Vijftig jaar later is A Love Supreme nog steeds prachtig

A Love Supreme van John Coltrane is een van de beroemdste platen uit de jazzgeschiedenis. Deze maand precies vijftig jaar geleden verscheen het album. Waarom is juist deze Coltrane zo goed?

null Beeld Nationaal Archief
Beeld Nationaal Archief

Het begin is meteen al bijzonder. Een klap op de gong door Elvin Jones. Pianist McCoy Tyner speelt een akkoord en John Coltrane blaast even krachtig als sierlijk zijn eerste noten op de tenor. Na 30 seconden speelt bassist Jimmy Garrison het vier noten tellende wijsje dat de basis vormt voor A Love Supreme. Een eenvoudig deuntje dat 5 minuten later zelfs even gezongen wordt door Coltrane: A Love Supreme, A Love Supreme, A Love Supreme.

We zijn dan aan het einde van Acknowledgement, het eerste van de vier delen die het als een suite opgebouwde album telt.

Als de paukenroffels van Elvin Jones het vierde stuk Psalm besluiten, zijn er slechts 33 minuten verstreken. Langer duurt het deze week vijftig jaar geleden verschenen album A Love Supreme niet.

CV John Coltrane

1926 geboren op 23 september in Hamlet

1943 begint studie aan de Ornstein School of Music en de Granoff Studios

1951 Eerste soloplaat: We Love to Boogie

1960 formeert eigen kwartet

1964 A Love Supreme live in Concert

1967 overleden aan leverkanker op 17 juli in New York

Hoogtepunt

33 minuten. Een fractie uit het oeuvre van John Coltrane die, toen het album verscheen in februari 1965, al zo'n 25 studioplaten had gemaakt. Tot aan zijn dood in 1967 zou hij er nog negen uitbrengen. En dan laten we alle live platen en postuum verschenen studio-platen voor het gemak even buiten beschouwing.

Het zijn deze 33 minuten, opgenomen op 9 december 1964, die inmiddels niet alleen worden beschouwd als een hoogtepunt in het werk van John Coltrane (1926-1967), maar in dat van de complete jazzgeschiedenis.

Daarnaast is A Love Supreme net als het vijf jaar eerder verschenen A Kind Of Blue van Miles Davis - waarop Coltrane trouwens ook meespeelt - zo ongeveer de enige jazzplaat die in de canon van de popmuziek is opgenomen.

Jong zwart Amerika

Wat is het dat A Love Supreme zo bijzonder maakt, zowel voor jazz- als voor popliefhebbers? En was die bewondering er meteen al?

Op 9 december 2014, precies vijftig jaar nadat Coltrane met zijn kwartet de studio's van Rudy van Gelder in New Jersey had betreden, werd geprobeerd hierop een antwoord te geven in het SFJAZZ Center in San Francisco. Op deze eerste van vijf achtereenvolgende avonden gewijd aan Coltranes album spraken onder anderen journalist Ashley Kahn en tenorsaxofonist Joshua Redman. Kahn stelde dat A Love Supreme al in de zomer van 1965 een bestseller werd. Iets wat ongehoord was voor een jazz-plaat. 'Hier in San Francisco was het deze plaat of Bringing It All Back Home van Bob Dylan die uit alle ramen klonk.'

A Love Supreme was ook een van de eerste elpees die aansloten bij de belevingswereld van jong zwart Amerika.

Malcolm X werd in februari 1965 vermoord. Martin Luther King had weliswaar de Nobelprijs gekregen, maar de strijd voor de zwarte burgerrechten woedde volop. En dan was er ook nog die ellendige Vietnamoorlog.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Mozes van de berg

Popmuziek bood troost en afleiding, maar in 1965 zou het nog zeker zo'n vijf of zes jaar duren voordat baanbrekende albums als What's Going On van Marvin Gaye of Shaft van Isaac Hayes verschenen. Tot die tijd was er A Love Supreme, een plaat die ook voor jazzbegrippen bijzonder was opgebouwd, namelijk als een heus album.

De meeste jazzplaten bestonden uit losstaande stukken, meestal tijdens een of twee sessies opgenomen. Wat Coltrane deed was nieuw: een compleet album vullen met thematisch naar elkaar verwijzende stukken. Hij vertelde een muzikaal verhaal.

Maar hij wist dan ook wat hij die 9de december ging doen; hij had A Love Supreme drie maanden eerder al voor een belangrijk deel uitgeschreven. Zijn vrouw Alice zei daarover, jaren later tegen saxofonist Branford Marsalis: 'Hij had zich bijna een week opgesloten maar toen hij naar beneden kwam, was het alsof Mozes van de berg was afgekomen. Voor het eerst had hij alles al uitgedacht voordat hij de studio in ging.'

Ode aan God

In San Francisco is men er niet helemaal uit, over wat Coltrane precies vooraf had uitgeschreven. Papieren met noten, schema's en andere aanwijzingen worden getoond, maar Joshua Redman ziet nergens uitgeschreven melodieën. 'Bovendien is het stuk muzikaal vrij simpel.'

Daarin volgt hij Branford Marsalis. Op de dvd-registratie van zijn voortreffelijke vertolking van A Love Supreme in het Amsterdamse Bimhuis (2003) vertelt hij Alice Coltrane dat hij zich niet kan voorstellen dat Coltrane zijn bandleden alles precies heeft voorgekauwd en laten instuderen. Hij beroept zich op de enige keer dat Coltrane de plaat integraal heeft gespeeld, juli '65 in Antibes. De ritmesectie lijkt het stuk al vergeten en maakt foutjes. Dat was zijn band nooit overkomen als die het destijds echt had ingestudeerd, 'daar waren ze te goed voor. Ze moeten op 9 december alles voor het eerst gespeeld hebben'.

Wat Coltrane beslist wel instudeerde, is het gedicht dat binnen in de klaphoes staat afgedrukt. Een lange ode aan God, die hij met zijn saxofoon speelt aan het slot van de plaat. Blazend volgt hij het ritme van het gedicht beginnend met de woorden 'I will do all I can to be worthy of Thee O Lord'. Coltrane blaast het syllabe voor syllabe.

null Beeld
Beeld

Vijftig jaar jong

Het ontging destijds veel critici, maar niet de journalist Bert Vuijsje, in zijn uitvoerige beschouwing in Jazz Wereld (september 1965). Een vijfsterrenrecensie, wat destijds nog heel bijzonder was, met de conclusie: 'John Coltrane uitte zich op de plaat nog niet eerder zó evenwichtig, doelbewust en weloverwogen.' Ook is er veel lof voor zijn band die 'zowel solistisch als begeleidend nimmer zo'n hoogte had bereikt'. De muziek was zo bijzonder dat hij Coltranes religieuze 'zweverigheid', zoals Vuijsje dat noemt, snel vergaf.

Er viel ook wel wat te verwachten van de saxofonist. In 1965 had Coltrane al veel jazzgeschiedenis geschreven. In de band van Miles Davis (1955-1960), met zijn Blue Noteplaat Blue Train (1957) met Giant Steps (1960), opgenomen twee weken na Kind Of Blue, en My Favorite Things (1961) voor Atlantic.

Met zijn kwartet had Coltrane al veel bijzonders laten horen, maar op A Love Supreme kwam alles samen. De blues waarmee hij was opgegroeid, de spiritualiteit waarvoor hij zijn leven lang al een uitlaatklep zocht, zijn experimenteerdrang en fabelachtige techniek. En dan nog die sublieme bandleden, die ook allemaal hun solo-moment krijgen. Zoals Jimmy Garrison, 3 minuten plukkend aan zijn bas aan het slot van Pursuance.

Als de paukenslagen van Elvin Jones na 33 minuten wegsterven heb je het gevoel een unieke muzikale ervaring te hebben beleefd. Steeds weer. A Love Supreme is vijftig jaar jong.

Jarig maar geen cadeaus

A Love Supreme is de afgelopen vijftig jaar meestal wel leverbaar geweest op lp, cassette en cd. Vreemd genoeg zijn maar twee van de vier albumstukken op Spotify te streamen. Ook van een jubileum-editie is geen sprake, iets wat vijf jaar geleden met Miles Davis' Kind Of Blue wel anders was. De meest complete versie is nog altijd de dertien jaar geleden verschenen Deluxe Edition dubbel-cd met live-concert en de destijds niet gebruikte tweede opnamesessie. Wat je in deze tijd van opleving van vinyl zou verwachten is een nieuwe lp-uitgave. De prachtige vormgeving en klaphoes smeken daar bijna om. Maar daarvan is geen sprake. De erven lijken het jubileum aan zich voorbij te laten gaan.

Yuri Honing (49)

'Een monument van een plaat. Het is een geheel. En dat hoor je te weinig in jazz. Wat Coltrane doet in een fase waarin hij toch al veel heeft meegemaakt: hij schrijft een suite, niet een flauwekul suite maar een echte met goede melodieën, uitstekend uitgevoerd. Een feest om naar te luisteren. 'De spirtitualiteit die altijd bij hem aanwezig was, benoemt hij voor het eerst en hij geeft haar muzikaal vorm op een manier waarop ik het snap. 'Een hele mooie balans van melodie en zeggingskracht en wat hij inzet aan techniek, soms veel, soms weinig. Dan is de band op de top van zijn kunnen. 'Wat ik ook goed vind is dat het album ruimte geeft aan de luisteraar. Dat is met de beste kunst zo. Je levert de elementen, maar het is aan ons om het af te maken.'

null Beeld Ruben Uvez
Beeld Ruben Uvez

Hans Dulfer (74)

'Achteraf een heel invloedrijke plaat. Maar toen-ie uitkwam wilde niemand het horen, hoor. Dat religieuze gedicht, dat trok men hier helemaal niet. Het was wel peace en love en zo maar religie en God hoorde daar niet bij. Ik zat daar niet zo mee, het geluid van die man vond ik fantastisch en dat vind ik nog altijd. Hoe later in zijn carrière, hoe beter ik hem vind. Die latere platen van hem met Pharoah Sanders met solo's van een half uur: fantastisch. Ze kunnen me niet lang genoeg duren. 'Dat begon allemaal met A Love Supreme, daarna werd het steeds gekker. Ik ben niet zo muzikaal als hij, maar die grote bolle noten, vind ik machtig. En het mooie is dat, op zijn allerlaatste plaat The Olatunji Concert, hij weer teruggaat naar het begin. Van die kinderlijke pieptoontjes die uit je sax komen als je die voor het eerst bespeelt. Zo speelde hij toen. Daarmee was de cirkel rond.'

null Beeld ANP / Koen van Weel
Beeld ANP / Koen van Weel

Benjamin Herman (47)

'De plaat is onvoorstelbaar, als je bedenkt waar Coltrane in tien jaar vandaan was gekomen. In 1957 was hij echt nog een junk. Een soort Pete Doherty van zijn tijd, en na A Love Supreme werd hij een soort heilige. Iedereen wilde hem nadoen, wat ook veel lol uit de jazz haalde. Hij was, zoals ik dat noem een, incredible musician maar een lousy influence; je kon niet bij hem in de buurt komen. 'Ik was gek van Miles Davis en later ook van Coltrane. 'A Love Supreme zag ik voor het eerst bij mijn broers. Zo'n prachtige klaphoes. En dat gedicht over God. Heel raar. En dan dat zingen erop, dat was echt ongehoord. 'De plaat stelt compositorisch niet eens zo veel voor, en ook improviserend was hij wel eens verder gegaan. Maar het is het geluid, en het samenspel van de band. Dat kwartet van Coltrane was toen echt op een hoogtepunt. De band speelde driehonderd keer per jaar en de leden vonden elkaar moeiteloos. Het is echt een bandprestatie. Mijn album Campert (2007) is door juist die periode van Coltrane geïnspireerd.'

null Beeld ANP / Robert Vos
Beeld ANP / Robert Vos
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden