'Vinden jullie het eng om te spelen?'

Na de moord op Theo van Gogh was de theatervoorstelling 'De gesluierde monologen' niet meer dezelfde. De actrices die in het stuk vrijmoedig spreken over seksualiteit en islam, meden elke publiciteit, maar speelden wel stug door....

Een collega-actrice had naar gedroomd: er was een receptie aan de gang in een hoog gebouw in Amsterdam. De skyline was fantastisch, tot ze zag dat een ander hoog gebouw vuur vatte. Het vuur verspreidde zich. Opeens stond ook het gebouw waarin zij zich bevond in brand. Er was chaos en paniek. Zoals tijdens de tragedie op 11 september 2001 in Amerika.

De collega had, voordat ze deze droom had gehad, al besloten met de voorstelling De gesluierde monologen te stoppen. Een eigen show liep een zware tournee in de weg. Toch dichtte ze deze droom een voorspellend karakter toe en vond ze het nodig een aantal collega's te waarschuwen.

Dit alles gebeurde in 2003, een paar maanden voor de première van De gesluierde monologen en lang voor de aanslag op Van Gogh in de Linnaeusstraat. Wat moet je dan? Het is vreemd hoe het werkt in de mens. Je probeert het hoofd koel te houden en te zoeken naar aanwijzingen van iemands eigen angsten. Alles is projectie en dromen zijn zelden voorspellend. Maar feit is ook dat je weet dat je een tijd in een beschermde omgeving hebt gewerkt aan een voorstelling waarin je hebt kunnen wennen aan de heftigheid van sommige monologen. Zodat je de monologen als materiaal kunt beschouwen om mee te werken. Vehikels, onmisbare schakels voor een groter geheel. Een voorstelling.

Een feit is dat je op het punt staat de voorstelling geboren te laten worden. Feit is ook dat je de ervaring van het publiek niet onder controle hebt. Het enige dat je kunt controleren, is je eigen werk. Klopt de voorstelling? Is dit wat je wilt zeggen? De droom van de collega was de eerste ervaring waardoor ik licht uit het lood werd geslagen.

Lang voor de moord op Theo van Gogh hadden we dus onze eerste ervaring van angst en onzekerheid over de voorstelling. Bij de première in december 2003 hadden we onze eerste, en voorzover ik weet enige, bommelding. Een paar posters werden weggehaald en de voorstelling ging gewoon door. En dat was dat.

Er werd op een behoudende manier met de publiciteit omgegaan. Adelheid Roosen, de initiator en maker van de voorstelling, heeft van het begin af aan rekening gehouden met de hokjesgeest van de media. Als een moederkloek heeft zij de voorstelling beschermd tegen vooringenomen blikken, hokjesdenkers die erop gebrand waren de voorstelling te labelen als iets, maakt niet uit wat.

Dankzij de beslissing om spaarzaam in de publiciteit te treden, bereikten we dat het publiek onbevooroordeeld naar de voorstelling kwam. Dat ze geen enkel idee hadden van wat ze te wachten stond, enkel dat ze zich hadden voorgenomen om iets te ervaren. Wat ze kregen: een liefdevolle en sensuele benadering van het intieme leven van de islamtische vrouw, gebaseerd op interviews van vrouwen van vlees en bloed. Geen enkel onderwerp wordt onbesproken gelaten. Van homoseksualiteit tot besnijdenis.

Theater maakt ruimte voor poëzie die in de verhalen, in de cultuur en in de vrouwen is te vinden. Het is een eerlijke voorstelling waarin meerdere waarheden mogelijk zijn. Net zoals ieder individu elk gegeven in het leven anders ervaart, ervaart hier ook iedere vrouw hetzelfde gegeven anders. Kortom: het is niet zwart of wit. Geen gemoraliseer. Geen beschuldiging. Geen slachtofferschap. Het is als het leven zelf: hard en zacht, pijnlijk en grappig, plat en poëtisch.

2 November 2004 werd heel Nederland uit het lood geslagen. Om dan te toeren met De gesluierde monologen heeft iets dubbelzinnigs. Enerzijds wil je even pas op de plaats maken, maar is er geen tijd voor reflectie. Anderzijds wordt het belang van de verhalen die je vertelt duidelijker dan ooit door de actualiteit. Op de avond van de moord op Theo van Gogh hebben we in het theater gestaan. Met een kort voorwoord hebben we gespeeld.

Die avond heb ik eens in een column beschreven. Een kleine weergave: als ik die avond op beeld had kunnen vastleggen, dan had je alleen een paar vage figuren kunnen waarnemen, met daar overheen noorderlicht. Zo voelde het althans voor ons allemaal.

Het toeren ging door. Weer kwam de pers op ons af, met aanvragen voor interviews en artikelen. En weer werden die godzijdank geweerd zodat de toon van de voorstelling beschermd bleef. Zodat het niet kon worden misbruikt voor stemmingmakerij. Zodat het niet alsnog geëtiketteerd zou worden. Het land wist niet meer wat te denken. Soms werd er na afloop gevraagd: 'Vinden jullie het niet eng om te spelen?' Waarop ik antwoordde met een wedervraag: 'Vindt u de voorstelling aanstootgevend?' 'Nee, ik vond hem prachtig, maar...' 'Dank u.'

Sommige toeschouwers waren in de war. Een vrouw vroeg na afloop van weer een voorstelling: 'Wat bedoelen jullie nou? Zijn jullie voor of tegen de islamitische cultuur? Dat werd mij niet helemaal duidelijk.' Wat een extreme vorm van onzelfstandigheid. Wat valt hier nou op te zeggen?

Sommige theaters namen voorzorgsmaatregelen. We kwamen op plekken waar we achteraf pas te horen kregen dat er beveiliging was ingehuurd. En dat de politie voor aanvang en na afloop was langs geweest. Je kunt je hierdoor laten beïnvloeden en je gek laten maken. Of je kunt het opzij schuiven en doorgaan.

Tot je op een avond in het theater zit en je oog valt op een jongen. Een donkere jongen, Turks waarschijnlijk, en je merkt dat hij alleen zit. Even hoop je nog dat hij met anderen is, want er komen al weinig mannen naar deze voorstelling, laat staan een jongen alleen. Je ziet een paar vrouwen naast hem zitten en hoopt dat ze met elkaar zullen praten. Dat doen ze niet. De jongen ziet je blik en begint ongemakkelijk om zich heen te kijken. Wat te doen?

Vlak voor het zaallicht uitgaat besluit je het aan de technicus door te geven. Het stuk begint. Opeens zie je een paar mensen rondlopen op het balkon dat daarvoor nog afgesloten was. Het zijn blonde mensen en ze lijken iets te zoeken. Je vraagt je nog af hoe ze je denken te beschermen vanaf het balkon terwijl die jongen in het publiek zit. Je gaat door met de voorstelling en duizend dingen gaan door je hoofd: 'Waarom zit hij achterin, aan het gangpad? Om beter te kunnen vluchten? Hij is vast onschuldig. Wat doet hij dan hier alleen in deze voorstelling? Zou ik het redden om in één sprong achter de bank te belanden als er iets gebeurt?'

Na een tijdje is het onhoudbaar. Het is te bizar. Je accepteert. 'Laat maar komen dan, ik kan toch nergens heen. En ik zal verdomme prachtig spelen ook!' Na afloop bleek de jongen een ckv-leerling te zijn. Die in het kader van cultuurvorming voorstellingen bezoeken. Al zijn klasgenoten hadden ervoor gekozen om naar de Marokkaanse rapper Ali B te gaan. Omdat hij van theater hield, had hij deze voorstelling gekozen. De theaterdirecteur had hem na afloop gevraagd wat hij van de voorstelling vond: 'Moedig en prachtig.'

Soms zijn dit soort voorvallen nodig om je weer bij zinnen te brengen. Om de onderstroom van angst die je leven kennelijk regeerde bij de haren te pakken en uit de diepte te sleuren zodat je het in zijn gezicht kan spugen en de oever op smijten om het te laten creperen. Geen ruimte voor dit soort parasieten in mijn rivier.

Natuurlijk is dit niet het enige incident. Het langst is mij bijgebleven een bezoek van vijf Turkse meisjes in Apeldoorn. Ze hadden na het zien van eenderde van de voorstelling de zaal verlaten en stonden ons na afloop in de foyer op te wachten. 'Jullie denken dat het publiek lacht omdat ze het grappig vinden, maar ze lachen jullie uit en jullie hebben het niet eens door.' Ze waren allen achttien. De lange haren blond geverfd. Agressief, en gekwetst tot in het diepst van hun wezen.

Toen bleek dat er geen enkele dialoog mogelijk was, besefte ik dat dit ook niet was waar ze op uit waren. Ze wilden enkel hun ei kwijt. Ik vond ze nogal brutaal. Blijf dan op je krent zitten en zing de hele voorstelling uit. Dan kun je het nog gefundeerd ergens over hebben. Maar ook dit is een paradox: discussie, hoe rechtlijnig ook, impliceert kennis. Iets wat deze meisjes niet bezaten. De woordvoerster: 'Echt ongelofelijk. Ik wist niet dat dit speelde. Jullie moeten blij zijn dat andere Turken hier niets vanaf weten, want anders...' 'Anders wat?! Vind je dat we een kogel verdienen?' Daar schrok ze van. Soms moet je mensen voorkauwen wat ze eigenlijk tegen je zeggen. Zodat ze daarna alsnog kunnen beslissen of ze het menen. Toch waren het niet hun standpunten die mij lang zijn bijgebleven maar het uitzichtloze van hun situatie: zo jong en al zo blind en doof. En gekwetst. Door wat?!

Er zijn duizenden manieren om iets te zeggen. En er zijn duizenden manieren om iets te interpreteren. Mensen hebben de neiging zo snel mogelijk terug te gaan naar het oude. Wat dat betreft is er geen verschil tussen de allochtoon en autochtoon. Men wil rust omdat onrust bedreigend aanvoelt. Het heeft ook bedreigende kanten als die onrust angst en de daaruit voortvloeiende reacties tot gevolg heeft.

Maar onrust kan ook constructief zijn. Het is niet verkeerd om uit het lood geslagen te zijn. Het onbehagen creëert ruimte waardoor we dingen kunnen onderzoeken. Een plek waarin het 'niet weten' regeert, zodat er ruimte is voor het vreemde. Voor het anders denken.

We hebben nogal wat achterstallig onderhoud ten aanzien van elkaar en wat we kennen en denken te weten van elkaar. Het theater is één van de plekken waar we iets kunnen ervaren. Iets dat ons hopelijk verrijkt. Waar we van nature al opener zijn dan in het dagelijks verkeer. Beauty is in the eye of the beholder. Dit geldt ook voor het kwaad of dat wat men aanstootgevend vindt. Binnenkort hebben we twee extra bijzondere optredens: in de Tweede Kamer en in de culturele ruimte van een moskee in Gelderland. Ik kijk er naar uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden