Virulent heelmeester van het tijdsgewricht

Onfray beschrijft de kanker van zijn vriendin in het voorwoord van zijn 'odyssee van het lichaam': het onderzoek in het ziekenhuis in Argentan, de röntgenopname van het kankergezwel, geïnterpreteerd, gelokaliseerd, afgetekend; de kwaadaardigheid en de remedie; het weerloze wachten op consulten, de aangetaste levenslust, de operatie en de verminking, de chemotherapie en de onvermijdelijke haaruitval.

In 1987, lang voor de borstkanker van zijn levenspartner, krijgt Onfray op achtentwintigjarige leeftijd een hartaanval. Het brengt hem op het randje van de dood. Hij ligt tussen flacons en groene slangetjes al op de snijtafel. Waar zijn, vraagt hij zich af, die kwellende pijnen en dat tergende lijden goed voor? Sindsdien verdedigt Onfray genot en verafschuwt hij pijn; maar hij wordt door scherprechters 'gestigmatiseerd'. Het gaat de 'epicuristische filosoof' alleen maar om schunnigheid en cynisch genieten. Het christelijk vlees, berispen de nieuwe kerkvaders Onfray, staat gelijk met een door de erfzonde getekend kreng. Het credo luidt: 'Gij zult lijden.'

In al zijn boeken vermengt Onfray het autobiografische genre met de beoefening van de filosofie. Hij vertelt over zijn hartinfarct, de tumor van Marie-Claude, de kwakkelende gezondheid van zijn moeder, het harde Normandische landleven van zijn vader, zijn kinder- en adolescentiejaren of over de avontuurlijke reis met zijn vader naar de Noordpool. Het schrijvende ik is geen ander; elk schrijven, de manier waarop iemand denkt en naar de wereld kijkt, is volgens hem autobiografisch, 'bekentenissen van de auteur'.

Denkers trekken een onoverschrijdbare demarcatielijn tussen het existentiële en het theoretische, tussen hun leven en hun filosofische concepten. Montaigne echter had het al over de nierstenen waaraan hij leed, zijn val van een paard en zijn kleine geslacht; John Donne analyseerde zijn tyfus. In L'Intrus, 'de indringer', schreef de filosoof Jean-Luc Nancy 'in de eerste persoon' over de harttransplantatie die hij met succes had ondergaan.

Onfray heeft het over kankers en infarcten, maar ook over eten en wijnen. Hij is geen voorstander van een 'filosofie voor filosofen' maar van een 'filosofie voor het grote publiek', een populaire of liever 'vleesgeworden filosofie'. Hij noemt namen, 'utilitaristen' die óók een afkeer hebben van duistere, onleesbare of warhoofdige teksten: Jeremy Bentham vroeger, Peter Singer nu. Van het utilitarisme, dat het grootst mogelijke geluk voor het grootst mogelijk aantal mensen beoogt, leert Onfray de geest, de werkwijze en de methode van het filosoferen: het gaat om de reflectie over heel concrete gevallen.

Mopperende critici ('alweer zo'n verhaal in de eerste persoon') beschimpen de hedonist en materialist Onfray en zien hem als 'een individu dat een willoze prooi is van zijn instincten, passies en driften'. Wie zijn boeken leest, weet dat zijn project iets anders is dan een pleidooi voor tomeloos egoïsme. Het hedonisme verwijst minder naar 'goed' en 'kwaad' dan naar 'het goede' en 'het kwade', die bij Onfray nadrukkelijk gelijkgesteld kunnen worden met genot en pijn. Voor hedonisten is pijn het absolute kwaad; dat mag of moet je toch kunnen verhelpen?

In al meer dan twintig boeken probeert hij die hedonistische dimensie van zijn denken te verfijnen. Aan pijn - zie de gekruisigde, zegt Onfray, de martelaren - wordt in morele zin een hogere waarde toegekend dan aan genot; waarom moet een lichaam lijden en worden gemangeld?

Féeries anatomiques - Généalogie du corps faustien, in het Nederlands nuchter vertaald als Het lichaam, het leven en het lijden, gaat in tegen meer dan een stuk of twintig verboden en regelingen die in de wetteksten van de Franse Republiek zijn vastgelegd. Telkens verwijst Onfray naar bio-politieke kwesties als het gebruik van embryo's, de afwijzing van elke vorm van eugenetica, regels voor anticonceptie (een discussie die nu in Nederland wordt gevoerd over de kinderwens van zwakzinnigen), systematische afwijzing van het klonen, het verbod een beroep te doen op draagmoeders, of kwesties als zelfdoding of euthanasie.

Soms lijkt Onfray de populaire heelmeester van het tijdsgewricht. Er verschijnen elk jaar wel een paar boeken, hij wordt ook veel vertaald; hij geeft lezingen, neemt deel aan debatten; je hoort hem op de radio, hij is een goeroe van het anarcho-hedonisme en een op handen gedragen welbespraakte hoogleraar aan zijn eigen 'volksuniversiteiten' in Caen en op Corsica.

Onverdroten bestrijdt hij het dom- en doemdenken. Het door het joods-christelijk arsenaal van concepten getergde lichaam moet worden 'ontkerstend'; ons lijf - hij spreekt over 'het faustiaans lichaam' - kan worden geheeld, gerepareerd, gekloond, getransplanteerd, verbouwd, vernieuwd, veranderd of bijgesteld. Zijn boek gaat over de strijd tussen het gilde van de moderne chirurgen, volgens sommigen 'de incarnatie van de Antichrist', en het gilde van de priesters die zulke ingrepen verwerpen. Maar je moet het wel reglementeren; dus moet je erover debatteren.

Onfray is virulent, zowel in zijn colums - gebundeld in La philosophie féroce - Exercices anarchistes - als in zijn filosofische boeken. Hij geeft vaak strenge, al te strenge commentaren op het versluierende en misleidende karakter van de joods-christelijke ethiek. Rabbijnen en joden, priesters en katholieken, dominees en protestanten, imams en moslims, 'maar ook de vrijmetselaars in hun loge onder het blinde oog van de Grote Bouwmeester aller dingen', zegt hij, denken eendimensionaal: ze strooien over bio-ethische onderwerpen als euthanasie, klonen of genetische manipulatie, meningen rond die in het gunstigste geval behoedzaam, in het slechtste conservatief zijn.

De biologie is besmet met theologie, zegt Onfray, het hele medisch-juridische vocabularium met christelijke ongerijmdheden. Wie een woord als eugenetica gebruikt, is 'gedoemd te worden misverstaan'; over klonen blijft men maar 'doorijlen'. De tijden zijn voorbij 'waarin rechts voor het gen en links voor de omgevingsfactoren koos'. De discussie die Peter Sloterdijks 'regels voor het mensenpark' over menselijke klonen en humanisme opriepen, was nog 'niets bijzonder schokkends'; het was een proces-verbaal van een tijdsgeest, geen scherp pleidooi voor overtreding van de grenzen van de wetenschap.

De overdracht van een gen met alle mogelijkheden die zo'n ingreep biedt - transgenese - zal in de toekomst stellig als probleem worden gesteld. Rest nu juist, luidt het in Het lichaam, het leven en het lijden, 'feitelijk over transgenese te denken', een debat te voeren zonder vrees maar stoutmoedig.

Michel Onfray: Het lichaam, het leven en het lijden.
Vertaald uit het Frans door Frans de Haan.
Lemniscaat; 320 pagina's; euro 24,90.
ISBN 90 5637 574 1.
Michel Onfray: La philosophie féroce - Exercices anarchistes.
Galilée, import Nilsson en Lamm; 117 pagina's; euro 17,-.
ISBN 2 7186 0613 4.
Michel Onfray: Les icônes païennes - Variations sur Ernest Pignon-Ernest.
Galilée, import Nilsson en Lamm; 95 pagina's; euro 22,-.
ISBN 2 7186 0625 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden