Voed uw kinderen op met liefde

Bijna dagelijks zijn ze op tv te zien, de krijsende, ongehoorzame en verwende kinderen die hun ouders terroriseren. Gluur-tv is in de mode en gluren naar de opvoedellende bij anderen is de zoveelste vorm van (leed)vermaak....

Wie even door de vuistdikke studie Het verlangen naar opvoeden van de Groningse historicus Jeroen Dekker bladert, merkt echter algauw dat het in de Lage Landen waarschijnlijk nooit heel anders is geweest: de Nederlandse ouder heeft van oudsher weinig op met tucht en discipline.

Uit het 18de-eeuwse dagboek van Otto van Eck bijvoorbeeld stamt deze verlichtingspedagogische observatie: ‘Wij zagen onder anderen een vrou welke met twee kinderen rijdende het eene, het welk niet stil wilde zijn (en misschien nog geen jaer oud was), sloeg. Daerdoor werd het kind driftig en schreide de geheele weg over en zo de vrouw het zagtzinnig behandeld had, zoude het stil en gehoorzaem geweest zijn.’

In de Noordelijke Nederlanden was men dol op zijn kinderen en op het gezinsleven. Dat spat van de talloze schilderijen af waarop spelende kinderen, koesterende moeders en tal van andere huiselijke tafereeltjes staan geportretteerd, vanaf de Gouden Eeuw tot diep in de19de eeuw. Het ging niet alleen om de grote Jan Steen met zijn fameuze huishoudens, die vooral lieten zien hoe het qua opvoeding níet moest. Ook Govaert Flinck, Gerrit Dou, Jacobus Buys en Willem Bartel van der Kooi, om enkele namen te noemen, bejubelden met hun penseel het burgerlijke gezin in al z’n alledaagsheid.

Dekker wilde aan de hand van beeldmateriaal een pedagogische mentaliteitsgeschiedenis schrijven. Als historische ijkpunten koos hij de jaren rond 1650, 1800 en 1900. Hij constateert dan dat het verlangen naar opvoeding en de groei van de pedagogische ruimte geen specifiek Nederlands verschijnsel was. Niettemin leren de talloze schilderijen en prenten dat Nederland in Europa een unieke positie bekleedde. Dekker: ‘De verbeelding van het (pedagogisch, red.) verlangen was in de 17de eeuw grandioos en zonder weerga in kwaliteit, kwantiteit en in thematisering van alle mogelijke aspecten van de dagelijkse opvoeding, de dagelijkse cultuuroverdracht, de dagelijkse wereld van het kind.’

Behalve met het penseel liet de Nederlander ook met de pen blijken het opvoeden allesbehalve een straf te vinden. Van Alphen rijmde er lustig op los: ‘Die in zijn jeugd/het pad der deugd/ heeft ingeslagen,/ en ’t goede doet/ wagt welgemoed/zijne oude dagen// Maar die zijn tijd/Onnut verslijt,/zijn frisse kragten/der zonde geeft/moet afgeleefd/verdriet verwagten’(et cetera). En dan waren er nog ‘vadertje’ Jacob Cats, de rechtzinnige dominee Wittewrongel en de dagboeken uit de hogere burgerij. De dichtende dominees, verhalende staatslieden en observerende huisvaders lieten merken het een vreugde te vinden hun kroost uit de ‘kleine kercke’, zoals het gezin wel werd genoemd, naar, uiteindelijk, het Goddelijke Koninkrijk te (bege)leiden. Of later, onder invloed van de Verlichting, naar het deugdzame burgerschap. De basisgedachte van Neêrlands beroemdste humanist, Erasmus, was dat de mens niet werd geboren, maar gemaakt. Opvoeden was zijns inziens totius humanae felicitatis caput ac summam, oftewel het hoogtepunt van menselijk geluk.

Dekker bespreekt kort de in historisch-pedagogische kring bekende tegenstelling tussen de ‘zwarte’ en de ‘witte legende’. Volgens de zwarte legende hadden kinderen het vroeger slecht, maar werd hun situatie, met de toenemende welvaart en beschaving, allengs beter. In de witte legende worden kinderen door alle eeuwen heen gezien als animal educandum, een te koesteren en op te voeden wezen. De beroemde Nederlandse pedagoge Lea Dasberg was aanhanger van de zwarte legende. In Grootbrengen door kleinhouden beschreef zij in 1975 hoe kinderen door een te ver doorgeschoten pedagogisering zelfs niet meer volwassen wilden worden, een prelude op het moderne opvoedleed op tv: radeloze ouders en kinderen die als kind de baas in huis zijn.

De Groningse hoogleraar blijft buiten het debat (al meent hij wel dat historici nu neigen naar de witte legende en dat in de sociale wetenschap de zwarte legende nog opgeld doet). Jammer dat de lezer daardoor verstoken blijft van speculaties over de – ook toen – schaarse prinsen en prinsesjes uit de (door dodelijke ziekten geteisterde) Gouden Eeuw. Juist omdat Dekker geen grote hypothese hanteert, maar vooral beschrijft wat al die eeuwen aan pedagogisch verlangen zichtbaar was, ontbreekt de stuwing naar een spannend eindoordeel. Daardoor kabbelt de, ontegenzeggelijk rijke, studie voort: gedegen, maar toch wat flets.

Ja, Nederland is het land van moraliserende opvoeders, het land waar belang wordt gehecht aan gezin, huiselijkheid en ouderlijke plichten. Waar met publiek gemoraliseer is geprobeerd de huiselijke opvoeding te reguleren en waar de regulering buitenshuis, in een door geloofstwisten versnipperde samenleving, haar beslag kreeg in een verzuild schoolsysteem.

Toch ontsluiert Dekker indirect wel iets van het raadsel waarom de regulering van de voor-, tussen- , en naschoolse kinderopvang in Nederland zo lang op zich laat wachten: niet op het werk, niet in de crèche, maar in de opvoeding thuis ligt het hoogtepunt van Neêrlands geluk.

Mirjam Schöttelndreier

Jeroen J.H. Dekker: Het verlangen naar opvoedenBert Bakker517 pagina’seuro 49,95ISBN 90 351 2993 8 Bert Bakker517 pagina’seuro 49,95ISBN 90 351 2993 8

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden