Vlotte Barenboim kan ook jazz spelen

'Brazilian Rhapsody' door Daniel Barenboim e.a. Teldec...

Buenos Aires, 1949: Daniel Barenboim maakt zijn debuut als pianistje van zeven. Parijs 1955: Barenboim baart opzien als 13-jarig pianowonder. New York 1956: Barenboim debuteert met begeleiding van de legendarische Stokowski. Jaren zestig: tournees van Barenboim met het complete sonate-oeuvre van Beethoven.

Berlijn 1969: Barenboim oogst ovaties als dirigent van de Berliner Philharmoniker. Leidt een jaar later The New York Philharmonic. Krijgt fenomenale kritieken als begeleider van Jacqueline du Pré, Janet Baker, Dietrich Fischer-Dieskau, Itzhak Perlman. Tekent in '75 zijn eerste chefscontract bij het Orchestre de Paris. 1989: Barenboim, Ring-dirigent in Bayreuth en beoogd chef van de nieuwe Opéra Bastille, breekt met de Bastille en volgt Georg Solti op als chef in Chicago.

Mei 2000: Barenboim, drager van de Brucknermedaille, chefdirigent van de Berliner Staatsoper en van het orkest van Chicago, solliciteert als barpianist bij motel Van der Valk in Jutphaas, en wordt op proef aangenomen na een vertolking van Tico Tico, het flauwste pingelmopje uit vijftig jaar caférepertoire.

Op Jutphaas na is het ongelogen. Brazilian Rhapsody, heet de jongste cd van Barenboim, het paradepaard van het klassieke label Warner-Teldec. Naast Tico Tico, een nummer dat bij pensioengerechtigden en hun ouders nog herinneringen boven zal brengen aan gelukkige uren met Malando, bitterballen en bessen met ijs, staan er werkjes op als Bahia en Pedacinhos do céu. Uitgevoerd met de motoriek en het onberispelijke toucher van een gediplomeerd pianoleraar die zijn vrienden in een vlotte bui wil laten horen dat hij ook 'jazz' kan.

Sambaballen komen er niet te pas aan deze Braziliëverkenningen van Daniel Barenboim. Wel een contrabas, en in sommige nummers ook een hobo, die in een arrangement van de Bachianas brasilieras nr 5 van Villa-Lobos de sopraanpartij terugbrengt naar haar meest zouteloze uitdrukkingsvorm.

Niets om over uit te weiden, behalve dat het plaatje de kennelijke bedoeling heeft het fenomeen Barenboim als plaatproduct op een of andere manier in de running te houden, nu in dat circuit (ook bij Warner-Teldec) een rem is gezet op de combinatie grote dirigenten-groot repertoire. Het kan er ook best nog wel bij, bij de Scandinavische Piazzolla-tango's die je de laatste tijd veel tegenkomt, of bij de filmmuziekjes die de discografie van menig gerenommeerd orkest momenteel nog enigszins op gang houden. De vraag is alleen, of Barenboim niets spannenders kon bedenken dan wat hij zoal op verjaardagsfeestjes van intimi ten gehore brengt.

Dvorak, Pianokwartet opus 87, Romantische Stukken op 75, Sonatine in G opus 100, door Isaac Stern e.a. Sony.

Wie almaar doorgaat met intimi en spannende zaken, en, zelfs als de muziek niet van voor naar achter zó spannend is, er toch wel iets van zal maken, is Barenboims bejaarde mentor en amice in New York, de violist Isaac Stern. Die lijkt eenvoudig niet te stoppen, en heeft nu weer Dvorak onder handen genomen. Met zijn oude pianomakker Robert McDonald speelt hij de sonatine in G en de Romantische Stücke opus 75.

Het niet heel erg bekende pianokwartet in Es opus 87, een wat wisselvallige, in sommige episoden geniale en wonderschone Dvorak, krijgt een opfrisbeurt van Stern, de pianist Emanuel Ax, de altist Jaime Laredo en de cellist Yo-Yo Ma. Speelplezier, poëzie, basale klankgenotzucht en elementaire Dvorakliefde strijden om de voorrang. Je vraagt je af hoe de oude Stern erin slaagt niet alleen zijn platenbaas te blijven interesseren, maar ook de 80-jarige vingers soepel te houden. De kleine lettertjes vertellen hoe de vork in de steel zit. Het zijn live-opnamen die al vier jaar op de plank lagen.

Mendelssohn, strijkkwintetten opus 18 en opus 87, door ensemble Archibudelli (Anner Bijlsma e.a.). Sony.

Waar grote labels nog in klassiek muziekwerk investeren, gebeurt dat met een zekere voorkeur in de sector kleine bezettingen-minder bekende stukken-bekende componistennamen. Mendelssohn blijft een bron van verrassingen. De cellist Anner Bijlsma en zijn vrienden van het 'stokken en darmen'-ensemble Archibudelli (Vera Beths, Lucy van Dael, Jürgen Kussmaul en Guus Jeukendrup) zijn zijn strijkkwintetten opus 18 en opus 87 op het spoor gekomen. Ver uiteenliggend in de opusnummering, blijken ze stilistisch dicht bij elkaar te liggen, en dan weer op lichtjaren afstand van wat door tijdgenoten en directe voorgangers als Beethoven en Carl Maria Von Weber aan kamermuziek werd geschreven. De strijkkwintetten tonen Mendelssohn in zijn meest roerige, energieke en inventieve gedaante - zoals de Archibudelli's aantonen met uitvoeringen waar de harsgeur vanaf slaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden