Vissenkom vol oren op het nachtkastje

Schitteren in een oorlog. Dat is het verlangen dat drie mannen koesteren in de drie verhalen in Oorlogshonger van Frans van Deijl....

De 15-jarige Muus is geobsedeerd door de Tweede Wereldoorlog. Als hij erachter is gekomen dat in de buurt van zijn huis een vermoorde Duitse soldaat begraven ligt, onderneemt hij met zijn achterlijke buurjongen Witsok een met militaire precisie uitgevoerde opgraving. Witsok graaft en Muus geeft bevelen. ‘Laten we de klokken gelijk zetten’, verordent Muus, als Witsok dertien minuten te laat voor de expeditie is gearriveerd. De jongens vinden inderdaad de resten van een soldaat en zijn motorfiets, die met griezelige zorg worden schoongemaakt en tentoongesteld.

Muus koestert de botjes en schedel van zijn Duitser, net als de Vietnam-veteraan Ernest Ortega zijn doden koestert. In een brief aan zijn psychiater laat Ortega weten dat hij volstrekt geen monster is. Hij is een gewone man die in een geboobytrapt huis woont en slaapt met drie jachtgeweren in zijn bed. ‘Nee, ik ben niet bang voor inbrekers, maar ik hou er rekening mee dat ooit een familielid van de een of andere spleetoog die ik daar heb gemold, naar mij op zoek gaat en me vindt.’ Hij heeft heimwee naar de geur van jungle, naar het gevoel ‘als een roofdier’ vroeg in de ochtend op jacht te gaan. Het doden ging hem steeds makkelijker af, maar nooit kwam hij dicht genoeg bij wat hij zocht: het mysterie van dood en leven. Hij nam de oren van zijn slachtoffers mee, omdat de dode vanaf het moment van de moord bij hem hoorde, in een ongekende intimiteit. ‘Ik ben volkomen menselijk’, besluit hij zijn brief.

Vergeleken met deze maniakale oorlogsliefhebbers is Peer van der Velde een onschuldige oude man met een uit de hand gelopen liefhebberij. Hij teert op zijn roem als oorlogsveteraan, die hij dankt aan gestolen insignes van een Engelse parachutist, en leeft voor zijn deelname aan het défilé van de oud-strijders voor prins Bernhard.

Voor Peer kan niets de vergelijking doorstaan met de ellende van het front. Dat weet hij, omdat hij er genoeg over gelezen heeft. Terwijl hij zijn tenue aantrekt, repeteert hij zijn verhaal over hoe hij aan zijn manke been gekomen is – meestal hinkt hij aan dezelfde kant. Als hij bij zijn laatste défilé bijna ontmaskerd wordt, besluit hij zijn strijdtoneel te verleggen.

Frans van Deijl vertelt over mannen die zich zo hebben ingeleefd in hun heldenrol, dat ze zich niet meer kunnen handhaven in een wereld zonder oorlog. Dat de verhalen goed geschreven zijn, maakt ze des te ongemakkelijker.

Clara Strijbosch

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden