Vijf beslissende ontwerpen uit de carrière van couturier Jan Taminiau

'Dat juist Máxima voor mij koos, werkte als een soort keurmerk'

Morgen opent in het Centraal Museum Utrecht een tentoonstelling over de Nederlandse couturier Jan Taminiau (42). Voor de Volkskrant licht hij vijf beslissende ontwerpen uit zijn carrière toe. 

Postzak-jasje uit de collectie XXXXX (januari 2005). Beeld Foto Simon Lenskens

De expositie over Jan Taminiau (Goirle, 1975) is een geheide publiekstrekker voor het Centraal Museum in Utrecht. Taminiau is sinds hij in 2004 met zijn eigen label begon, uitgegroeid tot een bekendheid in de Nederlandse modewereld. Hij deed de modeopleiding ­Artez in Arnhem en is onderdeel van de generatie ontwerpers die naam hebben gemaakt tijdens de eerste edities van Amsterdam Fashion Week. Niet al die ontwerpers hebben hun succes weten te bestendigen – denk aan Daryl Van Wouw en wijlen Percy Irausquin. Maar Taminiau heeft het, net als onder anderen Monique van Heist, Bas Kosters en Joline Jolink, wél gered.

Taminiau heeft een duidelijke niche gekozen. Hij draait niet mee met het internationale modecircuit met shows in New York, Londen, Milaan en Parijs en catwalktrends die langzaamaan het grote publiek bereiken. Taminiau is niet voor de massa. Hij maakt exclusieve couturekleding voor vermogende dames. Niet per se modieus, wel met zorg en aandacht en op maat gemaakt. Zijn pad is vergelijkbaar met dat van couturiers als Max Heymans (1918-1997) en Frans Molenaar (1940-2015). In 2014 kreeg hij het Cultuurfonds Mode Stipendium voor zijn werk, de belangrijkste Nederlandse modeprijs.

Het Centraal Museum, dat eerder modetentoonstellingen organiseerde over Viktor & Rolf en Iris van Herpen, heeft in de loop der jaren een aantal creaties van Taminiau gekocht. Die zijn nu te zien, samen met jurken uit het archief van de ontwerper en stukken uit privécollecties. De tentoonstelling is ingericht door Maarten Spruyt, een van de beste stylisten van Nederland, die ook vaak de vormgeving van de modetentoonstelling van het Gemeentemuseum Den Haag verzorgt. Naast kledingstukken zijn schetsen, staaltjes met stof en video’s te zien het ontwerp- en denkproces van Taminiau aanschouwelijk maken.

Jan Taminiau, Reflections, 21/4 t/m 26/8, Centraal Museum Utrecht

Eindexamencollectie ArtEZ 2001

Eindexamencollectie ArtEZ (2001). Beeld Simon Lenskens

 Deze jurk, aan de voorzijde kort en achter lang, met de hand beschilderd en bezet met pailletten, was onderdeel van de eindexamencollectie uit 2001, waarmee ­Taminiau afstudeerde aan modeopleiding Artez in Arnhem.

Taminiau: ‘Ik zie mijn eigen academietijd terug in deze jurk. Kijk maar eens goed naar de afwerking. Als student had ik nog niet de middelen om een keurige rolzoom te maken, dus smeerde ik boekbinderslijm langs de afgeknipte randen zodat ze niet zouden gaan rafelen.’

Taminiau volgde na zijn studie aan Artez nog een master aan het Fashion ­Institute Arnhem en begon direct daarna voor zichzelf. Hij wilde niet eerst wennen aan de luxe van een vaste baan, een goed inkomen en een auto.

Bovendien had hij het gevoel dat hij iets te vertellen had. ‘Ik ben geen overdreven conceptueel ontwerper. Ik wil vrouwen mooier maken. Mijn werk staat in dienst van de vrouw en haar figuur’, zegt hij. Zijn stijl is romantisch: hij maakt sprookjesjurken met veel decoraties en borduursels.

Jurk uit Check Check Mate, januari 2009

Jurk uit Check Check mate (januari 2009). Beeld Simon Lenskens

Dit ontwerp, een jurk van handgeweven Chinese folklorestoffen, is bezaaid met drukkers en heeft een dramatische molensteenkraag.

Taminiau: ‘De ontwerpen uit deze collectie verwijzen naar de stukken uit een schaakspel. Dit is de koningin. Voor mij symboliseert deze collectie het moment dat ik het heft weer in eigen handen nam.’

Het voorafgaande jaar (2008), was moeilijk geweest. Nadat hij vrij snel naam had gemaakt als een van de grote beloften van de Nederlandse mode, werd van alle kanten aan hem getrokken. Hij begon een prêt-à-porterlijn, maar stopte daar na één seizoen alweer mee.

‘Ik had geen idee van de zakelijke kant van mode. Ineens ging het allemaal om het geld. Ik werd benaderd door potentiële investeerders die vonden dat ik goedkopere kleding moest maken, om een groter publiek te kunnen bedienen. Ik ben daar even in meegegaan, maar toen ik merkte dat het de geldschieters helemaal niet om het ambacht te doen was, ben ik direct gestopt. Ik heb nooit vanwege het geld voor mode gekozen. Ik naai liever duizend pailletten op een jurk dan dat ik duizend T-shirts verkoop.’

Postzakjasje uit de postzakcollectie, januari 2005

Postzak-jasje uit de collectie XXXXX (januari 2005). Beeld Simon Lenskens

Dit jasje is gemaakt van oude postzakken en is daarom een typische ­Taminiau. De ontwerper uit Goirle is opgegroeid in een bekende Brabantse antiquairsfamilie en hij heeft een zwak voor materialen met een geschiedenis.

Taminiau: ‘Mijn oma en tante handelden in antiek. Oude spullen hebben altijd mijn fantasie geprikkeld, omdat ze een verhaal hebben. Maar in de mode moet je voortdurend afstand doen van oude spullen. Ik heb dat altijd moeilijk gevonden. Door afgedankte postzakken in mijn collectie te verwerken, wilde ik laten zien dat ik het niet eens ben met die hang naar nieuw, nieuwer, nieuwst.’

Het jasje werd bekend bij het grote publiek doordat (toen nog) prinses Máxima het droeg op 5 juni 2009, tijdens een bezoek aan de Arnhem Mode Biënnale. ‘Dat had veel meer impact dan ik vooraf had verwacht. Mijn naam was in één klap in heel Nederland bekend. Beyoncé en Lady Gaga hebben ook weleens iets van mij gedragen, maar dat had veel minder effect. Dat juist Máxima voor mij koos, werkte als een soort keurmerk. Dankzij haar kreeg ik er midden in de crisis veel nieuwe klanten bij.’

De inhuldigingsjurk van Máxima, april 2013

De inhuldigingsjurk van Maxíma (april 2013). Beeld Simon Lenskens

Voor Taminiau was de jurk die Máxima op 30 april 2013 tijdens de inhuldiging droeg, het absolute hoogtepunt van zijn carrière. Nog nooit kreeg hij zo veel reacties als op dit ontwerp: een sierlijke, koningsblauwe jurk met hoekige en rechte schouders, een slanke snit, een basis van crêpe, een flinterdunne laag chiffon, opengewerkte motieven en veel borduursels.

De ontwerper kreeg brieven van volwassenen en tekeningen van kinderen. De jurk was de afgelopen jaren geregeld in musea te zien.

Taminiau: ‘Dit was een droom die uitkwam. Het is de meest prestigieuze ­opdracht die ik ooit heb gehad en het succes ervan heeft mij en mijn merk sterker gemaakt. Voor de inhuldiging kreeg ik vaak kritiek op mijn aanpak: er zou in Nederland helemaal geen plaats zijn voor zulke bewerkelijke en decoratieve mode. Ik kreeg altijd ongevraagde adviezen over hoe het beter kon. Dat is minder geworden. Na de inhuldiging was er trots in plaats van scepsis. Ik kreeg er nieuwe klanten bij, omdat veel meer mensen mij wisten te vinden.’

Ensemble uit de collectie Modern Camouflage, maart 2017

Ensemble uit de collectie Modern Camouflage (maart 2017). Beeld Simon Lenskens

Let goed op het ruitpatroon van deze jas.

Taminiau: ‘Deze collectie is geïnspireerd op een ruitjesschrift. Het gaat over kaders, die zijn belangrijk voor mij, omdat ze houvast geven. In mijn werk is het vrouwenlijf het belangrijkste kader. Ik maak alles op maat; ik hou er niet van een lichaam te forceren. Een vrouw moet vrij kunnen bewegen om zich lekker te voelen.’

Maar met de juiste snit en eventueel een soepel ingebouwd korset of een andere vorm van ondersteuning laat de ontwerper wel de best mogelijk versie van het vrouwenlichaam zien.

Taminiau presenteerde deze collectie in Madrid, waar hij sinds anderhalf jaar een salon heeft. Met bijbehorend klantenbestand; ook in Spanje kleedt hij de welgestelden. Van de twee shows die hij per jaar geeft, houdt hij er tegenwoordig één in Nederland en één in Madrid.

Hij is in Spanje terechtgekomen dankzij zijn partner Juan Varez, ceo van veilinghuis Christie’s in Madrid. ‘Mijn werk is in Spanje geliefd. Zelfs daar kende men de blauwe jurk van koningin Máxima.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.