Film

Victor Kossakovsky’s natuurdocumentaire ‘Gunda’ is onbeschrijflijk mooi ★★★★★

Wat is het vertederend, zoals de zon langs de oren van de biggetjes strijkt, zoals ze happen naar regen.

null Beeld

Buffels, bizons, dinosaurussen: ze hebben vele malen in stampedes over het witte doek gebulderd. Maar hoe vaak heb je als filmtoeschouwer een kudde doodnormale koeien gezien die voor het eerst de stal uit mag, rennend en springend in het ochtendgloren?

Victor Kossakovsky’s onbeschrijflijk mooie natuurdocumentaire Gunda neemt dan ook alle tijd voor dat tafereel. Vertraagd glijdt de camera langs de kudde – landschapsschilderijen in heiig zwart-wit zijn het – om vervolgens geconcentreerde close-ups te tonen van individuele dieren. Alle kijken ze terug. Hun blik lijkt zich vast te zuigen aan de onze.

Wat gaat er in hen om? Waarom doen ze wat ze doen? Je mag het zelf bedenken. Net als in het waterepos Aquarela (2018) vermijdt Kossakovsky de bij natuurfilms gebruikelijke voice-over. De koeien-close-ups spreken voor zichzelf, evenals de op hoenderhoogte gefilmde scènes waarin ex-slachtkippen hun nieuwe vrijheid verkennen. Gunda is een woordloze uitnodiging tot empathie, langs de weg van de verbeelding.

Daarbij draait het vooral om het Noorse boerderijvarken Gunda en haar biggetjes. Het decor van de film smeedde Kossakovsky uit hoeves en dierentehuizen in Noorwegen, Wales, Engeland en Spanje, en toch voelt het als één plek, met Gunda’s hok als middelpunt. Gedurende drie maanden keerde de Russische cineast (¡Vivan las antipodas!, Tishe!) steeds weer terug naar dat speciaal voor Gunda gebouwde verblijf, dat hem en co-cameraman Egil Håskjold Larsen in staat stelde de varkens van alle kanten te observeren.

Gunda haakt in op Belovy (1992), de eveneens in zwart-wit gedraaide plattelandsdocumentaire die Kossakovsky’s doorbraak betekende: toen ontroerden de menselijke personages, nu de dierlijke. De film zit de pasgeboren varkentjes dicht op de nog natte huid terwijl ze piepend en knorrend over elkaar buitelen, zoekend naar Gunda’s tepels. Het zijn scènes van een ongekende intimiteit, alsof je zelf wegzinkt in dat warme stro. En hoe vertederend, zoals de zon langs de oren van de biggetjes strijkt, zoals ze happen naar regen.

Toch is Gunda bepaald niet zoetsappig. Varken, rund, kip: Kossakovsky castte veelzeggend genoeg de dieren waarop de bio-industrie leunt. De film hecht zich graag aan enkele opvallende varkensindividuen, zonder emotioneel te doen als diezelfde beesten door Gunda worden vertrapt of niet meer terugkeren. Er is geen mens te zien in Gunda en de beesten scharrelen ongemoeid rond, maar die autonomie blijkt illusoir zodra Gunda tegen schrikdraad loopt. Op de achtergrond klinkt verkeer, het verre rumoer van cirkelzagen en heipalen.

Die mensenklanken wijzen vooruit naar de onthutsende finale. Niet voor niets verliest de cameravoering hier zijn vrij ademende karakter en worden de kaders beklemmend krap. Uiteindelijk vernauwt de film opnieuw tot de priemende blik van een enkel dier: de laatste meesterzet van Gunda, die geen expliciet leed nodig heeft om je sprakeloos te maken.

Gunda

Documentaire

★★★★★

93 min., in 48 zalen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden