Reportage Carnaval 2019

Vijftig tinten rood en groen: We zin wir de leste is (bijna) klaar voor de leutstoet

Met man en macht werkt carnavalsvereniging We zen wir de leste aan de praalwagen van dit jaar. De 105de alweer van de Wouwse ontwerper Karel Schrooyen. Zijn papboer moet vanaf zaterdag in vier plaatsen met de leutstoet meerijden.

Karel Schrooyen met zijn ontwerp voor de praalwagen van Wouw dit jaar. Op de achtergrond wordt de wagen gebouwd. Beeld Marcel van den Bergh

‘In de rechterarm zit het mechaniek’, zegt Karel Schrooyen (68) wijzend naar een 8 meter hoge pop van een Wouwse papboer. ‘Daarmee kan hij zijn bolhoed op- en afzetten. Die vissen daar kunnen ook bewegen, die prei en spruiten ook. Bijna alles op deze carnavalswagen kan bewegen.’

Grafisch ontwerper Schrooyen geeft met nauwelijks verholen trots een rondleiding langs de 20 meter lange praalwagen in de krappe bouwloods van carnavalsvereniging We zen wir de leste, in een voormalige metaalfabriek in Roosendaal. ‘Rood en groen is (pap)boerenfatsoen’ is de 105de carnavalswagen die hij de afgelopen decennia heeft ontworpen – de kleine wagens en creaties niet meegerekend.

Papboeren

De boeren van Wouw, een dorp bij Roosendaal, werden vroeger papboeren genoemd, legt hij uit. Want de grond van Wouw was heel vruchtbaar, in tegenstelling tot het ‘klapzand’ elders in de regio. Daarom liepen de Wouwse boeren rond met bolle wangen en dikke buiken, en was de pap die ze aten zo dik dat ze er met gemak een lepel rechtop in konden zetten. In het dorp staat een bronzen beeldje van de papboer, ook gemaakt door Schrooyen, die eveneens tekende voor de nieuwe slogan bij de dorpsgrens: ‘Met een groot Wouw-effect.’

Het is enkele dagen voor de start van het feest der feesten en het wordt nog even buffelen voor de mannen en vrouwen van We zen wir de leste, maar het gaat lukken: zaterdag rijdt de papboer ‘in vijftig tinten rood en groen’ mee in de leutstoet van Roosendaal, zondag in Halsteren, maandag in Hoogerheide en dinsdag in thuisdorp Wouw.

Volgens de ontwerper zitten er ook wel vijftig gezegden en uitdrukkingen over rood en groen verwerkt in de praalwagen, gemaakt van pir, een isolatiemateriaal dat makkelijk gezaagd en geschuurd kan worden. ‘Als een rooie lap op een stier’ vormt het voorste deel van de carnavalswagen. Ook de ouwe bok die wel een groentje lust, ontbreekt niet. Of de rooie rug en de paling in ’t groen.

Liefdewerk en een pilske

De bouw is in september al begonnen. De laatste weken werken ze bijna elke avond met zes man, en in de weekeinden met een man of vijftien. Hoeveel manuren er wel niet in zitten, dat wil je niet weten. Maar dat is liefdewerk oud papier, lekker gezellig samen bouwen en een pilske na afloop. De materiaalkosten schat Schrooyen op 9.000 euro.

Dat bedrag wordt deels terugverdiend door sponsoring van bedrijven en winkeliers. Maar ook door het prijzengeld van de optochten. De eerste prijs in Roosendaal levert de winnende bouwclub 1.000 euro op; in de dorpen eromheen ligt het prijzengeld iets lager. In Bergen op Zoom, het walhalla der carnavalsstoeten, kan de winnaar zelfs een veelvoud daarvan incasseren.

Een derde inkomstenbron is de verkoop van de praalwagen (of onderdelen daarvan) na afloop van de tochten, bijvoorbeeld aan een winkeliers- of carnavalsvereniging over de grens in België. Daarmee kan zomaar 1.500 euro of meer worden terugverdiend. Op marktplaats.nl worden meerdere wagens te koop aangeboden, maar daar doet Schrooyen niet aan mee: ‘Die gaan alleen maar voor dumpprijzen weg.’

Niet zomaar een leutwagen

Bovendien heeft hij een naam op te houden. Want de grafisch ontwerper en oud-docent uit Wouw tekent niet zomaar even een leutwagen bij elkaar. Het moet wel ergens over gaan, alles moet kloppen en tot in de perfectie zijn afgewerkt. Hij voelt zich een kunstenaar die elk jaar weer de grenzen opzoekt. ‘Drie jaar geleden had ik een volledig witte wagen ontworpen’, vertelt hij. ‘Da zien we nie zitten’, was de reactie van de carnavalsvereniging. Toen is hij maar half wit en half in kleur gemaakt. Dat was ook wel bijzonder en viel best op in de stoet.’

Het is elk jaar weer competitie met die andere ‘creatieveling’ in het dorp, die de wagen van de concurrerende carnavalsvereniging ontwerpt. Of met andere ontwerpers in de regio. In de bouwloods op het industrieterrein in Roosendaal werken wel vijf carnavalsclubs aan hun creaties, in afzonderlijke compartimenten. Ze zijn concurrenten, maar gaan ook wel amicaal even buurten bij elkaar.

Schrooyens eerste carnavalswagen dateert uit de eerste helft van de jaren zestig: een parodie op het REM-eiland, een platform in de Noordzee waar de eerste commerciële televisie-uitzendingen (TV Noordzee) werden verzorgd. Met enige schroom laat hij een vergeelde zwart-witfoto zien: een simpel bouwsel vergeleken met de spectaculaire praalwagens van deze eeuw.

Een jaar later maakte hij een wagen over de schoolstrijd, toen meisjes en jongens bij elkaar op school kwamen te zitten. ‘Dat was wat hier op het dorp’, lacht hij. ‘Daarvóór had je een jongens- en een meisjesschool.’

De vier P’s

Hij ontwierp een carnavalswagen als eindexamenproject op de kunstacademie in Breda. De maquette staat nog op zijn werkkamer in Wouw, een kunstzinnig ogende sobere wagen met veel kegelvormen en kubussen, het kleurenpalet beperkt tot vier. ‘Ik wilde iets anders, het carnaval is meestal ongeremd, kleurrijk en vol tierlantijnen, toeters en bellen’, zegt Schrooyen. Met ‘We springe uit de baand’ won de eindexamenwagen in 1975 de eerste prijs in Wouw en tweede prijs in Roosendaal.

In 1978 was het motto ‘We trappe deur’. Hij maakte een ventje op een heel grote driewieler met achterop een carnavalsband. ‘Hij was 12 meter hoog en helemaal van papier-maché’, aldus Schrooyen. ‘Door zijn eenvoud en grootte kreeg hij veel waardering.’

Ruim honderd wagens tekende hij voor in totaal acht carnavalsverenigingen in Wouw, Wouwse Plantage en het Belgische grensdorp Essen. Hij zag de materialen veranderen: eerst waren ze van papier-maché, daarna van polyester en paverpol (textielverharder) en nu van pir (isolatiemateriaal). ‘De vier P’s,’ aldus de ontwerper.

Veel tekeningen van al die wagens heeft hij nog in zijn werkkamer liggen. En hij heeft er nog lang niet genoeg van. Schrooyen, lachend: ‘Ik probeer in ieder geval door te gaan tot de 111de wagen. Dat vind ik wel een toepasselijk aantal voor de carnaval.’

Praalwagens van Karel Schrooyen

1984 ‘We tille dur niet zo zwaar aon’, was het motto. Deze wagen was 9 meter hoog en kon zich verheffen tot 13 meter. Tijdens de optocht kwamen we klem te zitten onder een hoogspanningskabel. Gelukkig hadden we het hoogste gedeelte voorzien van een contragewicht, zodat we met wat kunst- en vliegwerk de tocht toch konden vervolgen.’ Beeld Foto Marcel van den Bergh
1985 ‘Uit de rooie kool komen, is een uitdrukking. Het motto was: ‘we komme dur rond vor uit’. Met het mechanisme van een graafmachine lieten we van alles uit de rode kool komen. De grijper was veranderd in een enorme ‘tullepe­taon’, een parelhoen. Want Roosendaal heet in carnavalstijd Tullepetaonestad.’ Beeld Foto Marcel van den Bergh
1999 ‘Roosendaal heeft iets met rozen en het motto was ‘zit ok op roze’ oftewel: zit je ook op rozen? Voor carnavalsvereniging Rimboeanen uit Wouwse Plantage maakte ik een grote draaiende rozet van 7 meter. Polyester nodigt uit om herhaalvormen te maken. We hebben een kwartcirkel in klei gemaakt, die acht keer afgegoten en tot een grote schijf gemaakt met aan weerskanten vrolijke afbeeldingen. Het was een heel kleurrijk ding, en de eerste prijs in Roosendaal.’ Beeld Foto Marcel van den Bergh
2000 ‘Dat polyester is best duur spul, dus hebben we het een jaar later nog een keer gebruikt. Het motto van dat jaar was: ‘waar is d’n tijd?’ We hebben de schijf van het vorige jaar veranderd in twee grote klokken. Het was ook een knipoog naar voorgaande wagens: waar blijft de tijd?’ Beeld Foto Marcel van den Bergh
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.