Profiel Erik van Lieshout

Vijf werken van Dr. A.H. Heinekenprijswinnaar Erik van Lieshout: ‘Ik wilde geen politiek statement maken, maar ik ontkom er niet aan’

Donderdag 27 september krijgt de controversiële hiphopkunstenaar Erik van Lieshout (50) de prestigieuze Dr. A.H. Heinekenprijs 2018 voor de Kunst uitgereikt voor zijn hele oeuvre. Een selectie van vijf tentoonstellingen en kunstwerken die de juistheid van de jurykeuze bevestigen. 

Project Zuidplein van Erik van Lieshout Beeld Jhoeko

1. Witte de With, Rotterdam, 1994

Aambeien zo groot als bloemkolen, een ‘neger’ aan het spit, vagina’s en stijve penissen in alle varianten en maten, Mickey Mouse die zich aftrekt – wat voor de een een licht verontrustende onderwerpskeuze is, is voor Erik van Lieshout (Deurne, 1968), zeker in zijn vroege werk, de gewoonste zaak van de wereld. Bestond begin jaren negentig de term ‘hiphopkunst’ nog niet, Van Lieshout lanceerde de nieuwe stroming, samen met zijn bendegenoten Charlotte Schleiffert en David Bade, eigenhandig de Nederlandse kunstwereld in. Rauw, rechtstreeks van de straat, geschilderd en getekend met de ritmische dreun van een zware bassdrum die je netvlies doet trillen als trommelvliezen. Kunst die in je gezicht kletst als een welgemikte klodder spuug.

Rechts in beeld: het kunstwerk van Erik van Lieshout in kunstcentrum Witte de With Beeld Bob Goedewaagen

Zo jong als hij was, halverwege de 20 en net bij de postacademische opleiding De Ateliers uitgezwaaid, werd Van Lieshout (samen met Bade) in het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With breeduit gepresenteerd als onderdeel van een nieuwe generatie Nederlandse kunstenaars. Het was een welkome verfrissing, dertig jaar na Karel Appel en zijn Cobra-collega’s. 

De rest lijkt alweer geschiedenis. Alleen al door de energie die niet alleen toen maar ook nu nog steeds van het papier en linnen spat: gulzig van krijt, vet beletterd, dik in de verf; in een trial-and-errorstijl op zoek naar de juiste contouren. Werk dat door de meest uiteenlopende personages wordt bevolkt: P. Fortuyn, A. Hitler en O. Bin Laden, vriendinnen en karig geklede pin-ups, zijn eigen familie en Van Lieshout natuurlijk zelf, met of zonder borsten, kortgeschoren kapsel, brilletje op de neus. 

Ze zijn ook allemaal in zijn video’s terug te vinden, op zoek naar liefde, seks of een therapeut. Het is een versplinterde en verknipte World According to Erik. Gefilmde egodocumenten waarin iedereen het moet ontgelden: zijn moeder is een ‘kutwijf’, zijn vriendin een ‘pijpslaafje’. Maar ze zijn ook een combinatie van oud engagement en wilde nieuwe beeldmontages waaraan zelfs de hiphop nog een puntje kan zuigen.

2. Biënnale van Venetië, 2003

Al op afstand van het Nederlandse paviljoen was te horen dat Erik van Lieshout acte de présence gaf bij de 50ste Biënnale van Venetië, in 2003. Van verre dreunde de rapbeat van 50 Cents In Da Club zo verleidelijk dat je er wel naartoe werd getrokken. 

Eindpunt van die verleiding: een door Van Lieshout eigenhandig in elkaar getimmerd schuurtje annex bioscoopzaaltje met eigenzinnig Rietveldmeubilair, waarin hij zijn film Respect draaide, voor publiek dat in de hitte, onder een plafond van Perzische tapijten, naar adem zat te happen. 

Van Lieshouts ‘bioscoopzaaltje’ Beeld FBM Studio

Het eigenzinnige onderkomen, tegen het Nederlandse paviljoen aan gebouwd, met de al even eigenzinnig grof gemonteerde video, betekende Van Lieshouts internationale doorbraak in de kunstwereld. Het moet ’m vooral in de stijl hebben gezeten, want een duidelijk verhaal ontbreekt, op dat ene onderwerp na: hij wil zijn broer Bart aan een Marokkaanse vriend helpen. (‘Ik wil niet.’ ‘Bart, je hebt niets te willen.’)

Het decor waarin een en ander werd opgenomen – het Rotterdam van de metrostations – gaf de juiste kleur aan het geheel, de kleur van grijs beton. Weinig kunstenaars die zulk een onversneden beeld geven van broederliefde en geilheid in een uitzichtloze omgeving. En die dat presenteren te midden van de luxe en het opgepoetste elitarisme van de mondiale Biënnale-jetset, die de mond vol heeft van engagement maar die je zelden in een buitenwijk aantreft als daar geen kunst te zien is.

3. Duitsland, 2005

Mijn lievelingsproject: de fietstocht die de kunstenaar vanuit Rotterdam maakte naar Zuid-Duitsland om uiteindelijk, via de voormalige DDR, weer terug te pedaleren naar zijn woonplaats. Van Lieshout en Duitsland, het is een gelukkige combinatie, althans voor zijn werk. Misschien wel omdat bij onze oosterburen de geschiedenis, de onvrede over de hereniging, het vluchtelingenprobleem, het grote verschil tussen Hochkultur en Volkskultur op elke straathoek ligt te wachten, als artistiek basismateriaal. 

Persoonlijk beviel het land hem minder. Naar eigen zeggen begrepen de rechtlijnige Duitsers in het begin de ironie en losse ethiek niet van zijn grote geslachtsdelen of het schilderij van een tapijt waar een Turk doorheen is gevallen: ‘Erik, spinnst du?’ Dat daarna zijn atelier in de fik ging, nadat in lijnolie gedrenkte lappen tot zelfontbranding waren gekomen, hielp ook niet. Hij maakte er met een vriend wel een van zijn grappigste video’s: de twee, beiden met een kartonnen doos op, ter camouflage, kidnappen na een wilde rit een peperdure Mercedes 300. Titel: EMMDM oftewel Erik En Maarten Making Deutsch Mark.

Terug naar de fietstocht. Hij moet er toch al gauw 3000 kilometer hebben gestoempt op zijn 100 euro kostende Koga Miyata Road Gentleman. Niet alleen om die Duitse geschiedenis op te zoeken, maar ook om zo dicht mogelijk bij Hitler te komen: Villa Berghof op de Obersalzberg, nabij Berchtesgaden, daar waar Hitler zich graag in huiselijke sfeer terugtrok. Met weids uitzicht over tientallen kilometers dennengroen.

Van Lieshout tijdens zijn fietstocht Beeld Daniel Rosenthal

De kunstenaar maakte er, met microfoon en camera op het fietsstuur gemonteerd, urenlang opnamen. Juist daar in het zuiden, te midden van het groen, en niet in de stad, wilde hij erachter komen wat de echte Duitser bezielde: zijn discipline en arbeidsethos, de burgerlijkheid, het onderhuidse of soms juist weer onverdroten geëtaleerde racisme en de hang naar vroeger. 

Fietsen als een kunstproject, hoe verzin je het? Zelden krijg je zo’n – ook bij tijd en wijle chaotisch en hilarisch – verslag voorgeschoteld van flarden conversatie, vermengd met zelfkwelling en liefdesverdriet. Ook mooi dat de verontrustende roadmovie een voorbode is van wat we de laatste tijd aan onrust zien in steden als Chemnitz en Dresden, waar iets is opgelaaid dat door Van Lieshout al ruim tien jaar geleden en détail werd gesignaleerd. 

4. Sint-Petersburg, 2014

Je moet het toch maar durven. Het is juni 2014, Vladimir Poetin ligt al tijdje onder vuur vanwege zijn dictatoriale annexatie van de Krim, schending van de rechten van homo’s en de ‘destabilisatie’ van Oost-Oekraïne. Komt er een kunstenaar uitgerekend in het hol van de leeuw, Poetins thuisplaats Sint-Petersburg, diens presidentschap kritisch ter sprake te brengen.

Van Lieshout deed dat: tijdens de Manifesta-tentoonstelling  in de Hermitage, het wereldvermaarde museum, dat al decennia wordt geleid door een aanhanger van Poetins Groot Rusland-doctrine, directeur Michail Piotrovski

Het van oorsprong Nederlandse Manifesta was in Rusland neergestreken om er het 20-jarig bestaan als Europese biënnale te vieren. Op zich wel gek: Rusland behoort niet echt tot het Europese continent. Maar goed, wellicht kon de expositie de verbroedering bevorderen, wederzijds respect en het westerse liberale gedachtegoed overbrengen, was het idee.

En dan heb je zo’n kunstenaar als Van Lieshout. Oké, hij wilde aanvankelijk geen politiek statement maken. Maar: ‘Ik ontkom er niet aan’, was zijn commentaar. Feitelijk leek het onschadelijk, om in de museumkelder voor de naar schatting tachtig daar aanwezige poezen een nieuw, hygiënisch onderkomen te bouwen, plus een kattenmuseum. Totdat Van Lieshout ook oneliners over Pussy Riot aanbracht en in zijn video verwijzingen naar Poetin en de inval in Oekraïne maakte.

‘The Basement’ van Van Lieshout Beeld Suzanne Weenink

Een kattenkabinet met krabpalen en poezelige foto’s aan de muur, als dekmantel voor een politieke discussie: een betere camouflage was in de Hermitage ondenkbaar geweest. Strategisch bedacht en met fluwelen handschoen uitgevoerd; een handschoen waarin zich (natuurlijk) een betonnen vuist verborgen hield. Want ja, gaf Van Lieshout onlangs op internetsite Vice toe, ‘mijn werk is supermoralistisch, dat is echt niet normaal’.

5. Zuidplein, Rotterdam

Op de winkelruit staat ‘Erik maakt gelukkig’ en ‘Echte luxe is niets kopen’. Binnen liggen duizenden moertjes en schroeven, rollen plakband, halfdode planten en kilo’s ijzerwaar op eigenzinnig getimmerde schappen uitgestald en heeft Van Lieshout metershoge posters opgehangen van Rem Koolhaas, Geert Wilders en ‘Pimmetje’ Fortuyn. De combinatie werkt bevreemdend.  De locatie is sowieso een ongewone: winkelcentrum Zuidplein, vlakbij Ahoy in Rotterdam. 

Beeld Hollandse Hoogte / Martijn Beekman

Je onder het volk begeven, het ligt niet elke kunstenaar. De keuze voor het alledaagse en betonnerige Zuidplein is typisch Van Lieshout. Van Lieshout groeide op in Brabant, draaiend aan de stencilmachine en pamfletten verspreidend tegen de kernbewapening, in een links gezin. De weekenden liet de familie zich vastketenen aan de hekken van vliegbasis Woensdrecht, waar atoomwapens lagen (en liggen) opgeslagen.

De bedoeling van het werk? Niet om hoogstaande kunst te laten zien, maar om tussen een lingeriezaak en de rookworsten van de Hema een praatje over politiek te maken. En om de oude verheffingsidealen, die architect H.D. Bakker met zijn ‘utopische’ winkelcentrum had, nieuw leven in te blazen. Misschien was hij daarmee wel een trendsetter; Museum Boijmans Van Beuningen besloot onlangs om tijdens de aankomende verbouwing en tijdelijke sluiting een dependance te openen aan, precies, het Rotterdamse Zuidplein.

De Dr. A.H. Heinekenprijs voor de Kunst, ter aanmoediging van toptalent in de kunsten, wordt sinds 1988 eens in de twee jaar uitgereikt aan een in Nederland wonende en werkende kunstenaar. Dit jaar op 27 september in het Muziekgebouw in Amsterdam. De helft van het prijzengeld – 50 duizend van de 100 duizend euro – moet worden besteed aan een tentoonstelling of publicatie. Eerdere winnaars waren onder anderen Mark Manders, Aernout Mik, Wendelien van Oldenborgh en Yvonne Dröge Wendel. Een overzicht van het werk van alle laureaten is nog tot en met 30 september te zien in het Eindhovense Van Abbemuseum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.