Via je website schilderijen van Marlene Dumas verkopen mag niet

Joost Smiers en Marieke van Schijndel hebben een radicale oplossing voor de erosie van het auteursrecht: afschaffen! Helaas heeft hun betoog de structuur van een gatenkaas....

‘Het auteursrecht’, zo luidt artikel 1 van de Auteurswet van 1912, ‘is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of diens rechtsverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen.’

Er zijn uitzonderingen. Je mag citeren, een thuiskopie maken en actuele nieuwsberichten genieten minder bescherming dan computerprogramma’s. Maar wat nóóit mag, is de commerciële exploitatie van andermans werk. Je mag dus geen roofdruk maken van de laatste Arnon Grunberg, of via je website reproducties van een schilderij van Marlene Dumas verkopen. Althans niet zonder hun toestemming, en daar hangt een prijskaartje aan.

Het auteursrecht vormt dus voor schrijvers, kunstenaars, ontwerpers een belangrijke rechtsbescherming. Maar die is aan erosie onderhevig, doordat de digitale revolutie het de laatste decennia erg eenvoudig heeft gemaakt om auteursrechtelijk beschermde werken te kopiëren.

Dat heeft grote gevolgen. De uitgevers van films en muziek hebben hierdoor inkomstenbronnen zien opdrogen. En veel internetgebruikers verkeren nog altijd in de waan dat alles wat zij tegenkomen door hen naar believen gratis kan worden gebruikt.

In hun onlangs verschenen Adieu auteursrecht, vaarwel culturele conglomeraten brengen Joost Smiers en Marieke van Schijndel zulke spanningen rond het auteursrecht in kaart en proberen er met, naar zij zeggen, de belangen van schrijvers en kunstenaars in het achterhoofd, een uitweg in te vinden. Die is nogal radicaal, want het auteursrecht kan maar beter worden afgeschaft. Niet alleen omdat het lastig is af te dwingen, ook omdat het sowieso niet te verdedigen valt.

Culturele scheppingen, redeneren Smiers en Van Schijndel, zijn maar zelden uniek. Ze bouwen altijd voort op de inspanningen van eerdere generaties, verstaan zich daar kritisch mee, herhalen en bewerken thema’s. Het auteursrecht negeert die werkelijkheid en heeft er voor gezorgd dat steeds meer cultuuruitingen die ooit tot het publieke domein behoorden onder particuliere controle zijn gebracht. Met perverse gevolgen voor de ‘democratische cultuur en communicatie’. Want als musicus A het werk van musicus B wil transformeren (‘remixen’) om iets nieuws te maken, kon hij vroeger zijn gang gaan, terwijl hij nu, soms, moet betalen en om toestemming vragen. Dat zet een rem op de artistieke vrijheid en ontwikkeling en is, op de keper beschouwd, zelfs censuur. Die censuur wordt nog manifester door het stempel dat de grote culturele conglomeraten drukken op de cultuurproductie.

Die zijn, zo menen Smiers en Van Schijndel, niet alleen ‘verregaand in staat om te beslissen over wat wij zien, horen of lezen’ maar vooral ook over ‘wat wij niet zullen zien, horen of lezen’. Vandaar dat zij niet alleen het auteursrecht bij het vuilnis zetten, maar ook de grote culturele industrieën aan mootjes willen hakken. Want pas dan ontstaat er een markt waarin ‘bestsellers, blockbusters en megasterren’ tot het verleden gaan behoren en komt er geld en aandacht vrij voor de grote middenmoot uit het artistieke veld.

Deze argumentatie heeft de structuur van gatenkaas. Het is weliswaar juist dat vrijwel alle culturele en creatieve scheppingen voortbouwen op het werk van eerdere generaties. Maar dat geldt evenzeer voor fabrieken, woningen, infrastructuur en consumentenproducten. Toch wordt de particuliere eigendom die daarop nogal eens rust, nog maar door weinigen als een obstakel beschouwd voor een redelijke en rechtvaardige samenleving. Sterker nog, die eigendom is zelfs het startpunt voor verdere groei en bloei.

Met het auteursrecht en andere vormen van intellectueel eigendom (octrooien, patentrecht) is dat niet anders. Zeker, dat betekent dat het gebruik van creatief werk aan beperkingen is onderworpen (toestemming, betaling, respect voor de maker). Maar dat heeft, uitzonderingen daargelaten, geenszins tot gevolg dat zulk werk daarmee zelf uit de publieke sfeer verdwijnt. Al was het maar omdat het alleen daar, op de markt, te gelde kan worden gemaakt.

Anders dan Smiers en Van Schijndel nogal zwartgallig suggereren, is de gestage uitbreiding van het auteursrecht dan ook niet gepaard gegaan met het afknijpen van veelbelovende culturele ontwikkelingen of trends, maar juist met een spectaculaire groei van het cultuuraanbod. Tegen die achtergrond is de beschuldiging van censuur nogal bespottelijk. Smiers en Van Schijndel zijn overigens wel zo realistisch te beseffen dat hun voorstellen niet snel verwerkelijkt zullen worden. Gelukkig maar, voor al die scheppende geesten en uitgeverijen die er van afhankelijk zijn.

Veel waarschijnlijker is dat het recht, dat nu eenmaal altijd aanhinkt achter nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, stapsgewijs meer greep gaat krijgen op de digitale revolutie. Het strafrechtelijke vonnis in Zweden tegen de eigenaren van The Pirate Bay die met hun website de diefstal van muziek en films faciliteerden, is daar een voorbode van. En o ja, ook dit stukje is auteursrechtelijk beschermd. Wie het toch op zijn website plaatst, krijgt vandaag of morgen de rekening thuis.

Arnold Koper

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden