Voorbeschouwing Libris Geschiedenis Prijs

Vijf reizigers in het vreemde land dat geschiedenis heet

Nederlanders lezen vooral graag over geschiedenis die om de hoek ligt. Maar ze willen ook best iets verder kijken, laten de kanshebbers voor de Libris Geschiedenis Prijs zien. 

Beeld Leonie Bos

Van Nederlanders wordt gezegd, vooral door Nederlanders zelf, dat ze een zeer begrensde belangstelling hebben voor hun geschiedenis. De Tweede Wereldoorlog, daar willen zij zich nog weleens in verdiepen. Maar de wederwaardigheden van Nederlands-Indië tijdens die oorlog vallen alweer buiten die belangstellingssfeer. Oorlogsdagboeken van geïnterneerden van de zogenoemde jappenkampen verschijnen slechts mondjesmaat, en lijken vooral in een behoefte te voorzien van mensen met een ‘Indisch verleden’. En de eeuwen die aan de twintigste voorafgingen? Die zouden integraal bij de prehistorie worden geschaard.

Een blik op de – inmiddels lange – lijst van winnaars van de Libris Geschiedenis Prijs (voorheen: Grote Geschiedenis Prijs) leert dat Nederlanders zichzelf daarmee tekortdoen. Zeker: ‘de oorlog’ is in drie van de twaalf uitverkoren boeken het overheersende thema, en schemert bij andere boeken door op de achtergrond. Maar bij de overige titels strekt de thematiek zich uit tot vroegere eeuwen en andere windstreken. Dezelfde diversiteit tekent zich af bij de boeken die sinds 2007 voor de prijs zijn genomineerd. Die spelen zich af in het interbellum, de negentiende eeuw, een enkele keer in de achttiende eeuw, en weer wat vaker in de zeventiende eeuw en de late Middeleeuwen.

Slavenopstanden

Die diversiteit is overigens betrekkelijk. De tijdvakken die aan de Middeleeuwen voorafgingen, ontbreken in de erelijst – althans: als dragend thema. Hetzelfde geldt voor de continenten buiten Europa. Van de 65 tot dusverre genomineerde boeken zijn er negen gesitueerd in Azië, Noord- of Zuid-Amerika of Afrika. De nominaties van dit jaar zijn in dit opzicht gevarieerder. Zo vormen de slavenopstanden in Suriname in de late achttiende eeuw de kern van Dichter in de jungle, de door Roelof van Gelder geschreven biografie van John Gabriel Stedman, een Schots-Nederlandse officier in het Staatse leger.

Stedman had zich in Nederlandse garnizoenssteden onledig gehouden met vechten, gokken, drinken en bordeelbezoek, voordat hij in 1772 werd ingelijfd bij een klein expeditieleger dat in de toenmalige kolonie Suriname op jacht ging naar marrons – voortvluchtige slaven. Het nieuwe werkterrein bracht het beste in Stedman naar boven. Hij raakte, al bij de ontscheping, betoverd door de weelderige natuur, die hij in beeld (hij was een niet onverdienstelijk tekenaar) en schrift vastlegde. Maar bovenal ging het lot van de slaven, slachtoffers van willekeur en wreedheid, hem toenemend ter harte.

Zijn positie tegenover de slavernij leek wel wat op die van Multatuli tegenover het kolonialisme. Het instituut was een noodzakelijk kwaad, maar het moest wel met medemenselijkheid in stand worden gehouden. Tijdens zijn verblijf in Suriname sorteerden zijn protesten tegen de slechte behandeling van slaven nog weinig effect. Maar het rijk geïllustreerde boek over zijn ervaringen in Suriname dat in 1796 – kort voor zijn dood – verscheen, voorzag de tegenstanders van slavernij van krachtige argumenten, die uiteindelijk doorslaggevend waren.

Randen van Rusland

Jan Brokken heeft zich naar de randen van Rusland, naar Japan en Shanghai begeven voor de documentatie van De rechtvaardigen – over de onorthodoxe wijze waarop Jan Zwartendijk, de Nederlandse consul in Kaunas (Litouwen), tijdens de Tweede Wereldoorlog duizenden Joden in veiligheid heeft gebracht. Om zijn levensreddende werk te kunnen doen, moest Zwartendijk de consulaire richtlijnen negeren. Hij schreef doorreisvisa uit die, via een tussenstop in Japan, toegang verschaften tot Suriname, Curaçao en de overige Nederlandse gebiedsdelen in ‘de West’. Voor het ministerie van Buitenlandse Zaken was deze eigenzinnigheid een reden om Zwartendijk, zo’n 25 jaar na de oorlog, een lintje te onthouden.

De auteurs van de overige genomineerde boeken zijn, louter in geografische zin, dichter bij huis gebleven. En waarom ook niet? Het verleden is tenslotte een vreemd land. En de vergezichten die de reisgids in dat land toont, worden exotischer naarmate hij verder terug gaat in de tijd. Zo laat Bart Van Loo, auteur van De Bourgondiërs, Aartsvaders van de Lage Landen, er in geen enkele alinea van zijn bijna 600 pagina’s tellende boek een misverstand over bestaan dat de tijd van Filips de Stoute, Jan zonder Vrees en Filips de Goede toch echt een heel andere was dan de onze. Van Loo wordt door zijn uitgever, De Bezige Bij, dan ook als ‘meesterverteller’ geïntroduceerd. Hij verlustigt zich aan de beschrijving van veldslagen, ceremonieën, Gentse opstanden, toernooien, banketten en blijde inkomsten. Tot kennelijk genoegen van de talrijke lezers, die worden ondergedompeld in de kleuren en het bladgoud waarvan de verteller zich met groot enthousiasme bedient.

Omringd door mannen

Beduidend ingetogener schrijft Annet Mooij, de biografe van Gisèle van Waterschoot van der Gracht, een kunstenares uit een aristocratisch milieu die zich haar lange leven (1912-2013) omringde met mannen die met elkaar gemeen hadden dat zij zich niet voegden naar de mores van hun tijd. De meest raadselachtige van hen was de Duitse dichter Wolfgang Frommel, spil van het uitgevershuis Castrum Peregrini en van een – in omvang en samenstelling wisselende – schare mannelijke discipelen. Die koesterden hun artistieke wereldvreemdheid en hun homo-erotiek in het bovenhuis van Gisèle aan de Amsterdamse Herengracht. Gisèle wilde graag de indruk wekken dat zij onderdeel was van dit gezelschap, maar feitelijk was zij nooit meer dan een gedoogde weldoener. Buiten deze, enigszins benauwende, biotoop genoot Gisèle vooral bekendheid als (tweede) echtgenote van de Amsterdamse oud-burgemeester Arnold d’Ailly – die het pad voor dit huwelijk effende door zijn burgemeesterschap op te geven.

De slavist Sjeng Scheijen, auteur van de bejubelde biografie van de Russische impresario Sergej Diaghilev, bereist het vreemde land van de Russische avant-gardisten. Kunstenaars als Kazimir Malevitsj, Ivan Poeni en Vladimir Tatlin die zich – in hevige onderlinge wedijver – ontworstelden aan de artistieke conventies van hun tijd, ‘de hel van de bourgeoisbanaliteit’. Bescheiden waren ze daarbij allerminst. En in de prille Sovjet-Unie namen zij hoge posities in binnen het ‘Volkscommissariaat van Verlichting’. Maar de verbeelding zou nooit aan de macht komen. Althans, niet op de manier waarop de avant-gardisten zich dat voorstelden. Het Sovjet-realisme – de overtreffende trap van banaliteit – werd de nieuwe norm. En de avant-gardisten werden vermalen in de terreur waarin de bolsjewistische belofte ontaardde.

Juryvoorzitter Sybrand Buma maakt 27 oktober de winnaar van de Libris Geschiedenis Prijs bekend tijdens een speciale live-uitzending van het radioprogramma OVT.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden