Reportage De overlevingsstrategie van El Sistema

Via El Sistema ontsnappen kinderen aan de gevaarlijke, Venezolaanse favela's - maar hoe moet dat nu verder met het land in diepe crisis?

El Sistema, het muziekonderwijs in Venezuela, is wereldwijd geprezen en gekopieerd. Nu verkeert het land in diepe crisis. De sterdirigent vluchtte naar de VS en durft niet meer terug, leraren namen de wijk, leerlingen vallen flauw van de honger, de oprichter is overleden. Wat is het plan?

De Nederlandse dirigent Dick van Gasteren repeteert met een orkest in een núcleo in Caracas. Foto Daniel Rosenthal

Wie vanuit Caracas, de hoofdstad van Venezuela, naar het oosten rijdt, daalt meanderend af naar de tropische laagvlakte van de deelstaat Miranda. Link gebied, zeggen de mensen van El Sistema. Er wordt beroofd, ontvoerd en erger. Tegelijkertijd zeggen ze: wil je zien hoe ons sociale muziekonderwijs doordringt tot in de haarvaten van Venezuela, steek dan je licht op in de núcleo van het dorp Mamporal.

Een núcleo, of kern, is het geheim van El Sistema: de versmelting van muziekschool en naschoolse opvang. Die van Mamporal ligt te stoven op een straathoek. Kinderen gaan er elke middag heen, ook de kluit tieners die staat samengepropt op de binnenplaats. Zeildoek schermt ze af tegen de zon. Uno, dos, tres, en daar roffelen twintig handen op de cuatro, de viersnarige Venezolaanse gitaar.

We waren gewaarschuwd: de kinderen van El Sistema ontroeren. Wie ze meemaakt, krijgt het gauw te kwaad. De Britse topdirigent Simon Rattle kreeg wazige ogen bij de speelvreugde van een Venezolaans jeugdorkest. Bij Plácido Domingo, de Spaanse operatenor, kroop een traan over de wang toen het beroemde ‘Hallelujah!’ van de barokcomponist Händel uit honderden kinderkelen schalde.

Zij namen tien, vijftien jaar geleden poolshoogte. President Hugo Chávez leefde nog, de socialistische suikeroom van El Sistema. Nu, onder zijn opvolger Nicolás Maduro, lijdt het land aan hyperinflatie en schaarste. Alleen aan gruwelverhalen is geen gebrek. Één keer vragen en je hoort ze. Over een moeder en baby die twee dagen teerden op een glas suikerwater. Over dierentuindieren die werden gevangen, gevild en opgegeten.

In Mamporal lijkt weinig aan de hand. Jongens en meiden druppelen binnen voor de repetitie van het schoolorkest. Ze dragen vioolkisten en fluitkoffers, er wordt gekletst en gelachen. Maar in een berghok staat een oudere, gedrongen vrouw iets uit elkaar te rafelen. ‘Het remkabeltje van een fiets’, zegt ze. ‘Op de viool van deze jongen is de e-snaar gesprongen en over vijf minuten moet hij wel klaarzitten.’

Leerlingen van El Sistema in ‘23 de Enero’, een wijk die berucht is om drugshandel en geweldsdelicten. Foto Daniel Rosenthal

De vrouw heet Judith, ze is de secretaresse van de núcleo. Natuurlijk weet ze dat staaldraad een viool kapot kan trekken. ‘Maar het is nu even niet anders. Een set snaren kost zowat een jaarsalaris.’

Materiaalschaarste blijkt in Mamporal nog het minste probleem. Sinds een paar maanden komt het voor dat kinderen ’s middags flauwvallen, zegt Judith. ‘Scholen moeten een gratis lunch geven, maar die hebben het geld niet meer, dus verschijnen sommige leerlingen met een lege maag.’

Zo beschouwd is het een mirakel dat op de bovenverdieping de Vijfde symfonie losbarst van Dmitri Sjostakovitsj. Hitte en honger hebben geen vat op het zestigkoppige schoolorkest. Een fantastisch spelend trompettistje komt met zijn hoofd amper boven de lessenaar uit. Pubers laten de strijkstokken gedisciplineerd over de snaren schieten.

Strompelend maar herkenbaar trekt Sjostakovitsj voorbij. Klanken die hij schreef onder Sovjetdictator Jozef Stalin, stromen door open vensters uit over de palmbomen en straathonden van Mamporal.

Wat is El Sistema?

Een miljoen Venezolaanse kinderen krijgen muziekles van tienduizenden leraren.

El Sistema is een organisatie in Venezuela die gratis muziekonderwijs inzet als middel om kinderen te redden van drugs, criminaliteit en prostitutie. Elke middag zingen en spelen ze samen in koren en orkesten. Klassieke muziek voert de boventoon, maar er zijn ook groepen voor latino-caribische en andere populaire muziek. Verspreid over Venezuela heeft El Sistema 440 núcleo’s (kernen). Daarnaast geeft de organisatie muziekles op 1.100 basis- en middelbare scholen. Al met al krijgen een miljoen leerlingen les van tienduizend docenten.

De oprichter, José Antonio Abreu, overleed eind maart op 78-jarige leeftijd. In 2010 kreeg hij in Amsterdam de Erasmusprijs voor zijn bijdrage aan sociaal geïnspireerd muziekonderwijs. El Sistema wordt structureel ondersteund door de Venezolaanse regering. Internationale sponsors dragen bij aan huisvesting, de aankoop van instrumenten en het inschakelen van gastdocenten.

De geldschieter heeft dictatoriale trekjes

Venezuela is het land met de grootste oliereserves ter wereld. Het had een Dubai kunnen zijn, rijk en welvarend. Helaas prijkt het hoog op allerlei foute lijstjes. Caracas is 's werelds moordhoofdstad: vorig jaar vielen er ruim 3.300 doden. Angstaanjagend is ook de economische val. Toen Chávez in 1999 aantrad, leefde 48 procent van de Venezolanen onder de armoedegrens. Sinds 2013, met Maduro aan het bewind, is dat gegroeid tot 87 procent.

De vraag is wat dat betekent voor El Sistema. Sinds 1975 zet de organisatie klassieke muziek in als middel om de jeugd weg te houden van drugs, geweld en prostitutie. Bijna een miljoen kinderen verzamelen zich via El Sistema in koren en orkesten. Op T-shirts en polsbandjes staat hun motto: tocar, cantar y luchar: spelen, zingen en strijden.

El Sistema’s drijfveer is sociaal, maar wie muziek in de vingers heeft, kan opklimmen naar internationaal niveau. Dat bewees in 2007 het Simón Bolívar Jeugdorkest, het sterrenteam van El Sistema. Onder Gustavo Dudamel, de topdirigent van eigen kweek, zetten de jongelui de Londense Royal Albert Hall in vuur en vlam. Euforie golfde door een sector die in het westen kampt met een bedaagd imago. ‘El Sistema’, zei dirigent Simon Rattle, ‘is het beste wat de klassieke muziek in de 21ste eeuw kan overkomen.’

Er staat dus wat op het spel in Venezuela. De crisis is één kopzorg voor El Sistema. De andere heet Nicolás Maduro. De president die op 20 mei wil worden herkozen, wordt de hyperinflatie maar niet de baas. Daarnaast maakt hij politieke bokkesprongen. Vorige zomer schoof Maduro het parlement als wetgever aan de kant. Critici vragen zich dan ook al een tijdje af: hoe lang kan El Sistema een geldschieter met dictatoriale trekjes verdragen?

En toen overleed eind maart ook nog José Antonio Abreu, El Sistema’s oprichter en leidsman. Behalve een priesterfiguur was hij een geslepen diplomaat en fondsenjager. Abreu was de man die van El Sistema een succesvol exportproduct maakte.

Zodat de vraag op scherp staat: hoe overleeft El Sistema?

Tussen autowrakken en stinkend vuil

Het scheppingsverhaal van El Sistema is mythisch. Als het niet op film stond, zou je het niet geloven. In 1975 zette José Antonio Abreu in een kelder in Caracas veertig lessenaars klaar. Maar hoe hij ook had geronseld voor zijn nieuwe jeugdorkest, er kwamen slechts elf musici opdagen. Of we stoppen hier en nu, sprak Abreu, of we gaan door en worden met miljoenen.

Profetische woorden. Abreus muziekonderwijs op sociale grondslag sloeg aan. Ouders stonden te juichen en opeenvolgende regeringen trokken de portemonnee. El Sistema opende núcleo na núcleo. Verspreid over Venezuela staan er inmiddels 440, in middenklassebuurten en sloppenwijken, in de jungle of op een vuilnisbelt.

Tot de enthousiaste ouders behoort Yurleidys Gómez, ze is verpleegkundige. Om halfzes ’s ochtends staat ze ontbijt te maken voor haar gezin in Carapita, een sloppenwijk in centraal Caracas. Yurleidys kneedt maïsdeeg, knijpt er hompjes af en plet die op een bakplaat. Arepa heet het broodje, het is volksvoedsel in Venezuela.

Dochter Estefanny (11) krijgt er twee. Een voor nu, een voor op de núcleo, waar ze zingt in het koor. ‘Wij boffen', zegt vader Luís, een onderhoudsmonteur. ‘We hebben nog drie maaltijden per dag. Al kunnen we de arepa niet meer vullen met kaas én ham én ei.’

Yurleidys is blij dat Estefanny ’s middags niet over straat zwerft, tussen autowrakken en stinkend vuil. ‘De núcleo biedt veiligheid en discipline. In het koor leert ze samenwerken en daar houdt ze heel haar leven plezier van.’

Je zou zeggen: elke sloppenwijk rolt de rode loper uit voor El Sistema. Niet dus, zegt Hans Loreto, een dertiger met zwart overhemd en getrimde baard. Hij wijst naar een rij woontorens die in west-Caracas indrukwekkend staat te verpauperen. 23 de Enero heet de wijk, 23 januari, naar de dag in 1958 dat de Venezolanen dictator Marcos Pérez Jiménez het land uit schopten.

23 de Enero is een van de gewelddadigste barrios. Hier heerst het colectivo, een bewapende burgermilitie die zwaar op de hand is van Maduro. Negen jaar geleden, Chávez leefde nog, mocht Loreto namens El Sistema komen praten. Het leek ze wel wat, zo’n núcleo. Een schoolgebouw hadden ze alvast opgeknapt.

‘Helaas waren ze één ding vergeten’, zegt Loreto. ‘Overleg met de wijkbewoners. Die hadden weinig affiniteit met klassieke muziek. De eerste keer dat we op het schoolplein Mozart speelden, gooiden ze tomaten en plastic flessen over ons heen.’

Estefanny Escorcia (11 ) maakt zich klaar om naar school te gaan. Foto Daniel Rosenthal

Nu moet niemand het nog wagen met z’n tengels aan de núcleo te komen. ‘De mentaliteit is veranderd. De wijkbewoners zijn juist trots. Ze zien hoe hun kinderen elke middag een paar uur ontsnappen aan de rauwe realiteit.’

‘¡Hola, Hans!’, roept een kleuter wanneer directeur Loreto een klas binnenstapt. Met zijn koor oefent het ventje de Zuid-Amerikaanse versie van Twee handjes op de tafel, twee handjes in je zij. In de lesruimte ernaast zingen kinderen met een verstandelijke beperking een liedje met gitaar. Een lokaal verderop duiken adolescenten met kennelijk plezier in muziektheorie.

Vanuit een bijgebouw waaien salsaklanken aan. ‘We beperken ons allang niet meer tot klassieke muziek’, zegt Loreto. ‘Ik heb plannen voor een latino-caribisch kinderbandje en een rockgroep. Maar dat zal nog even moet wachten. Ik merk dat kinderen lessen gaan overslaan, ze hebben geen geld meer voor de bus. En een aantal van mijn docenten is vertrokken naar het buitenland.’

Gestorven aan een schotwond

Het hoofdkwartier van El Sistema in Caracas draagt de missie in z’n naam: Centro Nacional de Acción Social por la Música, nationaal centrum voor sociale actie door muziek. De betonkolos herbergt leslokalen, oefenruimten en concertzalen. Op het voorplein graait een groep tieners in bruine kartonnen dozen. Het zijn de voedselpakketten waarmee de regering zijn burgers af en toe bijstaat. De buit wordt verdeeld: jij de suiker, ik de spaghetti, hij de melk.

Hier staan de talenten die zijn opgebloeid in de núcleo’s. Samen vormen ze het jongste betaalde kader van El Sistema: het Francisco de Miranda Jeugdsymfonieorkest. Voor hun vak hebben ze wat over. Victor, een magere, bebrilde violist van 18 jaar, stond vanochtend om vijf uur naast zijn bed in de sloppenvoorstad Guatire. ‘Halfuur lopen naar de bus, anderhalf uur rijden, met file en al. Om acht uur zat ik klaar voor de repetitie.’

Jongens als Victor kregen voorjaar 2017 onverwacht een gezicht. Wereldwijd toonden tv-journaals beelden van jeugdige musici die meeliepen in protesten tegen Maduro. Ze speelden viool met een gasmasker op. Een enkeling kwam huilend in beeld: de oproerpolitie had zijn instrument kapotgeslagen. Het kon nog slechter: een 17-jarige violist van El Sistema, Armando Cañizares, stierf in het tumult aan een schotwond.

De favela Petare, aan de rand van Caracas. Foto Daniel Rosenthal

Voor de artistiek leider van El Sistema, de internationale sterdirigent Gustavo Dudamel, was de maat vol. Vanuit zijn woonplaats Los Angeles riep hij de regering op ‘te luisteren naar de stem van het Venezolaanse volk’. Maduro sloeg terug met een intimiderende tv-speech. Ook schrapte hij tournees van El Sistema’s jeugdorkesten met dirigent Dudamel. Die zou Venezuela nu mijden uit vrees dat zijn paspoort wordt afgepakt.

Desgevraagd blijkt dat niemand op het voorplein er z’n vingers aan wil branden. De pauze is voorbij, het orkest slentert terug het Centro in. Op de dirigentenbok wacht een Nederlander, Dick van Gasteren. Hij schreef een boek over jeugdorkesten. Dat belandde via via op het bureau van José Antonio Abreu en sindsdien dirigeert Van Gasteren een paar keer per jaar de orkesttop van El Sistema.

Over de Venezolaanse muzikanten is hij lyrisch. ‘Ze hebben discipline en werken geconcentreerd. Tot aan de achterste rij voel je de hartstocht. Vooral de strijkers van het Simón Bolívar-orkest bekoren me. Die van het Concertgebouworkest zou ik zo voor ze inruilen.’

'Het enige wat hem interesseerde, was geld'

Manuel Silva-Ferrer zegt het recht voor z’n raap: ‘Het succes van El Sistema kun je niet begrijpen zonder te praten over olie.’ Silva-Ferrer is wetenschapper, hij publiceerde over het cultuurbeleid onder Chávez en behoort tot de snelgroeiende academische diaspora van Venezuela. Hij skypet vanuit Berlijn, waar hij werkt aan een proefschrift over ‘petrocultuur’: de invloed van olie op de kunsten.

‘Olie’, zegt hij, ‘is Venezuela’s enige bron van inkomsten. Wie in ons land iets gedaan wil krijgen, moet bij die geldkraan zien te komen.’

En daar verschijnt José Antonio Abreu in beeld, de oprichter van El Sistema. Briljante man, vindt Silva-Ferrer. Maar niet omdat hij zo bevlogen sprak over muziek als mensenrecht, of musiceren zag als de geestelijke brandstof waarmee kinderen opstijgen uit materiële armoe. ‘Ik noem Abreu liever een culturele caudillo.’

Leerlingen van El Sistema in Caracas. Foto Daniel Rosenthal

Met die term verwijst Silva-Ferrer naar het 19de-eeuwse, Zuid-Amerikaanse leiderstype dat uitblonk in cliëntelisme en handjeklap. ‘Eerst was Abreu minister van Cultuur in een rechts kabinet. Daarna sloot hij een pact met de linkse populist Chávez. Het enige wat hem interesseerde was geld voor zijn project.’

Onder minister Abreu, zegt Silva-Ferrer, slokte El Sistema 75 procent op van het geld dat Venezuela besteedde aan cultuur. ‘Later werd het alleen maar meer. Dat heeft de cultuursector ontwricht. Het geld ging bijvoorbeeld niet naar film of theater. De monocultuur van olie weerspiegelt zich in een monocultuur van muziek.’

Melk en honing

Eduardo Méndez staat in een reusachtige krater van beton. De zakelijk directeur van El Sistema - strak pak, zachte ogen - wijst naar de hoog oprijzende wanden. ‘Hier komt onze nieuwe concertzaal, met 2.200 stoelen en een superakoestiek.’

Méndez leidt rond in het Opleidingscentrum voor Docenten van El Sistema. Het wordt volgend jaar geopend en ligt pal naast het Centro. Kosten: een slordige 60 miljoen euro. In de planning staat nog robuustere nieuwbouw van een kwart miljard.

De directeur geeft toe: de bouwwoede in Caracas vloekt bij de armoe in de núcleo van Mamporal. ‘Maar met het bouwgeld kan ik niet schuiven. Onze medefinancier, de Inter-American Development Bank, heeft het geoormerkt. Afgezien daarvan is het niet onze taak de kinderen van Venezuela te voeden. Voor sommige núcleo’s hebben we een sponsor gevonden, dat is al heel wat.’

Op Méndez’ bord liggen meer taaie problemen. 8 procent van het docentencorps heeft El Sistema inmiddels verlaten. Van de Simón-Bolívarmuzikanten zocht liefst 42 procent z’n heil in het buitenland. De directeur geeft er een positieve draai aan. ‘Die mensen worden stuk voor stuk ambassadeur van El Sistema. En talent uit de núcleo’s groeit nu des te sneller door.’

Muzieklessen in de beruchte wijk ‘23 de Enero’. Foto Daniel Rosenthal

Dat er sprake zou zijn van een leiderschapscrisis, met Abreu dood en artistiek directeur Dudamel aan de zijlijn, wuift hij weg. ‘De geest van maestro Abreu leeft voort in ons allemaal. En Gustavo verwacht ik in juli gewoon weer voor een project in Caracas.’

Blijft over de scherpste kiezel in Méndez’ schoen: president Nicolás Maduro. El Sistema valt rechtstreeks onder zijn gezag, er zit geen ministerie tussen. Anders dan Chávez, gaat het gerucht, zou Maduro hebben geprobeerd sleutelfuncties binnen El Sistema te bezetten met eigen mensen.

Een insider analyseert: ‘Dat is het domste wat hij kan doen. Alles wat zijn regime aanraakt, brokkelt af. Dat kan hij zich bij El Sistema eenvoudig niet veroorloven. Zijn trouwste aanhangers wonen in de sloppenwijken en die hebben er het meeste profijt van.’

‘Tot nu toe behandelt de president ons met respect’, zegt directeur Méndez. De vraag of er een rode lijn is, een moment waarop El Sistema zich afwendt van zijn beschermheer, gaat hij beleefd uit de weg. ‘Dat zien we zodra zich iets voordoet.’

Het is begin april als Nicolás Maduro aanschuift bij een massaconcert ter herdenking van José Antonio Abreu. Even lijkt Venezuela een land van melk en honing. In de overkapte sportarena van Caracas proclameert de president een rrrécord mundial: 10.701 kinderen hebben samen gemusiceerd! Applaus. El Sistema heeft zojuist de miljoenste leerling ingeschreven! Applaus. Enthousiast pakt El Presidente door: ‘Op naar de twee miljoen!’

Foto Daniel Rosenthal

Het levenswerk van Franka Verhagen

Franka Verhagen zal zichzelf nooit omschrijven als de moeder van El Sistema. Toch, bezoek met haar het hoofdkwartier in Caracas of wandel door een núcleo, en iedereen groet de vrouw met het korte, blonde haar. Verhagen (55) werd geboren in Valkenswaard en studeerde gitaar op het conservatorium van Maastricht. In 1986 ontmoette ze een trompettist uit Venezuela. Ze trouwden en streken neer in Caracas.

Haar man, Igor Lanz, behoort tot de pioniers van El Sistema. Als directeur was hij een kwarteeuw de rechterhand van oprichter José Antonio Abreu. Verhagen gaf gitaarles en muziektheorie op núcleo’s. Ze klom op en leidt tegenwoordig de professionalisering en internationalisering van El Sistema.

El Sistema is haar levenswerk. Maar als de crisis voortwoedt, vertelt ze op kantoor in Caracas, weet ze niet of ze over een jaar nog in Venezuela woont. Ze draait haar stoel een kwartslag. Ze wil niet dat haar medewerkers zien hoe ze volschiet.

Drugsbazen

Meyfer (26) begon een núcleo op een vuilnisbelt. ‘Een jongetje van 8 voerde me langs de drugsbazen in een sloppenwijk van Maracay, een stad ten westen van Caracas. Zonder introductie kom je zo’n barrio niet binnen. Ze vonden het goed dat ik een núcleo stichtte. Ik begon in de schaftkeet van een vuilnisbelt met een stuk of dertig kinderen. Die zagen veel geweld: vuurgevechten tussen gangsters, bruut optreden van de politie. Aanvankelijk voedden we ze vooral op: beleefd zijn tegen elkaar, geen agressie. Samen muziekmaken hielp enorm. Sommige leerlingen heb ik zien groeien, ze zitten nu in de muziek of zijn onderwijzer. Met andere liep het slechter af. Twee knullen uit mijn klas werden vermoord. Ze gingen zelfstandig denken en dan heb je in de barrio een probleem. Ik kwel mezelf nog steeds met de vraag hoe ik ze had kunnen redden.’

Gevangenis

Guillermo (40) dirigeert in een vrouwengevangenis. ‘Waarom de dames gevangen zitten interesseert me niet. Van wat ik heb gehoord gaat het meestal om oplichting of drugshandel. Iedereen krijgt muziekles aangeboden, of het nu gaat om zingen of het leren bespelen van een instrument. Er is een meidenkoor, een gitaarclub, maar ook een symfonieorkest. We spelen van alles wat: Caribische pop, filmmuziek, klassiek. Met het orkest ben ik net begonnen aan de Eerste symfonie van Beethoven. Sommige vrouwen blijken talent te hebben. Er zijn er die na hun vrijlating conservatorium hebben gedaan en nu lesgeven via El Sistema. Maar dat is niet ons doel. We willen dat de vrouwen de gevangenis verlaten met een beter waardenbesef en een idee over hoe ze hun leven kunnen oppakken.’

El Sistema in Europa

125 orkesten uit 25 landen zijn lid.

De opzet van El Sistema in Venezuela, muziekonderwijs voor sociale verandering, vond in veel landen navolging. In Europa en de Verenigde Staten wordt het model-Abreu in wisselende vormen toegepast. De Britse musicus Marshall Marcus, voorzitter van het European Youth Orchestra, richtte in 2012 een Europese tak op van El Sistema. Inmiddels hebben zo’n 125 orkesten uit 25 landen zich aangesloten. Opmerkelijk: Zweden, Groot-Brittannië en Frankrijk zijn ruim vertegenwoordigd. Ze hebben meer deelnemende orkesten dan Oost-Europese landen. Niet echt achterstandsregio’s, zou je denken. Sistema Europe is vooral een netwerk voor kennisuitwisseling.

Marcus werkte in de jaren tachtig een paar jaar als muziekdocent in Venezuela. ‘Ik leerde dat het principe van El Sistema overal ter wereld toepasbaar is als je rekening houdt met sociale, culturele en politieke verschillen. Abreu zei altijd: ‘Maak het zo lokaal mogelijk’. Met andere woorden: pas het systeem aan waar nodig. In Venezuela is veel meer armoede dan hier, maar ook een meer homogene cultuur. In de Europese orkesten zie je vaak een multiculturele mix. Ik ken een muziekklasje in Londen waar negen talen worden gesproken. In een rijk land als Zweden doen veel immigrantenkinderen mee; muziek bevordert de cohesie en het begrip.’ Een ander verschil is dat kinderen in Europa minder tijd hebben. ‘Als je elke dag een paar uur muziekles krijgt zoals in Venezuela wordt muziek maken zoiets als ademhalen. Dat is hier minder.’

Elk jaar is er een zomerfestival. De aangesloten orkesten hebben elk hun eigen financiering, van overheden, particulieren, bedrijven, fondsen etc. Stichting Leerorkest in Amsterdam, waarbij 32 ‘leerorkesten’ in Amsterdam zijn aangesloten, stelt zich ‘democratisering van muziekeducatie’ ten doel, maar is geen lid van Sistema Europe.

Nell Westerlaken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.