Verzeild tussen de nationaal-socialisten

Het is in Nederland een beetje aan de aandacht ontsnapt, maar in Vlaanderen hebben de kranten er vol van gestaan: de in 1969 op 97-jarige leeftijd overleden Belgische schrijver Stijn Streuvels (pseudoniem van Frank Lateur) zou fout zijn geweest in de oorlog....

In dat opzicht stond hij niet alleen. Veel Vlamingen hadden het immers niet zo begrepen op de Belgische staat, die door de toenmalige Franstalige Waalse elite werd gedomineerd. De Vlamingen noemden hun houding daarom liever 'activisme' in plaats van collaboratie.

Oorzaak van alle commotie is de dichter en essayist Hedwig Speliers, die al vanaf 1968, toen hij Omtrent Streuvels publiceerde, het West-Vlaamse literaire monument Streuvels aan het schillen is. Vorige maand verscheen zijn boek Als een oude Germaanse eik; Stijn Streuvels en Duitsland. Het is een aanvulling op zijn uit 1995 stammende biografie Dag Streuvels - Ik ken de weg alleen. En hij is nog niet klaar, want de kopij voor een volgend Streuvels-boek is al een eind op streek.

De jongste uitgave deed een groot aantal vertegenwoordigers van de Vlaamse journalistiek aanbellen bij Speliers' smalle, hoge en monumentale woning in Oostende, gelegen op een steenworp van het Noordzeestrand. Zij roken nieuws, gealarmeerd door het persbericht van de uitgever: 'Speliers probeert een opmerkelijk hiaat in Streuvels' memoires aan te vullen. Streuvels hield een afzonderlijk schrift bij met zijn Duitse honorariumverrekeningen, honderd titels van hem werden in het Duits vertaald door tien Duitse uitgevers. Toch schrapte Streuvels iedere herinnering aan nazi-Duitsland. Hij toverde zo goed als alle Duitse vertalers en uitgevers weg die voor een ruime verspreiding van zijn werk hadden gezorgd.'

De commotie verliep ongeveer zoals in Nederland toen Adriaan Venema in 1991 'onthulde' dat Simon Vestdijk in de Tweede Wereldoorlog zijn oren al te nadrukkelijk naar de bezetter had laten hangen. De hoofdlijn was wel bekend, maar alles bij elkaar was het toch even schrikken. Overdreef Venema niet?

Ook Speliers' 'onthulling' bevatte au fond weinig onverwachte zaken. Maar nu alle feiten overzichtelijk gerangschikt leken, waren autoriteiten toch onaangenaam getroffen en rook de pers lont.

Speliers zegt nu: 'De meeste journalisten hadden alleen de inleiding van mijn boek gelezen. Anderen niet. Die hadden niets gelezen en het alleen van horen zeggen. Een geweldige heisa was het hier. Televisie, kranten, iedereen stond hier aan de deur. Waarom haalde ik toch die ouwe koeien uit de sloot? Maar die heb ik er niet uitgehaald, want ze hebben er nooit in gelegen.

'Mijn boek is in zijn kern ook geen poging om Streuvels in de hoek van de collaboratie te zetten, maar een beschrijving van de mechanismen rond het uitgeven en vertalen in Duitsland, met de daarbij behorende vriendschappen. In dat mechanisme heeft Streuvels een belangrijke rol vervuld. Er zijn van hem in Duitsland honderd vertalingen verschenen, hij heeft twee wereldoorlogen overleefd en hij was bovendien een broodschrijver.

'Vanuit zijn liefde voor de Duitse cultuur is hij zo stilletjes aan tussen de nationaal-socialisten verzeild geraakt. Natuurlijk, de persoon Frank Lateur was een conservatief, rooms-katholiek gezinshoofd met vier kinderen en zijn alter ego Stijn Streuvels schreef progressieve, proletarische boeken over het Vlaamse boerenleven. Maar dit dualisme maakt van Streuvels of Frank Lateur, zo u wilt, nog geen collaborateur. Althans niet officieel, want voor de zekerheid heeft hij zijn oorlogsdagboeken, documenten en bijdragen aan Duitse kranten na de oorlog verdonkeremaand.'

Speliers wijt het gegeven dat zijn boek zo veel stof deed opwaaien aan taboes die in Vlaanderen bestaan. 'Ik zag laatst op tv dat 95 procent van de Belgen hun kinderen nog laat dopen. Niet dat daarmee gezegd is dat alle Belgen allemaal even gelovige katholieken zijn. Maar het is voor de zekerheid, hè? In die sfeer is het ongepast om een schrijver als Streuvels, zowel een kanon als gecanoniseerd, tegen het licht te houden. Ik moest geen slapende honden wakker maken.'

Tezelfdertijd beseft Speliers dat de heilige Streuvels, met wiens West-Vlaamse achtergrond, taalgebruik en 'rotkarakter', hij nochtans een zekere affiniteit bezit, nog maar bar weinig wordt gelezen. Waar de oorspronkelijk Avelgemse bakker ooit een vaste plek op de boekenlijsten van de middelbare scholen innam, is hij er nu slechts bij hoge uitzondering te vinden. Streuvels' particuliere West-Vlaamse taal sterft uit. De verklarende woordenlijsten achterin de uitgaven worden steeds langer.

Toch is er een tijd geweest dat Streuvels als een komeet aan het literaire firmament omhoogschoot. In 1896 werd hij als 25-jarige zondagsschrijver ontdekt door de linkse mannen van Van Nu en Straks, zeg maar het tijdschrift van de Vlaamse Tachtigers.

Binnen paar jaar tijd bracht de schrijvende bakker het zo ver dat hij in België kandidaat werd geacht voor de Nobelprijs, die overigens in 1911 naar de Franstalige Maurice Maeterlinck ging.

Streuvels werd in zijn bloeiperiode in meerdere talen vertaald, vooral in het Duits. In 1905 bouwde hij een eigen vrijstaand huis, Het Lijsternest, in het West-Vlaamse Ingooigem, dat nu het Stijn-Streuvelsmuseum is. In dat huis vestigde hij zich als onafhankelijk schrijver.

In 1909 stokte de productie van zijn vertalingen in Duitsland. Voor Streuvels was dat een enorm afzetgebied geweest. Toen enkele jaren later de Eerste Wereldoorlog uitbrak en bijna geheel België door de Duitsers werd bezet, kwam Ingooigem kwam in oorlogsgebied te liggen. Veel inwoners vluchtten, maar Streuvels bleef de hele oorlog door in zijn Lijsternest wonen. Daar kreeg hij in 1915 bezoek van een Duitse officier, de erudiete Goethe-verzamelaar en uitgever Anton Kippenberg, die hem aanbood zijn boeken in Duitsland te publiceren. Streuvels zou er zéér goed voor worden betaald. De inmiddels 43-jarige Streuvels kon het aanbod haast niet weigeren en dat deed hij dan ook niet.

Zo groeide Streuvels' emotionele en zakelijke relatie met Duitsland en met de Duitse cultuur. Een verhouding die in het interbellum, toen zijn hoogtijdagen als schrijver eigenlijk al voorbij waren, werd voortgezet.

In die jaren dertig vervoegden zich allerlei bevriende oud-officieren uit de Eerste Wereldoorlog bij hem, mensen die niet alleen sympathie voor Hitler koesterden, maar ook een rol speelden in de Duitse uitgeverswereld en in de Reichsschrifttumskammer, waar de Duitse censuur werd geregeld. Streuvels' proletarische boerenromans pasten goed in de reeksen Blut-und-Bodenromans, waar de nazi's een voorliefde voor hadden.

Zo gleed de inmiddels bejaarde, in beginsel apolitieke Streuvels, soms tegenstribbelend, maar onmiskenbaar af naar een bedenkelijke positie. Wie daarbij allemaal, en op welke manier, een rol speelden, wordt in Speliers' boek uitputtend beschreven. Uitputtend moet hier letterlijk worden genomen: In het boek worden naar schatting zo'n vijftienhonderd namen genoemd van mensen die in de verhouding van Stijn Streuvels met Duitsland en de Duitse cultuur een rol of rolletje hebben gespeeld.

Dat enorme aantal is wellicht ook de reden waarom in de Belgische pers na de eerste stormachtige dagen de wind is gaan liggen. Het lezen van de 612 pagina's is namelijk een vrij vermoeiende bezigheid. Van de vijftienhonderd geïntroduceerde personen zeggen veel namen zelfs de meest erudiete lezer weinig tot niets. Weliswaar worden sommigen van hen nader voorgesteld in een van de 2500 noten, die de tekst begeleiden, maar dat maakt de lectuur van Als een oude Germaanse eik er alleen maar zwaarder op. Het beste is het dit boek te beschouwen als een naslagwerk.

'Ik begrijp uw kritiek', zegt Speliers, 'de namen zijn een vermoeiend aspect van het boek. En dan nog heb ik nog veel namen weggelaten. In een biografie had ik het niet gedaan. Maar helaas voor u, het is mijn keus geweest en ik ben de baas. U mag alleen kritiek hebben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.