Interview Tarek Rammo en Jefta Tanate

Vliegend de zaal door: choreografen brengen steeds vaker acrobaten naar de dansvloer

Jefta Tanate (links) en Tarek Rammo. Beeld Jan Mulders

Choreografen die acrobaten de dans binnenhalen: het is een trend. Ook in de voorstelling Requiem for Lost Things combineert dans met luchtacrobatiek. Wat kunnen de disciplines van elkaar leren?

Op 3 meter hoogte slingeren ze aan buizen en aan ledematen van collega’s – daar grijpen ze een arm, hier een enkel – en zo bewegen performers Tarek Rammo en Jefta Tanate zich voort. Bij die inspanning raken ze bezweet, en om glibberig misgrijpen en gevaarlijke valpartijen te voorkomen, klinkt de roep om magnesiumpoeder. Zoiets verwacht je bij Epke Zonderland aan de rekstok of bij acrobaten in het circus, niet zo snel bij een dansrepetitie. Maar choreograaf Pia Meuthen werkt voor haar dansproducties graag met artiesten uit het circus, ook in haar nieuwe voorstelling Requiem for Lost Things. En dan is ‘gripkalk’ dus opeens onderwerp van gesprek. De performers moeten tussendoor steeds wat van dat stroeve witte spul op hun handen kunnen doen, zonder dat dat het concept van de voorstelling al te veel verstoort.

‘Het risico dat ze nemen is echt.’

Choreografen die acrobaten de dans binnenhalen: het is een trend. Meuthen voelt zich aangesproken door hun waarachtigheid, zegt ze. ‘Wat acrobaten doen is gevaarlijk, het risico dat ze nemen is echt.’ Circustechnieken ziet zij daarnaast als een verrijking van de danstaal, zoals de dans eerder is beïnvloed door bijvoorbeeld hiphop. Bovendien geeft acrobatiek de dans er een nieuwe dimensie bij: de lucht. Dansers bewegen zich vooral voort op de vloer, maar met acrobaten erbij hebben choreografen plots een ‘onder’ en een ‘boven’ om in te werken.

Ambitieuze circusopleidingen

De flirt tussen dans en circus wordt gevoed door de opleidingen. Nederland heeft twee bachelors circus: aan de hogescholen Codarts in Rotterdam (sinds 12 jaar) en Fontys in Tilburg (sinds 11 jaar). Hun curricula worden artistiek gezien steeds ambitieuzer. Studenten specialiseren zich in aloude circustechnieken als acrobatiek, Chinese paal, aerials en trampoline, en krijgen daarnaast vakken als dansles, bewegingsanalyse, conceptontwikkeling en kunstoriëntatie. Hun werkveld is niet langer alleen het (commerciële) circus; ook de kunstwereld is een optie. 

Tarek Rammo (30) was turner, tot hij geïnspireerd raakte door Cirque du Soleil en besloot de circusopleiding van Codarts in Rotterdam te gaan volgen. Jefta Tanate (26) is een modern geschoolde danser, die bij Scapino, Aya en Jasper van Luijk werkte. Waar Rammo steeds verder opschoof naar de kunst, zocht Tanate zijn inspiratie juist op straat: zo deed hij aan breakdance en freerunning.

‘Ik ben best vaak van muurtjes afgesprongen’, lacht hij. Maar maakt dat hem een acrobaat zoals Rammo? ‘No way.’ En inderdaad, Tarek Rammo, de bescheidenheid zelve, imponeert al zonder iets te doen: aan de spierbundels in zijn bovenarmen kan geen danser tippen.

Tarek Rammo. Beeld Jan Mulders

Armen versus benen

Die kracht in zijn bovenlijf is pure noodzaak voor zijn specialisme, de zogeheten aerial straps: luchtacrobatiek aan twee katoenen riemen. Die techniek gebruikt hij niet in Requiem for Lost Things. Maar ook voor de drie meter hoge stellage in die voorstelling, die behoorlijk wat klimwerk vereist, zijn gespierde bovenarmen onmisbaar. Rammo wijst op zijn arm: ‘Zonder deze spieren kan ik mezelf niet optillen en niet zo lang en beheerst hangen of zwieren. Dat is een groot verschil met de training van dansers: bij hen ligt de nadruk op de benen. Het circus vliegt, ballet probeert te vliegen, met sprongen en spitzen, en hedendaagse dans is op de grond gericht.’

Tanate vult zijn collega aan. ‘Bij dansers wordt altijd gezegd dat het midden van je lijf laag zit, in je buik. Bij Tarek ligt het centrum hoger, in zijn borst.’

Hun lichamen zijn door hun verschillende achtergrond als het ware anders ‘geprogrammeerd’, zeggen ze. Maar dat is volgens Rammo puur een kwestie van training en gewenning: ‘Zoals een danser duizelig wordt als hij voor het eerst lang ondersteboven hangt, voelen mijn benen soms raar als ik lang op de grond sta. Een beetje ongemakkelijk.’

Om te wennen aan ondersteboven kijken en reageren heeft Tanate deze maanden vaak de handstand gedaan. Ook is hij beduidend meer gaan eten, vooral proteïnen, voor meer spierontwikkeling.

Waar Tanate bewonderend over Rammo’s bovenstel spreekt, is Rammo op zijn beurt vol lof over Tanates benen. En dan niet alleen over de kracht die de danser in zijn benen heeft, maar ook over de beheersing. ‘Jefta weet met een heel kleine verplaatsing al indruk te maken. Er zit finesse in zijn benen.’ Een danser beweegt verfijnder, stelt de acrobaat. Die verfijning zit ’m in de variatie aan bewegingen en de zogenoemde ‘bewegingskwaliteit’: het variëren tussen enerzijds krachtig en explosief en anderzijds zacht en intiem bewegen.

Jefta Tanate. Beeld Jan Mulders

Tanate: ‘Als ik dans, voel ik dat er in mijn lichaam ook een zekere ontspanning mag plaatsvinden. Dat is voor Tarek moeilijker. Zijn werk kan niet zonder inspanning. Wat hij doet, is fysiek veel extremer. Ik kan ook iemand liften die drie keer zo zwaar is, maar ik doe dat door slim te zijn. Dan schuif ik mezelf min of meer onder die persoon en zet ik mijn lijf in als hefboom.’

Rammo wil graag meer leren bewegen als een danser, zegt hij, maar tegelijkertijd wil hij zijn kracht en expertise als acrobaat niet kwijt. Hij doet nu ruim twintig jaar aan krachttraining en heeft een goede basis, maar oefenen blijft nodig en kost veel tijd. Die tijd besteedt hij liever aan zijn artistieke ontwikkeling. ‘In het circus train je voor een doel. Het gaat om het ‘halen’ van bepaalde figuren en om perfectie, door inspanning, training en ambacht. Daarin lijkt het circus op klassiek ballet. Mijn lichaam is ingesteld op grote bewegingen, virtuositeit en inspanning. Maar in de voorstelling van Pia gaat het meer om artistieke zeggingskracht. Wat betekent het als ik gewoon aan de stellage hang? Wat voor emotie wekt het bij de toeschouwer op als ik me tergend langzaam opdruk?’

Tanate is lovend over Rammo’s vaardigheden. ‘Zijn vrijheid in de lucht is mijn vrijheid op de vloer.’ Alleen partnerwerk is soms nog een puntje: ‘Met iemand dansen gaat niet alleen om gewichtsverdeling, maar ook om subtiele overgave, om loslaten. Dat samenspel is Rammo niet zo gewend. Een paal reageert niet, een mens wel.’

Requiem for Lost Things, tournee t/m 24/1.

Dit jaar werkten ook enkele andere choreografen met circus­technieken:

Ed Wubbe, choreograaf Ting! (2016, reprise 2018)
‘Voor Scapino’s jubileumproductie Ting! zocht ik naar een bepaalde mate van uitbundigheid en absurdisme. Ik wilde een wereld creëren waarin alles mogelijk is, ook tuimelen in de nok van het theater, hangend aan je eigen haar. Daarom lag circus voor de hand: waar dans ophoudt, kan circus verdergaan en omgekeerd. Circus is ontzettend virtuoos en technisch; met dans kun je meer improviseren en de subtiliteit van emoties opzoeken. De disciplines vullen elkaar mooi aan. En een fijne bijkomstigheid: het element circus heeft ons veel nieuw publiek opgeleverd.’

Kim-Jomi Fischer, choreograaf/danser Engel (2018)
‘Engel is een duet dat ik met Marta Alstadsaeter heb gemaakt. Zij is acrobaat en samen kunnen we dingen doen die bijna niet te bevatten zijn. We versmelten tot een nieuw lichaam van 3 meter hoogte. Circus kan extreem zijn – met één hand op iemands schouders staan en dan ook nog eens een draai maken – maar ook heel poëtisch. Ons gaat het niet om de trucs. Acrobatiek is interessant, omdat het ons bewegingsarsenaal als danser vergroot. Een minpunt? Acrobatiek kost veel repetitietijd. En je valt van hoog als het niet klopt.’

Tournee vanaf 7/11 als onderdeel van DansClick 20.

Moniek Merkx, regisseur Feest (2018)
‘Feest was de jubileumproductie van Maas. Er zit een zwijgende rol in, laten we hem ‘het kind’ noemen, en dat is een rol van aerial straps-acrobaat Camiel Corneille. Hij is stilletjes getuige van alles wat op het feest gebeurt. Dan is het natuurlijk heel mooi als iemand de lucht ingaat en letterlijk boven het gedoe uitstijgt. Hij is een vliegend, dromend, fantasievol persoon. In het verhaal zet de familie hem in om de show te stelen; ze willen een theater gaan runnen. Dus ik ‘gebruik’ Camiel ook vanwege de virtuoze kant van circus.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.