theater

Vier redenen om, nu de theaters dicht zijn, gewoon de toneelteksten te gaan lezen

Toneelstukken zijn namelijk ook heel goed te lezen, alsof het, zeg maar, literatuur is. Dat is het namelijk ook.

Beeld Anke Knapper

De theaters zijn dicht. Precies datgene wat theater bijzonder maakt, is tegenwoordig uiterst verdacht: de nabijheid van zowel de andere kijkers als de spelers. Dat sensationele gevoel dat je de personages op het toneel kunt zien ademen en bij de betere stemverheffingen het spuug uit de monden kan zien vliegen. Helaas, theater is momenteel een van de meest besmettelijke kunstvormen die we hebben. Nu even niet dus.

Hoe vervelend deze sluiting ook is voor de acterende en regisserende beroepsgroepen, voor de theaterliefhebber hoeft het niet het bittere einde te zijn. Toneelstukken zijn namelijk ook heel goed te lezen, alsof het, zeg maar, literatuur is. Dat is het namelijk ook. Nog altijd worden er veel theaterstukken gepubliceerd. De toneelspecialist in Nederland, De Nieuwe Toneelbibliotheek, heeft 689 titels op haar site beschikbaar.

Vroeger was het heel normaal om toneel te lezen. Toneelauteurs waren niet zelden handige bestsellerauteurs. De Noor Henrik Ibsen (1828-1906) bijvoorbeeld liet zijn stukken, zoals Nora (1879) en Hedda Gabler (1891), altijd een paar weken voor Kerst verschijnen, zodat hij optimaal profiteerde van de kerstverkoop. Heel Europa zat in december met klapperende oortjes bij het haardvuur zijn revolutionaire sociale probleemstukken te lezen. Theater lezen was toen nog heel gewoon. Tegenwoordig zien we, gemakzuchtig als we zijn, het spektakel liefst live op toneel (of op een scherm). Theater lezen is daarom ook een goede oefening in verbeeldingskracht.

En ja, natuurlijk mis je de ervaring, de levensechte acteur, de klank van haar stem, de beweging van zijn lichaam, de muziek, de hilarische pruiken desnoods. Theater bestaat om opgevoerd te worden. Maar je krijgt er ook veel voor terug. 

Toneelstukken lezen is als rauw koekjesdeeg eten. Het is eigenlijk niet de manier waarop je het tot je moet nemen, maar ja, het is zo verdomde lekker. En dit is waarom.

1. Lekker binnen blijven

Beeld Anke Knapper

Eerst even praktisch. Een van de grote voordelen van toneel lezen is dat je het, in tegenstelling tot voorstellingen bezoeken, in je eigen tijd doet, op je eigen quarantaineplek, op je eigen voorwaarden. Met andere woorden: toneel lees je bij voorkeur in bed, in je ondergoed, met eventueel een glaasje van het een of het ander. Zie in een theater maar eens een dikke bel cognac mee de zaal in te smokkelen. Ook heb je er nooit een regenjas voor nodig.

Een ander praktisch voordeel is dat je in ruim een uur een compleet verhaal hebt gelezen, iets waar je met een roman veel langer aan kwijt bent. Zelfs sommige voorstellingen duren langer dan de tijd die het duurt om hetzelfde stuk te lezen. Dus heb je een uur over? Trek een stuk van de plank en dompel je onder in een compleet andere wereld met compleet andere mensen. Je hebt het nodig nu. Toneel is aangenaam compact, en dat heeft alles met het volgende punt te maken.

2. Alleen maar dialoog

Beeld Anke Knapper

Alleen. Maar. Dialoog. En iedereen weet dat er, literair gezien, niks beter is dan (goed geschreven) dialoog. Er bestaat geen snellere en effectievere weg naar het hart en hoofd van de lezer. Mensen zijn verbale dieren. Onze hele levens zijn gevat in taal. Door te lezen hoe iemand spreekt, kom je meteen heel dicht op de huid van dat personage te zitten  – een waardevolle ervaring in tijden van sociale distantie.

Dialoog wordt vaak onderschat. ‘Dialoog is simpel gezegd, personages die verbaal informatie overdragen – over zichzelf, over elkaar, over gebeurtenissen’, zegt bijvoorbeeld toneelschrijver Alan Ayckbourn, die nota bene de meester van de dialoog wordt genoemd. Deze werktuiglijke definitie gaat totaal voorbij aan de poëzie, het ritme, de humor, de ontwrichtende kracht ervan. Wie toneel leest, komt erachter dat mensen zelden zeggen wat ze echt denken. Die continue spanning maakt dialoog zo bijzonder. Een magistraal voorbeeld stelt Judith Herzberg tentoon in haar magnus opum Leedvermaak (1982), waarvan deze maand een nieuwe bewerking in première zou gaan bij Het Nationale Theater. Hierin spreekt de oudere vrouw Ada met student Hendrikje, die onlangs een toeristisch bezoek bracht aan kamp Auschwitz:

Ada: Hoe zie dat eruit, Auschwitz?

Hendrikje: U bent er toch zelf geweest?

Ada: Ja maar ik bedoel in de zomer.

3. Toneelschrijvers zijn literaire grootmeesters

Beeld Anke Knapper

Sommige toneelschrijvers zijn literaire grootmeesters en verdienen het om niet alleen gezien maar ook gelezen te worden. Onder anderen Eugene O’Neill (1936), Elfriede Jelinek (2004), Harold Pinter (2005) en vorig jaar nog Peter Handke wonnen de Nobelprijs voor Literatuur. Niet voor niets, want allen weten met een absoluut minimum aan woorden de immense afgronden bloot te leggen die schuilgaan achter het alledaagse geworstel, gekibbel of gebabbel van de mens. Stuk voor stuk zijn het taalkunstenaars die diep in de ziel van de gemankeerde mens kunnen kijken, zonder, in de meeste gevallen, compassie te verliezen. Hun genialiteit zit hem vaak in woordjes, korte zinnetjes of frasen, waarvan de meeste pas bij (her)lezing goed tot je doordringen.

‘Te zijn of niet te zijn, dat is de vraag’, schrijft Shakespeare in Hamlet. Het meest geciteerde zinnetje uit de hele toneelliteratuur mag onderhand als een groot cliché klinken, wie de complete daaropvolgende monoloog van Hamlet leest, krijgt een van de prachtigste passages onder ogen over twijfel, dood, pijn en de ondanks alles niet te prefereren optie om zelfmoord te plegen.

Beroepspessimist Eugene O’Neill formuleert het in Long Day’s Journey into Night (1956) als volgt: ‘Wij zijn gemaakt van hetzelfde spul waar afval van gemaakt is, dus neem er nog eentje en laat het zitten.’

Nog zo’n heerlijke pessimist is de Oostenrijkse Elfriede Jelinek. Haar toneelteksten ontberen veelal personages en regieaanwijzingen en laten zich heel goed lezen, als was het proza. Uit haar Winterreise (2011), over geestelijk verval in crisistijd: ‘Wat trekt daar, wat trekt daar aan mij, wat trekt me aan? Mijn schaduw kan het niet zijn, die heb ik in het verleden afgegeven.’

4. Theater levert gegarandeerd discussie op

Beeld Anke Knapper

Theater gaat altijd over het hier en nu. Ook als het toevallig in 16de of 19de of laat 20ste eeuw speelt. Revoluties, morele dilemma’s en maatschappelijke kritiek, dat is het spul waar 99 procent van onze toneelstukken van is gemaakt. Of het nu Arthur Miller is die de Amerikaanse droom ontrafelt in Death of a Salesman (1949), Shakespeare die iets beweert over de gruwel waartoe een overdaad aan ambitie en machtswellust kan leiden in Macbeth (1606), of Maria Goos, die 400 jaar later precies datzelfde doet in Cloaca (2002), het zijn thema’s die ook nu nog aan de orde zijn. Met een beetje goede wil kun je zelfs van de meeste kluchten zeggen dat ze een kritische kijk bieden op een dubbele seksuele moraal of de hypocrisie van de hogere klasse.

Dus zit je onderhand al veel te lang met dezelfde groep mensen opgesloten in een te kleine ruimte en zijn de gespreksonderwerpen opgedroogd? Dan is hier de ultieme tip: lees een toneelstuk, maakt niet uit wat, liefst met het hele huis. Het kost weinig tijd. Je bent even in een andere wereld en je zal zien dat het altijd erger kan, hoe uitzichtloos het echte leven er nu misschien uitziet – catharsis noemden de oude Grieken dat. En, last but not least, het levert je uren, nee dagen, aan potentiële discussiestof op. Zo kom je die lockdown wel door. 

Toneelleestips

Ten oorlog (1999) van Tom Lanoye en Luc Perceval. Deze bruut eigentijdse hertaling van Shakespeares koningsdrama’s door Lanoya en Perceval is nog altijd een ongeëvenaard taalspektakel. De tekstuitgave (Prometheus) haalde destijds de boekentoptien. Dit is hét moment voor een herlezing. Of om met ‘Risjaar Modderfokker den Derde’ (Richard III) te spreken: ‘Now is de fokking winter van de walg.’

Happy Days (1961) van Samuel Beckett. ‘O, vandaag ga je tegen me spreken. Dit wordt een gelukkige dag! Weer een gelukkige dag’, zegt Winnie in Becketts postapocalyptische tragikomedie. Een vrouw zit ingegraven in een zandheuvel en probeert tegen de klippen op grip te houden op de wereld. Poëtischer, droeviger én grappiger tegelijk kan toneel niet worden.

Liefdesverklaring (2014) van Magne van den Berg. Magne van den Berg is een beetje de Nederlandse Beckett. Haar zeer lezenswaardige werk (De Nieuwe Toneelbibliotheek) is grappig en licht aan de oppervlakte en donker en troostend onder al die onschuldige zinnetjes. Haar Liefdesverklaring is een ode aan het theater, de kunst en de mens. ‘Het lukt ons niet om te stoppen/ …als wij niet met elkaar zijn/ is het over/ en wordt alles triest en stil.’

Van Wormrot tot Schijn (2020) van Don Duyns. Onlangs – goede timing, Don – verscheen het verzameld toneelwerk van Don Duyns. Hij is bekend van de vele familievoorstellingen die hij voor Theater Rotterdam schreef (onlangs nog Repelsteeltje), maar heeft ook serieuzer edoch niet minder leuk werk op zijn naam staan. Uit Wormrot (1989): ‘En zo werd het nacht in het dorpje dat wij allemaal zo goed kennen/ God, wat werd het daar nacht.’

De Nieuwe Toneelbibliotheek

De Nieuwe Toneelbibliotheek is het grootste toneelarchief van Nederland. De uitgeverij heeft sinds 2009 (dankzij printing on demand) een kleine 700 toneelteksten kunnen uitgegeven - 560 fysieke groene boekjes en de rest enkel digitaal. Aanvankelijk was dit alleen nieuw Nederlandstalige werk, maar gaandeweg zijn er ook vertalingen en bewerkingen van klassiekers en buitenlands werk verschenen. Veel daarvan is gratis als pdf te downloaden en te lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden