Videoclip uit de Gouden Eeuw

Dat Saskia van Uylenburgh geen schoonheid was, weten de meeste Rembrandt-liefhebbers wel. Ze poseerde vaak voor haar man, als Flora, als Minerva, of gewoon als Saskia....

Maar dat Rembrandt zijn vrouw in zijn dagboek achtereenvolgensvergeleek met een Friese koe, een walvis en een ijsbeer - dat is nieuw.

En onwaarschijnlijk. Voor zover bekend, bestaat er geen dagboek van deschilder. Was het maar waar, dat had een hoop heisa gescheeld in detegenwoordige discussies over Rembrandt en zijn bedoelingen.

Maar het huidige jubileumjaar en een moedige Amerikaanse schrijfsterdeden wonderen. In Van Rijn, het tweede boek van Sarah Emily Miano (1974),komt de meester zelf aan het woord. Hij vertelt over zijn klanten, zijnliefdes, zijn ouders, kinderen en opdrachten.

Geduldig legt hij uit wat zijn voorstellingen betekenen, en waar deverhalen vandaan komen: van Isaac en Rebecca (op het 'joodse bruidje'), vanAbraham en zijn zoon, van het feest van Belsazar en het Mene Mene Tekel aande muur. De gesprekken met rabbijn Menasse ben Israel, één van depersonen die hij portretteerde, komen daarbij goed van pas.

De schilder staat niet alleen in zijn vertellingen - dedagboekfragmenten zijn verweven met losse waarnemingen en vooral met hetverhaal van Pieter Blaeu, zoon van cartograaf, rariteitenverzamelaar enuitgever Willem Blaeu. Blaeu vat een onderdanige bewondering op voor deschilder en besluit hem tot object van studie te maken.

Een handige keuze van de auteur, want zo ontstaat een dubbelportret vanRembrandt: van binnenuit en van buitenaf. De onzekerheden en de reputatievan de grootmeester in één boek.

En het moet gezegd: het lef spat er van af. Niet alleen door degewaagde poging om de onaantastbare schilder woorden in de mond te leggen.Ook schroomt Miano niet er het halve Amsterdamse patriciaat bij te halen.Jan Six, dichter en later burgemeester, zit te nukken als hij moet stilzitten voor zijn portret. Christiaan Huygens correspondeert met zijn vaderConstantijn over de ring rond de planeet Saturnus. Ondertussen komen Baruchde Spinoza en Caspar Barlaeus langs, en discussiëren René Descartes enThomas Browne over dromen en dood zijn.

Van Rijn is een lappendeken van ontmoetingen en conversaties, citatenen schildersvoorschriften, kunsttheorieën en klassieke verhalen.Ge-sampled als een stevige hiphopplaat, en met een vergelijkbare vaart enenthousiasme. Van alle interessante gebeurtenissen in de Gouden Eeuw is wel iets gepakt en geplakt - van Huygens' gedicht op de dood van zijnSterre tot het krakende ijs van de 'mini-ijstijd' die de Gouden Eeuw was.Van het stadhuis tot café de Druif aan het Rapenburgerplein. Eenconsequent droppen van namen, plaatsen en schilderijen.

Sarah Emily Miano, die voor ze auteur werd kok en privé-detective was,weet verschrikkelijk veel en vertelt dat als een gretige scholiere die aluren wiebelend d'r vinger opstak: struikelend over woorden, voortdurendverspringend en zich half verslikkend door het vergeten te ademen.Lachwekkend en ontzagwekkend tegelijkertijd.

Want het is natuurlijk heel modern, zo'n 'videoclip' van schokkerigeamateurbeelden uit de Gouden Eeuw, maar helaas krijg je niks en niemandécht te kennen.

Toch zijn het vooral de korte vertellingen waarin Miano boeit en deinteressante dingen ter sprake brengt. Hoe te etsen, waaruit kleurpigmentenbestaan en hoe ze worden gemaakt, waarin de kunstsmaak van de verschillendegeloofsgroepen in Amsterdam verschilde, hoe Rembrandt zijn leerlingenonderwees.

Maar zodra er wordt uitgeweid , belandt Miano steevast in grotesken. Deonderlinge relaties, zoals die tussen Pieter Blaeu en Rembrandt, zijnopgeblazen tot soms ridicule vormen. Daardoor lijkt Blaeu bij vlagen op eenstuntelige stripfiguur en Rembrandt, bij zijn eerste verschijning in dedeurpost van zijn atelier, op een soort Rudi-de-ski-instructeur uit debierreclame. Alleen het tromgeroffel ontbreekt nog.

Ook de dialogen in Van Rijn komen maar niet uit de verf. Gesprekkentussen bekende personen met waardevolle ideeën, of mensen die totmythische figuren zijn uitgegroeid in de loop der tijd, zoals Rembrandtsmodel en minnares Hendrickje Stoffels en zijn zoon Titus. Nét als dezedialogen een intiem beeld oproepen, wordt dat weer bruut verstoord.Podiumaanwijzingen, in cursief, en opmerkingen die Rembrandt 'terzijde'maakt, hinderen enorm. Als de schilder op een Amsterdamse hoer ligt,knipoogt hij de lezer toe: 'Mijn eerste ervaring in de stad!'

Kennis van de details van de Gouden Eeuw wordt in Van Rijn gecombineerdmet haast en stunteligheid. Daarmee komt de roman voortdurend dicht bijde verbeelding, om er zich daarna weer even abrupt van te verwijderen.

Wieteke van Zeil

Sarah Emily Miano: Van RijnVertaald uit het Engels door Marijke Versluysen Sjaak de JongDe Bezige Bij448 pagina's 24,90ISBN 90 234 18697verschijnt 1 februariVertaald uit het Engels door Marijke Versluys enSjaak de JongDe Bezige Bij448 pagina's 24,90ISBN 90 234 1869 7verschijnt1 februari

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden