Vijf jaar Wagner in Enschede

‘Wallala! Lalaleia! Heia! Heia! Haha!’ In het Nationaal Muziekkwartier in Enschede lopen drie Rijndochters te dollen met de dwerg Alberich. Een beetje opvrijen, een beetje teasen: Woglinde, Wellgunde en Flosshilde gooien al zingend hun charmes in de strijd.

Niet dat Alberich er smakelijk z’n tanden in zet. Ook bij deze repetitie van de Nationale Reisopera toomt de Nibelung zijn geilheid in. Hij gaat aan de haal met het Rijngoud, waarover de dames moeten waken. De ellendeling sleept het mee naar zijn onderaardse rijk, waar hij een bijzondere ring smeedt: wie hem draagt bezit absolute wereldmacht.

Der Ring des Nibelungen. Voor concept en uitvoering tekende Richard Wagner. Alles aan zijn onderneming was megalomaan. Eigenhandig schreef hij de tekst en de noten van vier opera’s, ieder voor zich avondvullend. Zestien uur spektakel, gevat in bedwelmende muziek.

Als hoogste ideaal geldt de uitvoering als cyclus, van Rijngoud naar godenschemering binnen een week. Sinds de première in 1876 vormt het vierluik droom en nachtmerrie van elk operahuis. Wie een integrale Ring produceert, telt mee.

Toen Guus Mostart negen jaar geleden aantrad bij de Reisopera, zongen er al plannen rond voor een nieuwe zaal. Een uitgelezen kans, meende de intendant, om die zo te outilleren dat de Gesamtkunst van Wagner er optimaal gedijt. Met succes lobbyde hij voor royale zijtonelen en de grootste orkestbak van het land. Vorig jaar november werd het Nationaal Muziekkwartier door de koningin geopend.

Met Wagners tweehonderdste geboortejaar in zicht en een perfecte locatie in de knip, achtte Mostart de Nationale Reisopera rijp voor zijn meesterproef. Een Ring in Enschede – waarom niet?

Zijn droom stuitte her en der op scepsis. Waar dacht Mostart het geld vandaan te halen? Legde hij het niet af tegen de Duitse operahuizen om de hoek? Zat De Nederlandse Opera trouwens niet te broeden op een laatste reprise van Audi’s gelauwerde Ring? En moest die hele santenkraam ook gaan reizen?

In Overijssel hoefde Mostart het idee gek genoeg niet te verkopen. ‘Wat zo’n Ring inhoudt, beseffen maar weinig bestuurders, dat was misschien een voordeel. Afgezien daarvan: ik vind dat een artistiek leider nu eenmaal de plicht heeft om risico’s te nemen.’

Eén dreiging werd gedemonteerd: De Nederlandse Opera beloofde zijn Ring niet cyclusgewijs te programmeren. En het Duitse achterland, merkte Mostart, bood kansen. ‘Op de kaartverkoop voor Das Rheingold heeft een persconferentie in Münster gunstig uitgewerkt.’

En zo opent elk Reisoperaseizoen de komende vijf jaar met Wagner. Das Rheingold vanaf morgen. Die Walküre in 2010. Na Siegfried (2011) en Götterdämmerung (2012) volgt in 2013 de apotheose met twee cycli van de Ring.

Maar op reis met Wagner gaat de Reisopera niet. Het ‘hojotoho’ van de Walkurenrit zal niet schallen in Apeldoorn, Tilburg en Utrecht. De reuzen Fasolt en Fafner sjouwen aan de schouwburgen van Drachten, Groningen en Rotterdam voorbij.

Mostart: ‘Reizen met zo’n cyclus zou te veel praktische problemen opleveren. Daarom hebben we onze vaste theaters uitgenodigd om naar ons te komen. De meeste nemen inderdaad een contingent kaarten af, sommige charteren zelfs een bus. Onze trouwe bezoekers hoeven niets te missen.’

Of die Reisoperafans in 2013 de ineenstorting van het godenrijk van nabij kunnen zien, staat volgens Mostart nog niet vast. ‘Ik hoop dat het project na Das Rheingold en Die Walküre zodanig leeft, dat we subsidiënten opnieuw kunnen enthousiasmeren. Daarnaast is mijn hoop gevestigd op het aanboren van particulier mecenaat.’

Niemand die daar zo’n handigheid in had als Richard Wagner. In Bayreuth liet hij zijn eigen Festspielhaus bouwen, met genereuze steun van de excentrieke koning Ludwig de Tweede. Hoe de Ring een provinciestad optilt, kunnen Enschedese bestuurders navragen in Bayreuth. Daar functioneert het Festspielhaus nog elke zomer, tot volle tevredenheid van hotels, restaurants en de taxibranche.

Mostart: ‘Een Wagnercyclus trekt onherroepelijk mensen van buiten. Die lopen hier in 2013 minstens een week rond. We kregen al mail van de Wagnervereniging in Taiwan: ‘We will not miss your Ring!

‘Oerdrift en emotie, opera die je raakt!’ Met die slogan biedt de Enschedese VVV alvast maatwerk voor Das Rheingold. De arrangementen lopen vanaf 70 euro, inclusief koffie en krentewegge, hotel, ontbijtbuffet, operakaartje, programmaboek en stadsgids.

In de artiestenfoyer van het Nationaal Muziekkwartier houdt men het voorlopig op een tostado Wagner: een zachte bol met ham, kaas en tomaat. Champagne en appeltaart staan klaar voor het feestje van Antony McDonald. Per slot van rekening wordt de regisseur maar een keer 59. ‘Oh dear’ verzucht de Brit, terwijl hij het pakpapier van zijn cadeautje scheurt. ‘En dan te bedenken dat jullie nóg vier jaar zitten opgescheept met mijn verjaardag.’

Het wordt zijn eerste Ring. Sterker nog: het wordt McDonalds eerste Wagner. Bij De Nederlandse Opera ontwierp hij in recente seizoenen het decor en de kostuums van Het sluwe vosje en Un ballo in maschera. De Reisopera trok hem eerder al aan voor beeld en regie van Puccini’s Manon en King Priam van Michael Tippett.

De Brit behoort niet tot de taalgevoeligen die struikelen over Wagneriaanse stijlbloempjes als garstig glatter glitschriger Glimmer (walgelijk glad glibberig slijm). Integendeel, zegt de multikunstenaar na de champagne. ‘Ik werd juist verrast door de rijkdom van het libretto. Je hoeft niets te construeren en kunt naar hartelust graven in de psychologie.’

Voor hem gaat de Ring vooral over liefde, meer dan over macht. ‘Er spelen familierelaties een rol waarvoor ik parallellen zie in Wagners leven. Hoe verhield hij zich tot zijn stiefvader? Hoe sterk was de band met zijn zus? Dat boeit me meer dan het spektakel met draken en vuur.’

In Enschede overziet Wotan de bouw van zijn Walhalla vanaf een treinstation. De Rijndochters pesten Alberich op een gekapseisde boot. McDonald beschouwt de meiden als wispelturige oppastieners, snel afgeleid van hun taak.

‘En Wotan plaats ik aan het hoofd van een verwende aristocratische familie, ontspoorde Bildungsbürger, denk aan de romans van Thomas Mann. In Das Rheingold zit ook een sterk klasse-element, met al dat werkvolk van dwergen en reuzen.’

Hoe het Walhalla drie opera’s later in vlammen opgaat – McDonald heeft nog geen idee. ‘Ik hanteer geen strikt concept en zie ook niet in hoe dat zou kunnen. Daarvoor is zo’n cyclus veel te vloeibaar. Laten we zeggen dat het evolueert.’

Verflucht sei dieser Ring!’ Ed Spanjaard haalt een raspende bariton uit z’n tenen. Ook al leidt de dirigent een avondrepetitie zonder zangers, van het libretto hoeft het Orkest van het Oosten geen letter te missen. Spanjaard zingt net zo makkelijk Alberich als Wotan of diens gemalin Fricka. Aanwijzingen komen tussendoor. ‘Iets meer vierde hoorn graag. Waar is de derde fagot? Bin ich nun frei, wirklich frei?

In 1973 hamert Spanjaard in de orkestbak van Covent Garden al op de aambeeldjes van het Nibelungenrijk. Tien jaar later assisteert hij in Bayreuth de dirigerende legende Georg Solti. En hij trekt er op met degene die hem naar de Enschedese Ring haalt wanneer Jaap van Zweden afzegt: Guus Mostart, in Bayreuth de rechterhand van regisseur Peter Hall.

Als Wagnerdirigent werkt Spanjaard het ene jaar met het Orkest van het Oosten, het andere jaar kijkt hij Het Gelders Orkest in de ogen. In Das Rheingold leidt hij een half Nederlandse cast. De Rijndochters wortelen in de polder (Hanneke de Wit, Marjolein Niels, Corinne Romijn), net als de goden Freia, Donner en Froh (Machteld Baumans, Thomas Oliemans, André Post). En ook al woont Harry Peeters alweer jaren in België, als Wotan maakt de Limburger de komende jaren zijn kilometers op het Twentse toneel.

Het wordt de eerste complete Ring van de bas-bariton, die zich er stiekem al een jaar of vijftien op heeft voorbereid. ‘Je doet eens een Fasolt, neemt een Alberich aan, en op een dag ben je klaar voor Wotan. Ik heb de rol in afzonderlijke opera’s gezongen in Tokio, Münster en Perth.’

De ideale Wotan, vindt Peeters, kan het soms duistere Wagner-Duits woord voor woord verklaren. Als zanger moet hij gerijpt zijn: een stabiele luchtkolom, geen stembreuk, geen foutjes. Bovendien heeft hij levenservaring, dat spreekt voor zichzelf.

‘En daarmee daal je af naar je buikgevoel. Wotan leeft immers in een foute emotionele wereld, waar de drang naar bezit en macht alles overheerst. Iedereen is bang om iets te verliezen. En als dat inderdaad gebeurt, komt de schaamte en worden gevoelens verstopt.’

De stelling van Harry Peeters: die goden zitten in ons gekke hoofd. ‘Dan komt de emotionele pijngrens algauw in zicht. Dit wordt bij uitstek een menselijke Ring.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden