ESSAY

Vind je eigen weg in deze klerenzooi

Het belang van kledingkeuze: kleren dienen een doel

Over wat we dragen, is, bewust of onbewust, nagedacht. Want kleren dienen een doel. Heel veel doelen zelfs. Cécile Narinx schreef er met twee anderen een boek over en houdt hier een pleidooi voor een andere kijk op kleding.

Jaden, de zoon van acteur en rapper Will Smith, is een zogeheten gender fluid en kleedt zich vaak in vrouwenkleren. Foto Hollandse Hoogte

Vat het niet te lichtzinnig op, maar ik wil graag weten wat u aanheeft. Ik kan het niet zien, maar ik durf wel een educated guess te doen. Als u een vrije dag heeft, is dat wellicht een kamerjas of iets huispakkerigs. Bent u man en werkt u in kantoortuin of onderwijs, dan is het tien tegen één een trui of ruitjeshemd met een broek; bent u een baas, dan is het een pak met das. Voor de vrouwen is er iets meer keus, maar ik durf te wedden dat er vandaag veel halfhoge pumps de deur uitgaan, met panty's en een representatieve outfit tot minstens knielengte.

Zit ik er ver naast? Vast niet. Ik weet heus wel dat u geen modepopje bent, en daar zal ik u zeker niet van betichten. Maar wat ik ook weet is dit: niemand trekt zomaar iets aan 's morgens. Wat we dragen, daar is bewust of onbewust over nagedacht. Omdat kleren een duidelijk doel dienen - meer doelen zelfs dan u had durven dromen.

Stel: het is zomer en we zitten met z'n tweeën op een terras, ergens in Italië, rond borreltijd. Het uur van de passegiata, het paraderen over boulevard of dorpsplein. We zien macho's met een ver opengeknoopt shirt. We zien een oudere dame met een perfect zittende deux-pièces en een oudere jongere in een shirt van The Sex Pistols. We zien de lokale sirenes in tricot stretchjurken. We zien de Ghanese pareoverkoper met een gebatikte kiel. De pastoor met z'n witte boord, een bouwvakker met helm, een Hollands gezin in Gaastra-polo's.

In het stief kwartier dat we voorbijgangers hebben bekeken, kregen we veel informatie binnen. Of iemand lang of kort, oud of jong, dik of dun, bleek of bruin is. De rest van de boodschap sprak luid en duidelijk uit de kleding, het meest praatgrage van 's mens' visuele aspecten.

Iedereen met kleren aan laat zien wie hij of zij is of wil zijn en dracht sluit nauw aan bij identiteit, daar is een hele stoet sociologen het over eens. Wat kleren kunnen laten zien is dit: levensfase, seksuele voorkeur, gender, sociale klasse, nationale identiteit, welzijn, etniciteit, religie, politieke voorkeur en persoonlijke interesses - en of dat nog niet complex genoeg is zijn er ook combinaties of overlappingen van bovenstaande begrippen mogelijk. Wat kleren voor hun dragers kunnen zijn, is al even divers: beschermers, ondersteuners, verleiders, troosters, spreekbuizen, zwaailichten, camouflagenetten, warmhouders of tooien van een rite de passage.

Je zou een boek kunnen vullen met al die rollen en boodschappen die in kleren verborgen zitten. Dat is ook precies wat ik het afgelopen jaar samen met journalist Merel Bem en beeldredacteur Marije van Regenmortel heb gedaan, maar voor nu zou het iets te gortig worden om alles aan te stippen. De krant moet natuurlijk niet op huiswerk gaan lijken. Vandaar dat ik me in dit pretentieloze pleidooi voor een andere kijk op kleren (want dat is het, wat u nu zit te lezen) zal beperken tot drie: status, identiteit en seks(e).

1. De rijk uitgedoste Maarten Soolmans. Foto Rijksmuseum

Status

Tuurlijk beginnen we met status, want we zitten in gedachten in Italië, land van fare bella figura. De bakermat van maffia, mode, katholieke kerk én westerse beschaving. Het roemruchte Romeinse rijk was een uiterst hiërarchische samenleving, die bol stond van symbolen en codes. Geen wonder dus dat dat ook tot in de puntjes in de kleding werd doorgevoerd. Neem nu de toga, Romeins kledingstuk bij uitstek. Feitelijk niet meer dan een kunstig gedrapeerde grand foulard, maar dan wel eentje die precies verraadt wie of wat zijn drager is.

Zo droegen hoge magistraten bijvoorbeeld een toga preatexta, licht van tint met purperrode biezen. Het materiaal was veelzeggend - waar het plebs rondliep in grauwe, stugge tunieken van ruwe wol of netels, daar droegen de patriciërs luxe exemplaren van katoen of zijde en waren ook hun toga's van kostbare, lichte materialen gemaakt.

Daarnaast was ook de kleur van belang. Gebleekte witte toga's gaven bijvoorbeeld aan dat de drager een kandidaat-politicus was, een geheel roodpurperen toga was alleen voorbehouden aan koningen of keizers - een simpel gevolg van het feit dat purperrode kleurstof peperduur was. Ook gele kleurstof, gemaakt van saffraan, was nogal kostbaar en voorbehouden aan deftige getrouwde dames en Vestaalse maagden.

2. Spijkerbroek gemaakt uit twee Levi's van Gvasalia.

Dames droegen overigens geen toga's - op overspelige vrouwen en prostituees na dan, die voor straf in een ruw wollen en ongetwijfeld ongenadig jeukende toga over straat moesten. De overige vrouwen hadden ook vrij weinig keus: een ondertuniek met een boventuniek en een al dan niet geverfde omslagdoek, dat was het zo'n beetje.

Vandaar dat de meer gefortuneerden hun rijkdom toonden door uitbundige en overdadige juwelen te dragen. Die werden steeds doller en duurder, tot op een kwade dag in 213 voor Christus, tijdens de eerste Punische oorlog, de Lex Oppia van kracht werd: een antiluxewet, ingesteld door volkstribuun Gaius Oppius, die bepaalde dat geen enkele vrouw meer dan een half ons goud mocht dragen. Oppius vond het niet gepast om in tijden van oorlog zo met je centen te pronken, vandaar. Het resultaat? De vrouwen kwamen in opstand en wisten met hulp van hun welgezinde tribunen de wet weer ingetrokken te krijgen - een voorval dat geschiedschrijver Livius heeft opgetekend in Ab Urbe Condita, zijn kloeke boek over de historie van Rome.

3. Marlene Dietrich shockeerde door broeken te dragen. Foto getty

De allerrijksten droegen het allerduurste en zetten daarmee de trend. Zo was het in het oude Rome, zo was het ook in de Renaissance, waar de leden van de stinkend rijke Medici-familie de grootste influencers waren. In de Uffizi in Florence druipt de weelde nog steeds van de portretten van de hoge pieten uit die tijd. Het schilderij dat Bronzino maakte van Eleonora van Toledo bijvoorbeeld, de vrouw van Cosimo I de Medici. Het gewaad dat ze draagt is een stukje couture van de bovenste plank. De ondergrond is zijde met fluweel, versierd met brokaat met daarin granaatappels geborduurd - die symboliseerden vruchtbaarheid, iets wat bij Eleonora met haar elf kinderen wel snor zat. Ook de gouden schakelriem en de vele parels onderstrepen het kostbare karakter van de outfit. Dit is geen jurk meer, maar een advertentie voor de Florentijnse textielkunst: elke zakenpartner die bij de Medici aanwipte zag direct dat Eleonora meer smaak, klasse en geld in haar pink had dan alle andere vrouwen bij elkaar.

If you've got it, flaunt it - dat was en bleef lang het motto van de rijke adel. Waar in de renaissance Eleonora en haar mans verre achternicht Catherina, koningin van Frankrijk, anderen de ogen uitstaken met hun dure jurken en onbetaalbare juwelen, daar deden types als Maarten Soolmans (1) en Oopjen Coppit in de Gouden Eeuw in Nederland hun duit in het zakje. De nieuwe buren van de Nachtwacht staan ongetwijfeld nog vers op uw netvlies gebrand, gehuld in zwart zijde en hagelwit kant, getooid met parels en goud, fier staand op uitzinnig gedecoreerde schoenen. En anders kent u vast de slechte reputatie van de Franse koningin Marie 'laat ze brioche eten' Antoinette wel, die dankzij haar hoge kleermakersrekeningen en haar onstilbare zucht naar diamanten de bijnaam Madame Déficit kreeg en haar carrière als statussymbool haarloos en uiteindelijk ook hoofdloos eindigde.

Coco Chanel (links) in een van haar kraagloze jasjes. Foto getty

Dit soort luxe is niet meer van deze tijd. Althans, niet meer in West-Europa. Er worden nog steeds krankzinnig kostbare juwelen gemaakt in de haute joaillerie en exorbitant dure jurken in de haute couture, en die worden heus als warme broodjes verkocht. Maar niet meer zozeer aan de westerse adel, eerder aan de vrouwen van oliebaronnen (Sjeika Mozah van Qatar, om maar eens een grootafneemster te noemen, google haar vooral even), rijke Russen en Chinezen. En een enkele nieuwrijke popster, acteur of voetbalvrouw. Opulente luxe geldt als ouderwets en ongepast (lezen Donald en Melania ook even mee?). Het zal niet voor niks zijn dat koningin Máxima en Michelle Obama nadrukkelijk laten zien dat ze alleen maatkleren bestellen voor speciale gelegenheden en voor de rest, ook voor de kinderen, 'gewoon' shoppen bij Zara of J.Crew.

Ook binnen de internationale modescene is er een kentering gaande wat betreft status dressing. Enerzijds is er een herwaardering voor stille, ingetogen luxe en ambachtelijkheid: wel het kwaliteitsproduct, geen ordinaire bling en vette logo's. Anderzijds wordt oorspronkelijkheid, gekkigheid en eigenheid omarmd, waarmee de drager zichzelf distantieert van de oppervlakkige, traditionele luxe.

De twee meest geprezen en verkochte ontwerpers van dit moment zijn Alessandro Michele van Gucci, die zijn bonte collecties baseert op vintage vondsten, en Demna Gvasalia van het merk Vetements (de naam zegt het al, niet mode maar kleren). Gvasalia (2) maakt een soort antimode die soms zo van de dump lijkt te komen en soms ook echt komt: zijn grootste hit is een spijkerbroek gemaakt van twee oude aan elkaar genaaide Levi's. Kosten: een kleine 1.000 euro, waarmee zo'n broek, die voor de leek een slordig genaaid ratjetoe lijkt, het ultieme nieuwe statussymbool is geworden.

5. Jaden Smith als model voor Louis Vuitton. Foto Bruce Webber

Identiteit

Met de term antimode zoals-ie hierboven al viel, zijn we mooi aanbeland bij de tweede functie van kleren: die van identiteitsbepaler. Identiteit valt te definiëren als de representatie van het individu tegenover de rest van de wereld. Door wat je draagt kun je nog voor je één woord hebt gesproken laten weten dat je bij een bepaalde groep hoort, of - in het geval van antimode - ergens juist níét bij wilt horen. Zo dient voor pak 'm beet orthodoxe Joden en zusters benedictinessen hun outfit om de buitenwereld te tonen dat ze bij een geloofsgemeenschap horen. Voor verkenners, majorettes en Toppers-publiek dienen hun uniforme uitdossingen ook om hun gemeenschapszin te illustreren, maar hun dracht heeft een beduidend minder streng want vrijwillig gezelligheidskarakter. Dan zijn er nog de vele dagelijkse groepsdrachten die duidelijk maken met wie we te maken hebben: emo of ordi, rapper of rocker, kamper of kakker.

Wie zich een voorstelling wil maken van de veelheid en diversiteit van stereotype kleedstijlen: sla er boek of site Exactitudes van fotograaf Ari Versluis en stilist Ellie Uyttenbroek eens op na. Een completer en meerzeggender overzicht van types zag u zelden. Wat opvalt: sommige looks gaan decennialang mee, zoals die van de netwerkende old boy in z'n doublebreasted blazer en de rocker in bandshirt en loeistrakke jeans, andere tribes zijn inmiddels vrijwel uitgestorven, zoals de hakkende gabbers en de midlifemannen in bloemenshirt (met Frénk van der Linden als dappere overlever).

Veel nieuwe subculturen ontstaan vanuit de gedachte niet of niet langer bij een reeds bestaande groep te willen horen. Logischerwijs rijst die gedachte doorgaans in de puberteit, de periode waarin zoete kinders veranderen in mopperende mutanten die druk bezig zijn een eigen plek en stem in de maatschappij te vinden. De vetkuiven uit de jaren vijftig zetten zich af tegen hun conservatieve vaders met zijscheidingen. De hippies protesteerden in fladderjurken tegen de stijve naoorlogse moraal, tegen Vietnam en tegen rassen- en sekseongelijkheid.

De punkers staken met hun outfits een dikke middelvinger op tegen establishment en politiek van de late jaren zeventig. Meer nog dan rockers en hippies gebruikten punkers het lijf als pamflet. Doorsnee kleren werden beschilderd met leuzen en symbolen en opnieuw gecombineerd waardoor ze een totaal andere betekenis kregen. Schotse ruiten, gescheurde jeans en veiligheidsspelden schreeuwden boosheid en frustratie over armoede en werkloosheid. Door voor vrouwen en mannen een soortgelijke dresscode te hanteren - beiden droegen zowel combat boots als make-up - werd ook de ideologie van de seksegelijkheid uitgedragen. Want was er iets burgerlijker dan een scheiding tussen de seksen?

6. Uit de genderneutrale collectie Ungendered van Zara.

Seks(e)

En zo zijn we aangeland bij de derde functie van kleding: het stimuleren of juist voorkomen van seksuele aantrekkingskracht. En het definiëren van sekse. Korte flashback: in het oud-Griekse theater werden alle vrouwenrollen door mannen in dameskleren gespeeld. Dames dienden ver weg te blijven van het toneel, want dat zou maar ongeluk brengen. Ook in de volgende eeuwen werd het niet kies gevonden als vrouwen de planken op gingen. Dat bleef zo tot de 17de eeuw, toen vrouwen zoetjesaan begonnen op te treden in opera's - iets wat de toenmalige paus Clemens XI niet beviel. In de woorden van de heilige vader zelf: 'Een mooie vrouw die op het toneel zingt en haar kuisheid bewaart is als een man die in de Tiber springt en zijn voeten droog houdt.' Nodeloos te zeggen dat de beste man voor zijn eigen koor castraten inhuurde voor de hoge noten.

Dwarse paus of niet, vrouwen lieten zich het toneel niet meer afjagen en speelden soms zelfs mannenrollen, zoals Macheath in De driestuivers-opera, omwille van het komische effect. Later volgde een lange reeks vrouwelijke Peter Pans, omdat jonge jongens simpelweg niet elke avond tot laat het toneel op mochten.

Hoewel de toneelbezoeker zodoende gewend was geraakt aan crossdressing en de weg voor Tante Es en Dame Edna wagenwijd openlag, was het voor iedereen die zich in zijn privéleven wilde hullen in kleren van het andere geslacht niet zo simpel. Mannen die graag vrouwenkleren droegen moesten dat in het diepste geniep doen, zo lezen we in verslagen over de zogeheten 'Molly culture' uit het 18de-eeuwse Engeland, waar homoseksuele mannen elkaar op geheime adressen ontmoetten en zich amuseerden door bevallingen na te bootsen of zich te verkleden als vrouw. Dat terwijl de gangbare mannenkleding uit die tijd best vrouwelijke trekjes had, naar hedendaagse maatstaven althans. De schoenen hadden strikken en de jasjes waren geborduurd met bloemen en glimmers, opdat ze knap flonkerden in het kaarslicht.

Deftige dames uit die tijd zaten strak in een keurslijf, ook letterlijk. Ze konden amper ademen in hun korsetten, amper lopen in hun strompelrokken en krappe mouwinzetten beletten het om meer te tillen dan een kopje thee. Typerend is ook het ontbreken van jassen voor vrouwen, die werden geacht om braaf binnen te blijven: tais toi et sois belle.

Korsetten mochten gelukkig met pensioen in de roaring twenties, de tijd dat de dames met hun rechte jurken en korte kapsels steeds meer op jongens gingen lijken - een erfenisje van de Eerste Wereldoorlog waarin ze ook letterlijk hun mannetje hadden moeten staan. Voor vrouwen was het evengoed tot ver in de 20ste eeuw nog shockerend om in een broek te verschijnen. Marlene Dietrich (3) veroorzaakte een ware rel toen ze in 1932 een filmpremière in New York bijwoonde in een smoking. Heel Amerika sprak er schande van - terwijl in Parijs niemand nog een wenkbrauw optrok als een dame een broek droeg. Ongetwijfeld te danken aan pionier Coco Chanel (4), die maar al te graag leentjebuur speelde in de garderobes van haar minnaars en haar kraagloze jasjes zo ruim ontwierp dat moderne vrouwen er een auto mee konden besturen.

Niet dat de New Yorkers snel aan de vrouwenbroek wenden trouwens. In 1968 werd de Amerikaanse socialite Nan Kempner toegang geweigerd door het deftige restaurant Le Côte Basque, omdat ze een broek droeg, als onderdeel van het toen reuzehippe Yves Saint Laurent broekpak. De maître d' van dienst vond voor vrouwen een broek net zo ongepast in een restaurant als een badpak. Waarop Kempner de broek uittrok en doodleuk doorliep, bewerend dat ze nu gewoon een héél kort jurkje droeg.

Inmiddels schrijven we 2016 en is er een hoop veranderd. Van androgynie op de catwalk kijkt sinds transmodel Andrej Pejic (u kent hem nog van de HEMA-campagne), niemand meer op. Jaden (5), de gender fluid zoon van Will Smith, was dit voorjaar campagnemodel voor de vrouwencollectie van Louis Vuitton. En behalve de modellen zelf wordt ook de kleding die ze tonen steeds sekseneutraler.

7. Marlyn Monroe in de Happy Birthday, Mister President-jurk. Foto ap

De twee meest gehypte merken van dit moment, de reeds genoemde Gucci en Vetements, kondigden dit jaar aan geen aparte vrouwen- en mannenshows meer te zullen geven, en ook geen uitgesproken mannelijke of vrouwelijke collecties meer te ontwerpen. Ook highstreetketens doen mee: Zara (6) experimenteerde met de genderneutrale collectie Ungendered, en het Britse Selfridges lanceerde vorig jaar de genderloze pop-upstore Agender. Wat behalve het gelijkheidsbeginsel misschien ook meespeelt: meisjes in jongenskleren en vice versa worden door het contrast enkel spannender - iets wat superverleidster Marlene Dietrich in de jaren dertig natuurlijk al dik in de smiezen had.

Komen we bij de laatste, maar voor het voortbestaan van onze soort allerbelangrijkste functie van kleding: het verleiden en bekoren - of in het geval van boerka en nikaab juist het voorkomen daarvan. Waar dieren zich in de bronsttijd moeten behelpen met metershoge veren en rode billen, daar heeft de mens goddank het textiel nog.

Uiteraard kan ik hier een dikke boom opzetten over de niemendalletjes van Cleopatra of de preutse Victorianen, die al bloosden bij het zien van een enkel, maar dat wist u al. Bovendien is er in de loop der jaren niet zo gek veel veranderd: zo schandalig strak en bloterig als de jurken van Kim Kardashian zijn, zo scandaleus was de Happy Birthday, Mister President-jurk van Marilyn Monroe (7) immers ook. Verleiden is uitdagen: in het meest optimale geval openbaart een aanlokkelijke vrouwenoutfit een gulle belofte, maar blijft er ook nog iets te raden over. En waar heteroseksuele vrouwen uit de oudheid in katzwijm vielen voor een centurion in gevechtstenue of een gladiator in een leren rokje, daar zijn het nu geüniformeerde piloten of surfdudes in shorts die de harten sneller doen kloppen.

Zoveel mensen, zoveel zinnen, zoveel smaken, en dat is maar goed ook natuurlijk. Gelukkig is er voor elke gelegenheid en elke meug wel een outfit te bedenken. En zo fijn als het is dat je met je eigen kleren kunt vertellen wie je bent en wat je beoogt, en dankzij andermans kleren kunt bevroeden wie zij zijn - zo fijn is het ook dat er af en toe paradijsvogels en vernieuwers opstaan die anders durven zijn, die willen uitblinken of opvallen, die de straat en daarmee het leven kleur geven. Want grijze muizen en mussen zijn er al meer dan genoeg.

Donderdag verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact Dit boek gaat niet over mode - de kracht van kleren, geschreven en samengesteld door Cécile Narinx, Merel Bem en Marije van Regenmortel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.