tv-recensieemma curvers

Voetbaldroom staat aan de kant van alle voetballertjes die het eerste niet halen

null Beeld

De docuserie over kinderbloed, -zweet en -tranen stelt stilletjes de vraag hoeveel schade een droom kan berokkenen.

Steve is vader van voetbaltalent Finn, slaapt ’s nachts een uur of vijf en brengt ijselijk vroeg boodschappen rond voor een supermarkt. Een tip van een andere voetbalvader, vertelt hij: dat werk sluit naadloos aan op het trainingsritme van zijn 12-jarige zoon. Op zondagochtend staat Steve langs het veld, als Finn traint met een personal trainer. Dat kan Steve niet altijd betalen, maar ja: ‘Hij zit er zo dichtbij, ik wil niet dat hij later zegt: had je maar dit of dat...’

Finn is een van de drie jonge voetballers bij de Alphense Boys die worden gevolgd in de vierdelige docuserie Voetbaldroom (BNNVara). Net als Sinan en Seth droomt hij ervan gescout te worden voor een stage bij een BVO (Betaald Voetbal Organisatie). Op afroep van hun trainer dreunen de Alphense Boys het complete spreukenboek van afgetrapte sportmotto’s op. Dat ze er alles voor over hebben. Zichzelf zullen uitdagen. Honderdvijftig procent geven. Want: ‘wat je erin stopt, krijg je terug’, zo verklaart Wout Weghorst, spits bij VfL Wolfsburg, zijn succes. Voetballers praten graag over zichzelf alsof ze combimagnetrons zijn. Maar wat als je alles erin stopt en het er dan toch niet uitkomt?

Finn (links) en Seth in Voetbaldroom. Beeld BNNVara
Finn (links) en Seth in Voetbaldroom.Beeld BNNVara

Niels Tesselaar, de bedenker van de serie, verwachtte prof te worden nadat hij op zijn 10de was gescout door Vitesse. Na het verwoestende telefoontje van de trainer volgde een lang verwerkingsproces. In Voetbaldroom zien we niet alleen de route van hard werken naar succes, maar ook die van hard werken naar niks.

Die route is helaas het drukst, volgens Pjotr van der Marel van de jeugdopleiding bij Sparta: maar 5 procent van de Sparta-jongens haalt het eerste, 2 procent speelt twintig wedstrijden of meer. ‘Het gebeurt dat we allemaal richting die droom praten. En zeggen: als je leeft als Cristiano Ronaldo, dan lukt het.’ Hebben de clubs ook een verantwoordelijkheid om jonge spelers wat plezier te laten maken en ze realiteitszin mee te geven? En de ouders?

Hun droom is mijn droom, zegt de vader van Sinan – een doordenker, geloof ik. De aloude vraag in hoeverre de jongens hun eigen dromen najagen of die van hun ouders (en of die dingen nog te ontwarren zijn), doet denken aan de documentaire Turn! (2019). Hierin legde Esther Pardijs haar eigen ambities voor haar turnende zoon Roman nietsontziend onder een vergrootglas. Voetbaldroom is er niet op uit de ouders te betrappen op wreed gedrag, maar laat het hele krachtenveld zien rondom de 98 procent die het niet haalt – en blijft daardoor ook wat vlak. De serie staat aan de kant van de voetballers, die de nazorg soms goed kunnen gebruiken.

Dani van der Moot kon op enig moment niet meer genieten, vertelt hij in aflevering 2 (die ik vooruitkeek). Nooit nam hij op verjaardagen taart. Toen kwam zíjn verwoestende telefoontje, en het moment dat zijn vader besefte dat het niet was gelukt. ‘Onbewust, voor je gevoel, wil je toch kunnen terugbetalen wat zij erin gestopt hebben.’

Voetbaldroom zou je kunnen zien als een aanmoediging voor voetballers om in elk geval genoeg taart te eten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden