Vier dames en een heer persen zich in keurslijf

Finale Nederlands Jazzvocalistenconcours. Odeon, Zwolle, 2 februari...

FRANK VAN HERK

Het 'Great American Songbook', met musicalliedjes uit de jaren dertig en veertig, blijft voor veel jazzvocalisten een bijbel, en menig conservatorium is een 'school met den bijbel'. Ook in Nederland, het bleek weer tijdens de finale van het tweede aan dit genre gewijde concours, waar de anachronistische indruk werd bevestigd die vaderlandse, maar op oude Amerikaanse leest geschoeide jazz vaak maakt. Ook winnares Francien van Tuinen ontsnapte hier niet aan.

Je kunt je toch op verschillende manieren losmaken van die fraaie maar veelal overbekende standards, waar associaties aan kleven van andere tijden en werelden, door de songstructuur af te zweren en vrijer te werk te gaan, of door eigentijdser poprepertoire te bewerken.

De vijf finalisten kozen echter voor het eerbiedwaardige keurslijf, en deden hoorbaar moeite er iets eigens in te persen. Iedereen zong het lied min of meer zoals het geschreven stond, hooguit de melodie wat variërend, en alleen improviserend in korte stukjes scat. Mede daardoor was er weinig te horen dat zo sterk imponeerde of aangreep dat er van een ontdekking gesproken kon worden.

De vier dames en één heer, allen studerend of afgestudeerd aan een conservatorium, beheersten de oppervlakkige kenmerken van de mainstream behoorlijk, maar het bleef in meerdere of mindere mate een muzikale verkleedpartij. Dat gold letterlijk voor Yvonne Mandigers, wier flamboyante avondjurk lang vervlogen glamour suggereerde. Imke van Oosten en Xandra Verkroost presenteerden zich aardser, maar ook hun podiumpersoonlijkheid was gebaseerd op een overzees stereotype, dat van de red hot mamma, die ruig maar gevoelig een stevige, bluesy keel opzet. Daar keek je vooral doorheen als de woorden te weinig aandacht of geloofwaardigheid kregen, als de frasering hoorbaar ingestudeerd klonk, of de uitspraak van het Engels verried dat hier een gewoon Hollands meisje stond.

De overige twee kandidaten verdeelden de jury lange tijd. De enige mannelijke deelnemer, Hartog Eysman, kreeg uiteindelijk de tweede prijs, hoewel hij wat zeggingskracht en originaliteit betrof het meest overtuigde. Hij kleedde de songs helemaal uit, alleen begeleid door een gitarist, met (soms te) lang uitgesponnen versies waarin ieder detail van de tekst aandacht kreeg. Zijn aanpak was vrij gewaagd, als in het eerst a cappella gezongen If You Could See Me Now, waardoor de spanning van de verkenning op het publiek oversloeg. En zijn leuke bas-imitatie achter de gitaarsolo was weer eens wat anders dan het geijkte 'shoebie doebie'.

Francien van Tuinen had zich niet verkleed en jaste haar drie nummers erdoorheen in minder dan de toegestane tijd, waardoor het leek of ze het voor de gein eens probeerde, zo'n concours. Ze improviseerde nauwelijks, haar vocalese (een van tekst voorziene instrumentale solo) was snel en knap maar onverstaanbaar, zodat ook bij haar de inhoud het verloor van de vorm, die ze overigens gestalte gaf met frisse swing en een in alle registers vol en prettig geluid.

Frank van Herk

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden