat en die rotkinderen graag laat schrikken. Als hij buurman Caleb met diens lieve blinde dochtertje Bertha tegenkomt, is het kind blij, want vader heeft haar blijheid geleerd. ‘Oh, ben jij er ook?’, grauwt Tackleton tegen Bertha. ‘Arme idioot!’ Hij denkt dat Bertha ze niet op een rijtje heeft, omdat ze hem aardig vindt. Bertha is rijp voor het gesticht. ‘Het kan niet lang duren voordat ze hier met een dwangbuis en een mondprop voor de deur staan.’

Dat willen we horen. Laat het zalige einde zo lang mogelijk wegblijven. Dickens wist het.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden