Column Kunst volgens Pontzen

Vier keer per jaar, onder de rook van Lelystad, komt Robert Morris weer tot leven

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Rutger Pontzen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Stelling: Robert Morris (1931 - 2018) is niet dood.

Het was een grijze dag. Lichte miezer. Een wolkendek dat niet de indruk wekte de eerstkomende twee weken van plaats te veranderen. Eigenlijk een dag om thuis in bed te blijven liggen of op zijn minst op de bank, sloffen aan, boek op schoot, warme chocomel onder handbereik. Of een glas whisky.

Hoe dan ook, zeker geen dag om naar de Flevopolder af te reizen om ‘kunst in de openbare ruimte’ te gaan bekijken. Zoals ik dat al eens eerder had gedaan, met een bezoekje aan De Groene Kathedraal van Marinus Boezem, vlak bij Almere, in de herfst. Toen die hele kathedraal van Italiaanse populieren, toch zo’n 150 meter lang, moeilijk te zien was te midden van het alom aanwezige groen, grijs en bruin van kale bomen en vallend blad.

Het overkwam me ook op die andere grijze dag, bij het Observatorium van Robert Morris, aan de andere kant van de Flevopolder, vlak bij Lelystad. Situatie ter plekke: twee concentrische aarden cirkels in een weidelandschap, met een paar uitsparingen, in de nabijheid van een elektriciteitsmast. Je kon erbuiten blijven staan. Je kon door een tunneltje naar binnen lopen. 

Land art zoals het hoort. Ooit bedacht voor de openluchttentoonstelling Sonsbeek buiten de perken, aflevering 6, in 1971, waarvoor Morris zijn ontwerp oorspronkelijk had laten bouwen in de buurt van Velsen. Maar waar het, door oprukkende nieuwbouw, onder het zand verdween en een paar jaar later, bij Lelystad, in een ietsje grotere versie opnieuw werd uitgevoerd.

Ik stond erbij en keek ernaar. Zonder al te veel koortsige opgewondenheid. Wat me wel meer overkomt bij het werk van Morris. Het is allemaal wel erg minimalistisch. Volgens het boekje. Uitvergrote geometrie hier, een paar spiegelende platen daar, hangend vilt aan een muur. Het had waarschijnlijk zijn functie in de tijd, om de kunst een nieuwe richting in te lanceren. Maar of het tot leven komt? Niet echt.

Of het moet zijn dat je je op het juiste moment op de juiste plaats bevindt. Want het bijzondere van het Observatorium is dat het meer is dan alleen een paar fraai gesculpteerde aarden wallen, waarin vier even fraai vorm gegeven inkepingen zitten. Eigenlijk doet het uiterlijk er helemaal niet toe. Het is slechts decor om van de natuur te genieten. En van vier speciale momenten waarvoor het is bedacht: als de zon op de kortste en langste dag van het jaar opkomt, op de dag dat de lente begint en een half jaar later de herfst.

Dan staat het minimalistische werk van Morris in de Flevopolder in een scherp zonlicht en komt het tot leven als een modern Stonehenge. Dan word je iets indachtig over het verglijden van de tijd, wat je op een druilerige, grijze dag minder snel overkomt. 

Daar moest ik toch even aan denken bij de dood van Morris, vorige week. Dat hij met dat Observatorium eigenlijk een monument voor zichzelf heeft opgericht. Dat daar in de toekomst vier keer per jaar, onder de rook van Lelystad, met de eerste zonnestraal ook zijn wedergeboorte zal plaatsvinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.