Voetlicht

Vero, Cookie, Veertje, Smoeltje

Van niets iets maken. Dat leert Vero - eigenlijk Veronica, maar dat is een 'vreselijk oppervlakkige' radiozender - op de toneelschool. Amsterdam, de jaren zeventig. Aktie Tomaat heeft het theater veranderd. Naturalistisch spel is fake, een 'plaatje'. Vero, die naar eigen zeggen geen model is, maar wel als model werkt, wil dolgraag van haar gave schoonheid af. Daar helpt de toneelschool bij, maar ze zoekt vooral verruwing bij haar vriendje Brak, dat zich nooit wast en met andere meisjes rommelt, maar ten minste wel echt vrij is.

Vero en Van der Pol zijn op hun best wanneer er toneel wordt gespeeld. Dat zijn meeslepende passages. Jongeren die keihard aan het werk zijn om kunst te maken. Kunst zonder hoofdletter, want het moet 'arbeideristisch' zijn. Luxe en intellectualisme kennen ze al van thuis. Deze 'elitekinderen' willen 'smeerolie' aan hun handen. En alles moet met ironie - een cadeautje van de postmoderne filosofie.

Pas in het land van haar nieuwe geliefde Alon, een jonge Israëliër op legerschoenen, leert Vero dat er wel degelijk idealen zijn om voor te vechten. Hier wil ze niet langer een buitenstaander zijn die alles met een afstandelijk lachje bekijkt. Een verlangen dat Van der Pol invoelbaar maakt, juist omdat Vero er in eigen land krampachtig naar streeft om er niet bij te horen.

Afhankelijk van wie haar aanspreekt, is Vero Cookie, Veertje of Smoeltje. De schrijfster geeft elk personage een eigen, vaak vermakelijke theatrale stem. Op haar 27ste vertrekt Cookie aandoenlijk naïef naar Israël, maar haar onwetendheid lijkt soms ook een excuus om de lezer uit te leggen hoe het zit.

Wanneer Vero bij Geertje op bezoek is, een Nederlandse die met een Israëliër is getrouwd en alles 'beregezellig' vindt, vertelt zij: 'Het Jodendom wordt via de moeder doorgegeven.' En dat terwijl Vero al maanden in Israël zit. 'Weet ik', antwoordt Vero dan ook, maar Van der Pol lijkt bang dat de lezer niets aanvoelt of tussen de regels leest.

Wanneer Vero haar geliefde verlaat, ligt Filosofische onderzoekingen van Wittgenstein op zijn bureau. 'Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen', schreef diezelfde filosoof. Daarmee bedoelde Wittgenstein niet dat wat niet wordt benoemd, helemaal niet bestaat. We kunnen er alleen niet onze vinger op leggen.

En dat is Van der Pol vergeten: dat wat buiten het voetlicht blijft, zich wel degelijk afspeelt. En wel in het hoofd van de lezer - mits hem niet alles wordt voorgekauwd. Nu leeft Voetlicht niet voort na de laatste pagina. Alles is immers gezegd. Alleen een vage vertedering voor Vero beklijft, juist omdat haar te weinig wordt verteld: 'Je bent lief.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden