Vijf pianisten creëren de illusie van een compleet orkest

Een gesprek met Maarten Bon bestaat vooral uit stiltes. Lang en veel. Terwijl de voormalige pianist van het Radio Filharmonisch Orkest toch twintig piano's kan laten denderen onder het geweld van Stravinsky's Scherzo à la Russe....

Van onze medewerkster

Pay-Uun Hiu

UTRECHT

Maarten Bon, zoveel kan wel gezegd worden, heeft een internationale reputatie gevestigd als 'meesterbewerker'. Bij hem verandert een vleugel in een orkestbak die kan fluiten, vioolspelen, zingen of trommelen. Maar als hij er over moet praten, is minutenlang hooguit het geluid van zijn krakende hersens te horen.

Hoe leg je dat ook uit? Waarom hij dat bijvoorbeeld steeds weer doet? Waarom het niet genoeg is gewoon een cd op te zetten en lekker naar de orkestuitvoeringen te luisteren van zijn geliefde Stravinsky of Schönberg? Maar nee, nu ook weer met het ballet Petroesjka. Alle noten van Stravinsky's partituur heeft hij omgespit, doorgewroet, gewikt, gewogen en gewetensvol gerangschikt in de bewerking voor vijf piano's die woensdag in Vredenburg haar Nederlandse première beleeft.

Voor deze bewerking was in ieder geval een concrete aanleiding. Begin '95 werd Bon gebeld door het Nationaal Ballet van Lissabon die de cd-opname van zijn Sacre-bewerking voor vier piano's had gehoord. Of hij het ballet bij de Sacre wilde begeleiden met zijn pianokwartet en Petroesjka met de bewerking voor twee piano's van Stravinsky zelf. 'Vijftig dansers en maar twee piano's, da's wel erg mager', zei Bon meteen en vertelde erbij dat hij al enkele gedeelten van Petroesjka voor vijf piano's op papier had. Vervolgens had hij nog vier maanden om de rest af te maken.

Het zal, vermoedt Bon, wel te maken hebben met het diepgewortelde verlangen die kopstukken uit het twintigste-eeuwse repertoire zélf te willen spelen. Onder je handen die opwinding te voelen groeien van de krachtdadig ontkiemende lente in de Sacre, of van de liefde en wanhoop van Petroesjka. De drang om tussen de andere piano's deel uit te maken van die sensatie van vitaliteit die eigen is aan het werk van Stravinsky.

Daar moet het vandaan komen, denkt Bon en dan is hij weer een tijdje stil. Op zoek naar woorden die het verschil vertellen tussen zoiets als een 'fluit-piano' en een 'trompet-piano'. Dat gaat eigenlijk niet, merkte hij in Lissabon, toen een Japanse pianiste uit Stuttgart zich aansloot bij het pianokwartet voor de vijfde partij (nu vertolkt door Ellen Corver). Voor de pianisten Sepp Grotenhuis, Gerard Bouwhuis en Yoko Abe is dat na jaren samenwerking met Bon vertrouwde taal geworden. 'Het is een gevoel in je vingertoppen en in je hoofd', vindt Grotenhuis.

'Het maakt veel uit of je weet door welk instrument je noten in de orkestversie worden gespeeld', zegt Bouwhuis. De dynamiek is anders, de articulatie verschilt. Een trompet is veel scherper van klank dan een fluit en met het toucher, de aanslag van de pianotoets, kun je iets van die illusie overbrengen. Maar dat vereist behalve voorstellingsvermogen ook exacte kennis van de eigenschappen van de instrumenten, heeft Bon geleerd. Bij een trompet klinken de hoge noten altijd veel sterker dan de lage, terwijl bij een piano het middenregister het sterkst is. Je kunt met een piano nooit een enorme knal geven op een lage g als die noot in het origineel voor de viool is voorgeschreven, want dat is op dat instrument sowieso de zwakste snaar.

Het moet hoe dan ook nooit 'pianistisch' klinken. Te veel pedaal, om maar wat te noemen, daar is Bon allergisch voor. Of allemaal tremolo's om het aanzwellen van het koper te verbeelden. Te makkelijk en teveel pianomuziek. Dan zoekt hij het liever in andere middelen. Zo is er aan het eind van het vierde tableau in Petroesjka een crescendo op een lang aangehouden noot in de trompetten. Dat kan dus niet op een piano en dan moet je een manier vinden om in een wegstervende pianoklank toch nieuwe impulsen aan te brengen. Subtiel, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de resonantie van ingedrukte toetsen.

De piano-'reductie', in vroeger tijden bij gebrek aan geluidsdragers noodzakelijk kwaad en beproefd middel voor virtuozennummers, krijgt bij Bon de allure van een nieuwe kunstvorm. Een goede pianotranscriptie is een röntgenfoto van de compositie en legt in de heldere zwart-wit contouren van de pianotoetsen de structuur bloot van het werk. Maar structuur is bij Bon niet genoeg, hij wil ook het karakter van de muziek.

Voor Petroesjka, aanvankelijk door Stravinsky gedacht als Konzertstück voor orkest met piano, heeft hij dus een vijfde vleugel nodig om die oorspronkelijke pianopartij in tact te houden; die noten kun je niet over de andere vier verdelen.

Het is een geraffineerd balanceren op het flinterdunne koord tussen fysieke spreiding van geluid en de suggestie van klankkleur. Het is een enerverend spel van vijf pianisten die met alle mogelijke pianistieke middelen de illusie creëren van een heel orkest, en toch onmiskenbaar het niet dagelijkse geluid van vijf piano's laten horen.

Bons bewerking is een reductie en tegelijkertijd een toegevoegde waarde in de vorm van een - letterlijk - speels commentaar. Het heeft geen zin een keuze te maken tussen de orkestversie en de pianobewerking, oordeelde Stravinsky-kenner Elmer Schönberger over de Sacre van Bon in 1981: 'Er valt niets te kiezen tussen twee originelen.'

Stravinsky/Bon: Petroesjka-bewerking voor vijf piano's. Door het Amsterdams Pianokwintet met Ellen Corver, Gerard Bouwhuis, Sepp Grotenhuis, Maarten Bon en Yoko Abe, piano. Gratis lunchconcert in Vredenburg, Utrecht, 28 januari, 12.45 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden