Vlegels in een woeste tijd

Het actualiteitenprogramma Brandpunt (1960-1996) zette de toon voor de tv-journalistiek. ‘Ze hadden het lef van de jeugd en gingen niet opzij tijdens een interview.’..

Het waren andere tijden en ze keren nooit meer terug, stelt Richard Schoonhoven nuchter vast. ‘We kwamen uit de oorlog, die leefde nog. De welvaart nam toe, de samenleving veranderde en we hoorden nieuwe geluiden.’

Kortom, zegt oud-hoofdredacteur Schoonhoven, het actualiteitenprogramma Brandpunt van de Katholieke Radio Omroep (KRO) had in de jaren zestig de wind behoorlijk mee. ‘Het was een woeste tijd, maar ook een tijd van bezinning. Een beweging als Provo was meer dan alleen uiterlijk vertoon. Het was ook een illustratie dat er een nieuw soort levensbesef aan het doorbreken was.’

Optimaal maakte de redactie gebruik van wat hij ‘een scharnierpunt van het denken in Nederland’ noemt. Het resultaat was een even opzienbarend als vernieuwend tv-programma, dat tal van makers inspireerde.

Brandpunt werd een instituut en zette de toon voor de tv-journalistiek van toen en nu. De afsluiting, ‘Dit was Brandpunt, goedenavond’, was jarenlang een klassieker, net zoals trouwens de flauwe jongensgrap ‘Dit was Brandhout, goedenavond’.

Schoonhoven (78) werd in 1962, twee jaar na de start, hoofdredacteur van het programma en bleef dat tot 1969. Hij had eerst voor kranten gewerkt, De Tijd/Maasbode en de Volkskrant. Tot 1992 was hij directeur van de KRO. Over Brandpunt schreef hij een boek waarin, grondig, zonder borstklopperij en met behulp van talloze bronnen, de vroege geschiedenis van het programma wordt belicht.

Nooit eerder had een omroep (of een krant) zo veel energie en geld gestoken in buitenlandse reportages. Van het bestaande zuilensysteem trok de redactie zich niets aan. De katholieke saus die programma’s van de KRO gewoonlijk kenmerkte, ontbrak.

Controversieel was Brandpunt vooral om een andere reden. Verslaggevers als Ed van Westerloo, Ad Langebent, Frits van der Poel en Aad van den Heuvel introduceerden het harde, confronterende interview. Ze botsten voortdurend met de autoriteiten, pogend de openbaarheid te vergroten en de geslotenheid van de gezagsdragers te doorbreken.

Dat was wennen, toen. Columnist P.W. Russel was niet de enige die er, in het Algemeen Dagblad in 1963, schande van sprak. Tientallen negatieve reacties kreeg hij naar eigen zeggen, per brief en telefonisch. ‘Over die jonge jongens die tegenwoordig de huiskamer binnenstappen en daar ten aanschouwen van het hele land Nederlanders ondervragen op een manier die soms bij het vlegelachtige af is.’

Schoonhoven: ‘De toenmalige KRO-voorzitter Harry van Doorn was een verlichte regent. Hij had veel jonge, eigenzinnige mensen aangenomen. Ze hadden het lef van de jeugd en gingen niet opzij tijdens een interview. Het was een klein, soepel lopend team.’

De hoofdredacteur nam de felle en vaak negatieve kritieken voor lief. ‘Ik was niet bang om mijn baan te verliezen. Als dat wel was gebeurd, zou ik gewoon iets anders zijn gaan doen.’

Politici en andere gezagsdragers reageerden geprikkeld. ‘Wij doorbraken de zuilen en dat riep weerstanden op. Brandpunt probeerde voortdurend de speelruimte van de journalistiek te vergroten. Wij stelden de vragen en de politici moesten verantwoording afleggen.’

Wat hielp, was dat bij de KRO – en ook bij de andere omroepen – een vruchtbaar journalistiek klimaat ontbrak. Zelfs een ANP-telex was niet voorhanden. ‘Televisie was in die jaren alleen maar amusement: kunst, cultuur en toneel. Meer niet.’

Vermaard werd Brandpunt ook door het internationale karakter. Ook met de buitenlandse reportages werd een nieuwe norm gesteld en (buitenlandse) bewondering geoogst. ‘We waren een soort Columbus. We gingen naar gebieden waar dagbladjournalisten nog nooit waren geweest. Het gebeurde vaak dat ze ons op Schiphol op stonden te wachten.’ Nog een voorbeeld dat Brandpunt vooruitliep op de tijd: de KRO was de eerste omroep die een correspondent in Den Haag stationeerde, Ad Langebent.

De huidige actualiteitenrubrieken kunnen iets leren van Brandpunt, volgens Schoonhoven. ‘Ik vind het jammer dat buitenlandse reportages nauwelijks nog worden gemaakt en dat de meeste verslaggevers veertigers en vijftigers zijn. Ze missen de overmoed die wij wel hadden.’

In 1996 ging Brandpunt, toen niet meer te vergelijken met de rubriek van weleer, op in Netwerk. Zondag beleefde het programma een goed ontvangen doorstart.

Schoonhoven weet dat de omstandigheden enorm zijn veranderd. ‘De concurrentie is zó groot. En politici zijn nauwelijks nog scherp te ondervragen. Ga jij maar gezellig in de huiskamer bij Pauw & Witteman zitten, zeggen de pr-adviseurs. Het valt niet mee om in deze tijd nog een actualiteitenprogramma te maken dat opvalt.’

Pas jaren later besefte Schoonhoven dat hij en de Brandpunt-ploeg iets bijzonders hadden bewerkstelligd. ‘Het heeft iets van de sterke verhalen uit de diensttijd. Ik spreek geen waardeoordelen uit in het boek, dat laat ik aan anderen over. Nog steeds kijk ik ervan op als ik een oud artikel uit de Gazet van Antwerpen zie waarin staat dat Brandpunt de beste actualiteitenrubriek ter wereld is. Ik kreeg dat gevoel pas na twaalf jaar, toen Jan Bank een stuk over ons schreef in de Volkskrant.’

Daaruit: ‘In de pionierstijd van de televisie (...) heeft de KRO-rubriek in Nederland niemandsland betreden, grenzen verlegd en standaarden van vakmanschap aangegeven.’

Schoonhoven: ‘Ik voel geen trots. Journalisten mogen niet trots zijn. Journalistiek is een ambacht. Ik heb gewoon mijn werk gedaan. Ik ben tevreden. Dat wel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden