InterviewTom Lanoye

‘Vlamingen zijn altijd meelopers geweest, en hebben nooit verantwoordelijkheid genomen’

Tom Lanoye op de draaischijf van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Beeld Pauline Niks
Tom Lanoye op de draaischijf van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.Beeld Pauline Niks

De draaischijf, de nieuwe roman van Tom Lanoye (63), gaat over een Vlaamse collaborateur tijdens WO2. Het schrijven ervan begon toen regisseur Theu Boermans hem de draaischijf onder de vloer van de Koninklijke Schouwburg Schouwburg in Den Haag liet zien.

Hein Janssen

Terwijl Tom Lanoye in de koepelzolder van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag de plek laat zien waar in de Tweede Wereldoorlog Joodse onderduikers verborgen zaten, wordt beneden in de grote zaal de musical Nijntje gespeeld. Boven de stilte van de herinnering aan een gruwelijke periode, beneden opgewonden kinderstemmen vanwege een konijntje met grappige oren. Lanoye neemt de verslaggever en fotograaf ook mee naar de kelder van de schouwburg, waar een enorme draaischijf uit lang vervlogen tijden werkloos ligt te versloffen.

Diezelfde Haagse draaischijf is de aanleiding voor de nieuwe roman van de Vlaamse schrijver (63), die hij de afgelopen anderhalf jaar in razend tempo heeft geschreven. Titel: De draaischijf. Onderwerp: het theater, de Tweede Wereldoorlog en collaboratie in Antwerpen en Den Haag. Het is een meeslepend verhaal, verteld door hoofdpersoon Alex Desmedt, toneelleider in Antwerpen, getrouwd met de Joodse actrice Lea Liebermann, en broer van Rik Desmedt, componist en dirigent die carrière maakte in nazi-Duitsland. Lanoyes fictieve personages zijn geïnspireerd door de destijds beroemde regisseur Joris Diels, zijn vrouw, de actrice Ida Wasserman, en zijn broer, de componist Hendrik Diels.

Een bewerking van Goethes Faust in opdracht van Theu Boermans

Naast de roman schreef Tom Lanoye eerder al het toneelstuk OustFaust, een radicale bewerking van Goethes Faust I en II, dat vorige week in première ging. In opdracht van Het Nationale Theater en regisseur Theu Boermans stortte hij zich aanvankelijk met weerzin, maar later vol overgave, op deze heilige graal van de Europese literatuur.

Lanoye: ‘Theu en ik kennen elkaar omdat hij ooit mijn roman Het derde huwelijk in het theater zou regisseren, met Jeroen Willems in de hoofdrol. Maar toen werd Jeroen ineens onwel in theater Carré, en hij is kort daarop overleden, een afschuwelijke gebeurtenis waardoor het hele plan niet door ging. Op een gegeven moment kwam Theu met de vraag of ik Faust voor hem wilde bewerken, met als voorwaarde dat Romana Vrede de hoofdrol zou spelen. Ik zei blind ja. Daarna heb ik mezelf twee maanden vervloekt, want ik las de Nederlandse vertalingen en vond die hele Faust een hoop aanstellerij, een vervelende oubollige vertelling met die wetenschapper die zijn ziel verkoopt aan de duivel, die goden en zo. Ik stond zelfs op het punt de hele opdracht terug te geven. Maar toen ik het stuk in het Duits begon te lezen ging het ineens sprankelen. Ik zag ook de humor ervan, hoe Goethe die hele Europese kunstkathedraal in de zeik nam. Daar kon ik iets mee.’

Lanoye ging aan het schrijven, maar toen zijn stuk klaar was om gespeeld te worden, sloten de theaters vanwege de coronapandemie. Toch wilde hij dat het gelezen zou worden, dus toog hij naar de Koninklijke Schouwburg in Den Haag en las OustFaust samen met regisseur Boermans en dramaturg Remco van Rijn.

Tom Lanoye in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Boven de koepel van het theater verbleven in de Tweede Wereldoorlog onderduikers. Door de luikjes in de koepel konden zij de Duitsers in de zaal zien zitten. Beeld Pauline Niks
Tom Lanoye in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Boven de koepel van het theater verbleven in de Tweede Wereldoorlog onderduikers. Door de luikjes in de koepel konden zij de Duitsers in de zaal zien zitten.Beeld Pauline Niks

‘We zaten met zijn drieën aan een grote tafel, op afstand, ramen open, in de Ida Wasserman-foyer nota bene, ik was heel content. Na afloop vroeg Remco of ik wist dat in de schouwburg een draaischijf stond die in de oorlog is gebruikt door het Deutsches Theater in den Niederlanden. Remco weet dat het onderwerp oorlog en collaboratie mij erg interesseert, maar ik dacht dat hij me voor de gek hield. Hij nam me vervolgens mee naar de kelder en daar viel alles op zijn plek. Toen ik die enorme draaischijf zag, wist ik dat ik nu mijn boek moest gaan schrijven. Al twintig jaar wilde ik een roman schrijven over de Tweede Wereldoorlog, een boek dat zich af moest spelen in België, in Vlaanderen, in Antwerpen, maar ik vond maar geen kapstok. Het mag misschien wat pretentieus klinken, maar niemand anders had dit boek op deze manier kunnen schrijven, met alle kennis die ik heb over Nederland en Vlaanderen, over het repertoiretoneel, over oorlog en collaboratie. Die draaischijf stond als het ware klaar om door mij ontdekt te worden, en omgekeerd.’

Barokke woordkeus, meeslepende verteltrant, dramatiek met humor

De draaischijf leest als de fantasievolle en gepassioneerde monologue intérieur van een bezeten theatermaker die net niet aan de foute kant van de streep belandt, maar wel steeds meer verstrikt raakt in zijn eigen uitvluchten. In de volbloed Lanoye-taal – barokke woordkeus, meeslepende verteltrant, dramatiek vermengd met humor – voert het boek de lezer mee langs de kronkelige wegen van Alex Desmedts bestaan. Zijn hoofdpersoon is volgens Lanoye zo’n typische Vlaamse collaborateur, zo iemand die altijd uitvluchten had, die altijd vond dat anderen erger waren dan hij, dat hij slachtoffer was van de omstandigheden, dat je alles in zijn context moet zien. Als lezer word je er gaandeweg ingeluisd en aan het eind moet je zelf uitmaken of Desmedts postume aanklacht terecht is, of niet.

Bedieningswielen voor de draaischijf onder het podium in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Beeld Pauline Niks
Bedieningswielen voor de draaischijf onder het podium in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.Beeld Pauline Niks

De gebeurtenissen spelen zich grotendeels af in de Bourla Schouwburg in Antwerpen en later ook in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. In die Haagse cultuurtempel werd in 1942 het Deutsches Theater in den Niederlanden opgericht, waarin de draaischijf in de kelder een belangrijke rol speelde. Door dat machtige apparaat kon de voorstelling zich afspelen op een draaiend podium. ‘Voor mij straalde deze draaischijf een verpletterende grootsheid uit die me ontroerde en beangstigde tegelijk’, aldus Alex Desmedt. Van het openingsgala bestaan nog filmbeelden, gemaakt door het Polygoonjournaal. Daarbij waren onder anderen rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart en Joseph Goebbels aanwezig. Lanoye laat in zijn boek ook Hermann Göring zijn entree maken. De openingsvoorstelling is – hoe kan het ook anders – Faust.

‘Belangrijk allemaal, die selfie-literatuur van nu, maar ik mis de verbeelding’

Lanoye: ‘Ik hou van boeken waarin een onbetrouwbare verteller aan het woord is. Ik vind dat in de hedendaagse literatuur de verbeelding voorop moet staan. De moderne literatuur is verworden tot een selfie-literatuur, met persoonlijke romans over coming-of-age en lastige ouders. Het is bijna allemaal bekentenisliteratuur – o, ik ben misbruikt, o, ik ben weggelopen in mijn jeugd! – of non-fictie. Belangrijk allemaal, maar ik mis de verbeelding. Mijn boek wil dat ongeremd zijn: een hommage aan de verbeelding, het is in die zin een ouderwetse roman. Ik wil de verbeelding inzetten als middel ons leven te analyseren, te bezingen, te bedotten, te besmetten. Ik wil literaire verbeelding scheppen waarin veel research zit: mijn werk moet geloofwaardig zijn, terwijl er toch veel uit de duim wordt gezogen.

‘Mijn favoriete zin in De draaischijf is: ‘Mocht het koesteren van een minderwaardigheidscomplex een olympische discipline zijn, dan won ik zilver, brons en goud’. Dat is voor mij de kern: Vlamingen zijn altijd meelopers geweest, en hebben nooit verantwoordelijkheid genomen. In Antwerpen werden tientallen ambtenaren in dienst genomen om de Jodenregisters te maken en vervolgens hebben ze de Jodensterren niet alleen uitgedeeld, Joden moesten er ook voor betalen. Ik kom vaak in Nederland en als je dan in Amsterdam rondloopt, zie je allerlei Joodse gedenktekens, het prachtige namenmonument, of een Joods museum, wij hebben in Antwerpen één klein gedenkteken. En ja, er is ook een kleine herdenkingsplaquette voor onze Kristallnacht. Dus misschien schreef ik dit boek ook vanuit een schuldgevoel.’

De draaischijf is behalve een verhaal over collaboratie ook een lofzang op de volgens Lanoye verdwijnende kunst van het repertoiretoneel, de grote bibliotheek van het theater, de stukken van Shakespeare, Tsjechov, Goethe en Vondel. Hij beseft dat het waarschijnlijk iets van het verleden is, maar die theaterteksten vormen steevast zijn referentiepunt. In die zin is hij net zo bezeten van theater als zijn hoofdpersoon Alex Desmedt.

Tom Lanoye bekijkt een portret van Ida Wasserman in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, 4 maart 2021. Beeld Pauline Niks
Tom Lanoye bekijkt een portret van Ida Wasserman in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, 4 maart 2021.Beeld Pauline Niks

Het gesprek met Tom Lanoye (63) over zijn boek en toneelstuk vindt plaats in de Damesfoyer van de Koninklijke Schouwburg. Prominent hangt daar het schilderij van Ida Wasserman, in de rol van Ljoebov in Tsjechovs De kersentuin. Naast haar hangen portretten van onder anderen Caro van Eyck en Fie Carelsen – alles ademt hier toneelhistorie. Wasserman (in De draaischijf heet zij dus Lea Liebermann) werd na de oorlog een gevierd actrice bij het Haagse toneel. Tot twee keer toe won ze de Theo d’Or voor de beste vrouwelijke hoofdrol. Dat juist dit theater de thuishaven is van zijn toneelstuk OustFaust vervult Lanoye met trots.

‘Ik ben een montere pessimist: we gaan met zijn allen lekker ten onder’

Lanoye: ‘Men zou door die titel, OustFaust (het betekent zoiets als ‘Weg met Faust!’, red.), misschien kunnen denken dat ik die Goethe eens lekker ga cancelen, maar dat is niet zo. Ook bij mij gaat het over grote filosofische vragen als: waarom is lijden nodig, waarom hebben we zo weinig kennis? Het bestaan is een mysterie en de mens is eindig, ondanks allerlei pogingen om dat juist niet te zijn. Mede dankzij corona is Faust een gedesillusioneerde wetenschapper die een wondermiddel heeft ontdekt tegen een pandemie, maar dat wondermiddel blijkt nog meer slachtoffers te maken dan de pandemie zelf. Faust wil er een eind aan maken, want de wetenschap heeft hem in de steek gelaten, maar dan ontmoet hij Mafisto en door hem wil hij zich nog één keer laven aan het volle leven. Leven in een roes, leven tot op het bot, door en door rot, op zoek naar genot – that’s it. Ja, mijn Faust heeft een open eind, want ik ben een montere pessimist: we gaan met zijn allen lekker ten onder, met de nadruk op lekker, maar wel ten onder. Het publiek komt hopelijk vol energie naar buiten, maar niet met een opwekkend mensbeeld.’

Nu zijn OustFaust intussen op tournee is en De draaischijf vanaf deze week in de boekwinkels ligt, durft hij gerust te stellen dat hij met deze dubbelslag een van zijn drie beste projecten heeft gerealiseerd. Die andere twee zijn de theatermarathon Ten oorlog!, zijn majestueuze bewerking van Shakespeares koningsdrama’s, en de roman Sprakeloos, een ontroerende liefdesverklaring aan zijn moeder, die behalve slagersvrouw ook een gevierd actrice bij het amateurtoneel was.

‘Mijn moeder was eigenlijk mijn eerste dramaturg. Als jongetje van 6 hielp ik haar al als ze een rol moest leren. Terwijl zij aan het strijken was, overhoorde ik haar tekst. Op die manier heeft ze mij de liefde voor taal en theater bijgebracht. Ik zou trouwens best nieuwsgierig zijn hoe zij het zou vinden dat Romana Vrede, die wordt aangekondigd als de eerste non-binaire Faust, nu in mijn stuk speelt. Ik denk dat we daarover urenlang zouden discussiëren. Zelf vind ik die genderdiscussie op zichzelf niet zo interessant, maar wel dat op die draaischijf van de moffen nu een zwarte queer acteur/actrice in de rol van de heilige Faust staat. En bovenal: een superbe acteertalent. Al de rest is ruis.’

De liefde voor het theater die Lanoye van huis uit heeft meegekregen, leidde er al vroeg toe dat hijzelf ook graag het podium betrad. Van zijn debuutroman Een slagerszoon met een brilletje (1985) maakte hij meteen al een solovoorstelling. Ook de roman Sprakeloos bewerkte hij voor het theater waarin hij zelf optrad. Voorleesavonden, openbare discussies: Lanoye geniet ervan, en van de publieke aandacht. ‘Gezien worden is bestaan’, zo staat in De draaischijf te lezen.

Tom Lanoye op het dak van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, 4 maart 2021. Beeld Pauline Niks
Tom Lanoye op het dak van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, 4 maart 2021.Beeld Pauline Niks

‘Ik ben een gemankeerde acteur die goed kan schrijven voor acteurs’

‘Acteur worden is nooit mijn grote droom geweest, maar ik treed wel graag op. Ik geloof in het gesproken woord, ik ga er beter van schrijven omdat ik op het podium leer wat goed ‘bekt’. Ik ben een gemankeerde acteur die goed kan schrijven voor acteurs – zoiets. Ik sta in april in de Bourla Schouwburg in Antwerpen en hier in Den Haag om voor te lezen uit De draaischijf. En reken maar dat ik ervoor zal zorgen dat het vol zit.’

Intussen draait de firma Tom Lanoye op volle toeren. Behalve De draaischijf en OustFaust zijn er de komende maanden twaalf premières van bestaande Lanoye-theaterteksten in vijf landen. Al die activiteiten zijn ondergebracht in ‘De Naamloze Vennootschap Lanoye’, gevestigd te Antwerpen, met een dependance in Kaapstad, waar de schrijver een deel van het jaar woont.

‘Mijn bedrijf handelt in literair afgewerkte producten, zo staat het genoteerd. Het is een soort literaire Andy Warhol, het functioneert als een kleine literaire multinational. We hebben ook aandeelhouders, die ik uiteraard zelf uitkies, en we houden aandeelhoudersvergaderingen in ons stadspaleisje in Antwerpen, waar dan iemand voor twaalf man komt koken. Mijn ouders waren bang dat ik de ontbijtworst op mijn brood niet zou kunnen betalen, maar van mijn firma kan ik beter leven dan dat ik ooit voor mogelijk heb gehouden.

‘Jazeker, ik ben ook zakenman, en ik ben ook een merk, en dat vind ik helemaal niet erg. Het past bij mij als kind uit een middenstandsgezin. Ik verkoop liever meer dan minder boeken. Als ik optreed, hoop ik dat het publiek mijn boeken koopt. Ik ben bedrijfsleider uit poëtische overtuiging.’

De voorstelling OustFaust van Het Nationale Theater is t/m 19/4 te zien in een aantal Nederlandse theaters.

De roman De draaischijf verschijnt deze week bij Prometheus. Op 3 april leest Lanoye zelf uit het boek voor tijdens een presentatie in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.

null Beeld

Mamma Medea

Op dit moment toert langs de Nederlandse theaters ook de voorstelling Mamma Medea (2001) van Theatergroep Suburbia, waarvoor Lanoye het Medea-verhaal grondig bewerkte. Lanoye zei daarover: ‘Medea wordt vaak voorgesteld als een feministische wraakdraak of als een arm krijsend slachtoffer, maar zij is geen van beiden. Ik heb van haar een vrouw van vlees en bloed gemaakt, die wel zeer passioneel is, maar die soms ook twijfelt en begrip probeert te hebben voor haar man Jason. Met nadruk op ‘probeert’.’

Afscheid Theu Boermans

Met de voorstelling OustFaust neemt Theu Boermans (72) afscheid als huisregisseur van Het Nationale Theater, het gezelschap waarvan hij tussen 2011 en 2017 artistiek directeur was. Na zijn lange jaren bij De Trust en De Theatercompagnie ging Boermans naar Den Haag, waar hij onder meer Midzomernachtdroom, Tasso, Madame Rosa, De revisor en Oresteia regisseerde. Boermans vervolgt zijn carrière nu als freelance regisseur.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden