Voetvolk in humanitaire oorlog

Nederlandse militairen komen deze weken (7 juli de laatsten) terug uit Kosovo, waar ze een halfjaar lang zijn ingezet als ordebewaarders, hulpverleners of iets daar- tussenin....

Het soldatenbestaan kan hard zijn, maar soms in al zijn hardheid ook ontroerend, poëtisch bijna. Zoals in het door een Russische journaliste opgetekende verhaal over de moeder van een soldaat die sneuvelde in Afghanistan. Elke dag ging ze naar zijn graf en zat daar soms tot diep in de nacht. Te wachten, zoals ze zei, op de lente. Te wachten op de eerste bloem die opkwam en die ze begroette met de vraag: 'Kom je van daaronder, kom je van hem?'

Het verhaal is van een schoonheid die schrijnt. De Russische journaliste, Svetlana Aleksijevitsj, sprak ook met een vrouw die haar man verloor. Haar moeder had nog tegen haar gezegd: trouw nooit met een soldaat, je blijft alleen achter. Ze had niet geluisterd en nu was ze hem kwijt. Verbitterd herinnerde ze zich hoe hij haar tijdens zijn laatste verlof had toevertrouwd dat ze zich niet kon voorstellen hoezeer hij de gedachte verafschuwde om te moeten sterven voor andermans land.

De moeder en de vrouw zijn van alle tijden en van alle plaatsen. Evenals hun verdriet en woede. Afghanistan is niet Bosnië of Kosovo. Maar overal vraagt oorlog offers. Overal verrichten soldaten het vuile werk en is er de angst van de achterblijvers dat hun geliefden terugkeren in lijkenzakken van cellofaan of kisten van zink.

De westerse wereld wentelde zich de afgelopen vijftig jaar in vrede en voorspoed. Oorlogen speelden zich ver buiten hun grenzen af, in Azië en Afrika, of in Latijns Amerika en het Midden-Oosten, dat deel van de wereld waar 85 procent van de mensheid woont. De westerlingen merkten daar thuis niet veel van, het Amerikaanse debacle in Vietnam daargelaten.

Tegenwoordig zijn het vooral de berooiden die oorlog voeren, of het nu in Congo is of in Sierra Leone of Colombia. Toch is de laatste jaren de oorlog voor het Westen tastbaar nabij gekomen. Opmerkelijk genoeg juist nadat men na het einde van de Koude Oorlog had gedacht dat de eeuwige vrede binnen bereik was. De Iraak se invasie in Koeweit en de ineenstorting van het communistische blok, vooral het uiteenvallen van Joegoslavië en de Sovjet-Unie, verstoorden die illusie. Nooit hebben de Amerikanen zo veel militaire operaties uitgevoerd als de afgelopen tien jaar. De navo beleefde haar vuurdoop pas na het wegvallen van de Sovjet-vijand. De drastisch verlaagde defensiebudgetten moeten weer omhoog, het vredesdividend is verbruikt en achterhaald.

Oorlog als voortzetting van de politiek met andere middelen is voor de westerse landen ineens reëel geworden, en de regeringen van kleinere navo-staten, zeker die van een wao-democratie als Nederland, worstelen plotsklaps met vragen van leven en dood.

Geen land, geen mens begeeft zich lichtvaardig in een oorlogssituatie. Men doet dat bij voorkeur alleen als men zich bedreigd voelt in zijn eigenbelang: zijn huis en haard, of zijn welvaart. Dat in 1991 zovelen de Golfoorlog als een plicht beschouwden, had te maken met het gevoel dat Saddam Hoessein de voor de westerse economie vitale olievoorziening bedreigde.

Maar in Bosnië en Kosovo greep men niet in ten behoeve van zichzelf, maar ten behoeve van een ander. Ter beëindiging van andermans oorlogen, ter bescherming van de menselijke waarden, ter voorkoming van genocide en ter bestrijding van etnische zuiveringen. In naam van de menselijkheid. Kofi An nan heeft het namens de vn gezegd, tamelijk apodictisch: de 'nieuwe wereld' duldt geen systematische schending van de mensenrechten, nergens.

Het is het Elfde Gebod: gij zult ingrijpen als ergens volkerenmoord wordt bedreven.

De werkelijkheid is niet zo simpel. Hoe nobeler het doel, hoe minder mensen bereid zijn daarvoor in actie te komen en offers te brengen. Het is de paradox van het interventionisme. Hoe minder men het gevoel heeft dat het eigen leven, of manier van leven, wordt bedreigd, hoe minder men geneigd is dat eigen leven op het spel te zetten in gevaarlijke, vreemde en verre oorden.

Door die terughoudendheid bij westerse regeringen en legers zijn alle 'humanitaire oorlogen' in de jaren negentig verre van vlekkeloos verlopen. Als werd ingegrepen, was het te laat of te halfhartig. Ook gebeurde het niet overal, en niet door iedereen. In Bosnië moesten er eerst meer dan 250 duizend doden vallen, voor effectief werd geïntervenieerd. In Kosovo duurde de oorlog langer dan verwacht omdat men uit angst voor slachtoffers in eigen gelederen alleen met vliegtuigen in actie kwam. In Tsjetsjenië durfde men de confrontatie met Moskou niet aan.

Er is dus niet alleen een limiet aan de offer- en sneuvelbereidheid, maar ook stuit de moraal vaak op de beperkingen van de macht. Dat leidt tot een kloof tussen idealen en praktijk, dus tot hypocrisie. Er worden alleen staten aangepakt die niet sterk genoeg zijn om veel verliezen te veroorzaken. Bevlogen politici, hulpverleners en journalisten vormen geen brigades meer, zoals destijds in Spanje, maar 'eisen' van een ander, de regeringen, de navo, dat zij optreden.

Soldaten worden naar de oorlogsgebieden gestuurd om de klus te klaren. Veertig jaar lang hadden zij zich voorbereid om hun land en dat van de bondgenoten te verdedigen tegen de communistische vijand. Ze leerden denken in termen van een grootschalig conflict, uitgevochten met hypermodern en machtig wapentuig, met tanks, raketten en desnoods kernwapens.

Nu zien zij zich gesteld voor een heel andere taak. In naam van de humaniteit moeten zij met geweld vrede afdwingen of helpen de vrede te bewaken. Er moet opgetreden worden in onoverzichtelijke burgeroorlogen tegen strijders met kalasjnikovs en mortieren, tegen relschoppers met messen, stenen en stokken. Ze bemiddelen bij burenruzies en fungeren als politieagent, ordebewaarder of hulpverlener. Ze worden opgezadeld met moeilijke mandaten in soms uitzichtloze conflicten.

En als er een bom verkeerd valt worden ze met hoon overladen, niet zelden door de politici die hen hebben uitgezonden. En altijd is er de kans dat ze tegen de kogel van een sluipschutter 'aanlopen' en in een lijkenzak worden thuisbezorgd.

De 'vredesmilitairen' vormen het niet altijd benijdenswaardige voetvolk van het experiment dat de 'humanitaire oorlog' is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden