tv-recensieemma curvers

Viroloog Jaap Goudsmit bracht in Zomergasten een ontnuchterende ode aan het ongewisse

Met een gulle Jaap Goudsmit was het heerlijk dobberen over de Indische Oceaan.

Wie hoopte op wat geruststelling over het coronavirus, of over wat dan ook eigenlijk, was zondagavond aan het verkeerde adres bij hoogleraar, viroloog en epidemioloog Jaap Goudsmit (69). Met een satirisch filmpje van The Onion, waarmee ‘bullshitnieuws’ en zogenaamde deskundigen werden gehekeld, zette Goudsmit de toon: hij was hier niet voor de boude uitspraken, ook niet voor kritiek op collega’s of overheidsbeleid. De keren dat hij aanschoof bij een talkshow om over het virus te praten, waren niet allebei bevallen. Gokje: Goudsmit doelde op zijn optreden bij Op1, waar zijn opvattingen werden platgeslagen. Presentatrice Janine Abbring keek wel uit met al te sturende vragen. Nee, Goudsmit wilde ons liever wat houvast afnemen – en terecht: ‘Hoe kun je nu een kenner zijn over een virus dat totaal nieuw is?’

Goudsmit bepleitte bescheidenheid, en ontvouwde het verhaal van een onderzoeker die, door schade en schande wijs, tastend en behoedzaam het onbekende wil benaderen – zoals de zeiler die schipbreuk lijdt, in zijn keuzefilm All is Lost. Met zijn kalme tempo voelde het misschien alsof ook wij kijkers als Robert Redford, dobberend op een reddingsvlotje op de Indische Oceaan dreven, maar schipper Goudsmit leidde ons gestaag en doelgericht door zijn universum.

Tot 1990, toen Goudsmit dacht een medicijn tegen hiv te hebben gevonden, wilde hij ‘intuïtieve wetenschap’ bedrijven. Wetenschap zoals hij liet zien in de documentaire Kuru: the Science and the Sorcery. Bij het onderzoek naar de oorzaak van de mysterieuze ziekte kuru, voorkomend bij de Fore-stam in Papoea Nieuw-Guinea, had Goudsmits voorbeeld Carleton Gajdusek één briljant experiment gedaan waaraan niemand had gedacht: hij injecteerde apen met de hersenen van overledenen, die de Fore aten. ‘Dat soort wetenschappers’, zei Goudsmit, ‘is de supercategorie ver boven mij.’

Aan de hand van de film Dallas Buyers Club, waarin aidspatiënt Ron Woodroof wanhopig op zoek is naar een behandeling, vertelde Goudsmit over de druk die hij gevoeld had toen hij in 1990 in Science publiceerde over zijn vermeende vinding: ‘De proeven zagen er mooi uit, maar waren door mij slordig uitgevoerd.’ Dat noemde hij nu een ‘enorme stommiteit’, en er lag natuurlijk een waarschuwing in verscholen, om te waken voor haast bij vaccins tegen het coronavirus. Wetenschappers, wilde Goudsmit maar zeggen, zijn gewone mensen, die nu en dan blunderen.

Viroloog Jaap Goudsmit in Zomergasten

‘Ik schaamde me eigenlijk de hele dag’, zei Goudsmit zonder omhaal. Abbring durfde naar de zwarte bladzijde te vragen, en Goudsmit durfde zich bloot te geven. Hij liet ook de suggestie van Abbring toe dat hij zijn toenmalige collega Henk Buck, voor wiens carrière de gevolgen zwaarder waren dan voor Goudsmit, weleens had mogen opbellen: ‘Hij gaf aan dat hij dat best wel gewaardeerd zou hebben.’

Het kostte hem tien jaar, vertelde Goudsmit, voor hij doorhad dat hij de wetenschap anders moest beoefenen. Voor die intuïtieve wetenschap van Gajdusek, was hij ‘te dom’. Nee, liet hem maar iets maken, zoals Jiro, de held uit de documentaire Jiro, dreams of sushi, een sushichef die met 85 jaar nog elke dag sushi maakte. ‘Als je een product maakt, kan iedereen proeven dat het deugt’, zei Goudsmit over zijn overstap van de academische wereld naar de industrie. Goudsmit wilde doorjakkeren, als Jiro.

Kwam bij zijn moeder vandaan, ‘de neiging om ’s ochtends wat er ook gebeurt met veel goede moed weer aan de slag te gaan’. Dat vertelde Goudsmit bij een fragment uit het portret dat zijn dochter Leah Goudsmit van zijn moeder Hedda Van Gennep maakte. We kregen een idee van het oorlogstrauma van de familie, en toch had zijn moeder in hem juist ‘een vrolijkheid geïnstalleerd’.

Ook Goudsmits grotendeels afwezige vader werd toegevoegd aan de bellijst op aanraden van Abbring, die inmiddels wat speelruimte had. Er bleven wat kansen liggen om in te gaan op Goudsmits ideeën over bijvoorbeeld Amerika en armoede – Abbring zocht vooral de emotie op. Ook toen het ging over de depressie die Goudsmit als 17-jarige kreeg, leek hij vooraf geen linten te hebben gespannen waar de presentatrice niet door mocht. ‘Een ontbrekende vader stelt hoge eisen’, zei Goudsmit. Jammer was dat Abbring even een rupsjenooitgenoeg leek te worden, toen Goudsmit weigerde harde woorden te spreken over die vader: ‘Je benadert het analytisch, want zodra het over gevoelens gaat, ga je eromheen.’ Nee hoor, zei Goudsmit, dit was zijn manier om ermee om te gaan.

Dat krijg je nou eenmaal met wetenschappers. Goudsmit besloot zijn ode aan het ongewisse met zijn inleiding bij zijn keuzefilm All is Lost: Robert Redford, die op zijn vlotje op de Indische Oceaan een sextant leert gebruiken – Goudsmits sextant was zijn werk. ‘Overleven is niet alleen het overwinnen van hindernissen’, zei hij. ‘Maar ook de hoop dat je ergens heen drijft en dat dat zin heeft.’ Je kon er even bleek van worden, een avond vol onzekerheid, en wij, het volk met een virus op een vlotje, maar ach, er wás tenminste een sextant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden