Vier hoogtepunten uit de rijke carrière van producer Bob Johnston

'Is it rolling, Bob?', hoor je Bob Dylan vragen op To Be Alone with You. De andere Bob is Bob Johnston, producer van platenlabel Columbia, die de hand had in de belangrijkste Dylan-platen. Johnston overleed vrijdag op 83-jarige leeftijd. Vier hoogtepunten uit zijn rijke carrière.

Bob Dylan, Johnny Cash en Bob Johnston in de studioBeeld Screenshot

Bob Dylan - Blonde on Blonde (1966)

Hadden Rainy Day Women #12 & 35, Visions of Johanna of I Want You net zo geklonken zonder Bob Johnston? Waarschijnlijk niet. Het was Johnston die Dylan overtuigde om zijn vertrouwde New York te verlaten voor een studio in Nashville, Tennessee.

In een interview met Rolling Stone vertelt Dylan over zijn eerste kennismaking met Johnston, in aanloop naar Highway 61 Revisitied (1965). 'Ik kan het me niet precies meer herinneren. Tom (Wilson, Dylans vaste producer bij Columbia tot dan toe) was er altijd - ik had ook geen reden om aan te nemen dat Tom er ooit niet meer zou zijn - en toen ik opkeek was daar ineens Bob Johnston.'

Opnemen in Nashville was een compleet nieuwe ervaring, herinnert gitarist Al Kooper zich. 'Ik had nog nooit buiten New York City muziek opgenomen', aldus Kooper in Billboard. Over de nachtelijke opnamesessies: 'De studiomuzikanten waren geboekt voor dag en nacht. Dat was nooit eerder vertoond.'

Johnston zou nog tot begin jaren '70 met Dylan werken en hij was betrokken bij de totstandkoming van John Wesley Harding (1967), Nashville Skyline (1969), Self Portrait (1970), New Morning (1970).

Geen valse bescheidenheid bij Johnston, die in een interview uit 2011 praat over de Dylan-klassieker: 'Blonde on Blonde is verkozen tot beste album uit de rockgeschiedenis. Ik was een betere producer dan de rest. Vergelijk mijn werk maar met dat van anderen. Ik heb niet voor niets een miljard 'fucking' albums verkocht wereldwijd.'

Beeld Albumhoes

Johnny Cash - At Folsom Prison (1968)

'Dag meneer de gevangenisdirecteur, mijn naam is Bob Johnston. Johnny Cash komt op bezoek om een album op te nemen, en een 'fucking' concert te geven', zo zou Johnston de directeur van de Folsom Prison hebben overrompeld en de weg vrij hebben gemaakt voor de klassieker At Folsom Prison.

Platenlabel Columbia ziet niet veel in het project van Cash, die eerder al bij twee andere labels nul op rekest had gekregen. Maar Johnston houdt vol en staat in voor de countryzanger, die tijdens het optreden nog dolt met Johnston. 'Deze show wordt opgenomen voor een album op Columbia Records, dus ik kan geen woorden als 'hell' of 'shit' gebruiken. Wat zeg je daarvan, Bob? Dus deze woorden zullen ze er ook wel uitknippen.'

'Met Folsom Prison begon het weer te lopen', zei Cash later over het album. At Folsom Prison wordt een hit en ondanks eerdere bezwaren besluit Columbia zelfs toestemming te geven voor een tweede gevangenisplaat: At San Quenten, dat op één belandt in de Amerikaanse poplijsten.

Beeld Albumhoes

Simon & Garfunkel - Parsley, Sage, Rosemary and Thyme (1966)

De in Texas geboren producer sprak in 2011 over zijn manier van werken: muzikanten de ruimte geven. Laissez-faire, hands off. Nooit heeft hij muzikanten verteld welke nummers ze wel en niet op hun album moesten opnemen. 'Hoe zie je dat voor je? 'Ik vind dat geen goed nummer, Paul (Simon, red.). Laten we Parsley Sage schrappen en een ander lied opnemen. Het is te 'fucking' langzaam.'

'Niemand bemoeide zich ooit met het geluid, alleen Simon een beetje', aldus Johnston. Samen maakten ze Parsley, Sage, Rosemary and Thyme, het derde studioalbum van Simon & Garfunkel. Het album volgde op Sounds of Silence, naar eigen zeggen een haastproject om gebruik te maken van de golf van de gelijknamige succesvolle single.

Voor Parsley, Sage wordt wel de tijd genomen. Zo'n negen maanden sluiten Simon en Garfunkel zich op in de studio. Met succes: Parsley, Sage wordt zeer goed ontvangen en vaak genoemd als het eerste Simon & Garfunkel-meesterwerk.

Beeld Albumhoes

Leonard Cohen - Songs of Love and Hate (1971)

Tijdens de opnames van Songs From a Room (1969) ontstaat de vriendschap tussen Leonard Cohen en Bob Johnston. Voor de wereldtour vraagt Cohen aan zijn producer om een band samen te stellen. Als het over de pianist gaat zegt Johnston: 'Man, ik zorg voor de beste pianst ter wereld.'

Cohen: 'Nee, ik wil jou.'

Johnston: 'Maar ik kan niet spelen.'

Cohen: 'Of jij gaat mee, of we gaan niet.'

Samen doen ze uiteindelijk twee wereldtournees en maken ze nog één album: Live Songs uit 1973. 'Johnston creëerde een atmosfeer in de studio die uitnodigde om je best te doen, nog een take op te nemen. Een atmosfeer zonder veroordeling, zonder kritiek. Maar juist vol uitnodiging en bevestiging. De manier waarop hij bewoog als je voor hem aan het zingen was: hij stond voor je de dansen. Het was dus niet alleen laissez-faire. Het was een grote generositeit die hij tentoonspreidde in de studio', zo sprak Leonard Cohen lovend over zijn voormalige producer.

Johnston keek met voldoening terug op zijn carrière: 'Ik was niet zoals andere producers, die de nieuwe Phil Spector wilden worden. Ik had drie zoons; het enige waar ik iets om gaf was de wereld een stukje beter maken. En ik denk dat de artiesten waar ik mee samen heb gewerkt daar voor hebben gezorgd.'

Beeld Albumhoes
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden