Verzamelde Werken, deel VI. Toneel

In de subtiliteit van zijn dialogen zit bij Tsjechov het echte drama. Eindelijk is er een eigentijdse vertaling, compleet en direct uit het Russisch

Het theater van Tsjechov lijkt maar niet aan populariteit te verliezen. Zijn - kleine aantal - rijpe toneelstukken worden vaker gespeeld dan die van Strindberg, Ibsen of Shaw, en blijven trouw publiek trekken in Nederland. Waarom? De problematiek die hij schetst, het verval van het Russische landleven en de bijbehorende elites, staat toch verder van ons af dan de problematiek van huwelijk, seks en generatieconflict die centraal staat in het theater van Ibsen, of dan de sociale problematiek van Shaw? Is Tsjechov gewoon beter?

Tsjechovs taalgebruik is beroemd onpretentieus, zijn personages babbelen maar door, soms wijdlopig, maar zelden welbespraakt - net echt. Ze praten om hun zwijgen te maskeren, om de stilte niet te voelen, om de leegte te vullen. Vanwege die kwaliteit van Tsjechovs dialogen wordt hij vaak gezien als een voorloper van het theater van het absurde, van Beckett en Pinter. In het theater van het absurde is taal een contextloos ritueel geworden, en is de sociale en regionale omgeving waarin de personages optreden van geen belang meer. De personages bewegen zich in een existentiële leegte. Dat lijkt inderdaad op Tsjechov, maar het is iets heel anders. De bedreiging die uitgaat van de veranderende omgeving, het verval van het landgoed in De Kersentuin, de provinciale vereenzaming in De Drie Zusters, is reëel.

Als ik met mijn studenten Tsjechov lees, pikken we die sociale en regionale context er de hele tijd uit. Als je erop let, zie je ze overal, de steken onder water, de subtiele verwijzingen naar sociale hiërarchie en relaties, de verschillen tussen regio's, tussen stad en platteland, het is allemaal aanwezig, niet alleen in de plot, maar ook in de taal. Het bijna contextloze gebabbel van Tsjechovs personages is geen existentiële metafoor, maar een manier om spanning te creëren, spanning tussen de besluiteloosheid en machteloosheid van de personages, en het onverbiddelijk aanzwellende onheil dat hen tegemoetkomt.

In de opbouw van die spanning speelt Tsjechovs taal een hoofdrol: schijnbaar betekenisloze dialogen, waarin het venijn langzaam toeneemt. Zulke dialogen hebben een uitstekende vertaling nodig, om de nuance recht te doen, zodat ze niet meer lijken op een dialoog van Beckett.

Je zou denken dat Nederlandse toneelgezelschappen zaten te springen om goede vertalingen. Helaas. De meest gespeelde vertaling van Tsjechov is die van Chiem van Houweningen, de scenarioschrijver van Zeg 'ns Aa en Oppassen, maar ook Gerardjan Rijnders, Hans Croiset en Jacob Derwig zijn bekende Tsjechov-vertalers. Deze regisseurs en acteurs vertalen Tsjechov niet uit het Russisch, maar uit het Duits. Ik vermoed dat daar een financiële reden aan ten grondslag ligt, of een rechtenkwestie, maar zeker weet ik het niet.

Dat vertalen uit het Duits komt in ieder geval niet doordat er geen goede Nederlandse vertaling uit het Russisch voorhanden was. Die was er wel, van Charles Timmer, in de Russische Bibliotheek van Van Oorschot. Ik ben een bewonderaar van Timmer, het zijn uitstekende vertalingen, maar het kan zijn dat zijn taalgebruik voor een speeltekst wat stijfjes is. Maar zelfs als dat zo is, was de vertaling van Timmer zeker een beter uitgangspunt geweest voor een te spelen tekst, dan bewerkingen uit het Duits.

Ik heb wel vaker gemerkt dat theatermakers geen zin hebben in de bemoeienis van slavisten, alsof die Tsjechov van hen willen afpakken, alsof kennis van zaken hen frustreert in het toe-eigenen van de tekst.

Nu is er een nieuwe vertaling van de gelauwerde vertaalsters Yolanda Bloemen en Marja Wiebes, die de versie van Timmer bij Van Oorschot vervangt. Hun vertaling is erg precies en erg voorzichtig. Veel bondiger en trouwer aan het origineel dan Timmers vertaling. Het zou van mij wat gedurfder mogen, maar hun trouw aan de tekst geeft in ieder geval de basis voor een veel rijker begrip van Tsjechovs drama, en een basis voor hernieuwde interpretaties van Nederl

andse regisseurs.

Dit nieuwe deel in de Russische Bibliotheek is bovendien bijna twee keer zo dik als het deeltje dat het vervangt. Er is ruimte gemaakt voor allerlei curiositeiten, dramateksten die Tsjechov schreef in zijn beginjaren, toen hij voor humoristische blaadjes schreef. Het bevat een aantal absurde teksten en kluchten, die nog nooit in het Nederlands zijn vertaald, waardoor je Tsjechovs ontwikkeling als dramaschrijver kunt volgen.

Voor een schrijver van het formaat van Tsjechov is het opvallend hoe lang de weg is geweest die hij moest bewandelen om een grote toneelschrijver te worden. Van de ruim 1.200 bladzijden van deze uitgave zijn er maar 340 gewijd aan de vier toneelstukken waarmee hij beroemd werd - de rest is grotendeels een curiositeit, zeker spannend, maar vooral als monument voor de strijd die Tsjechov voerde met de conventies van het drama.

Vond Tsjechov als schrijver van verhalen heel snel een eigen toon, die hij langzaam verdiepte, als toneelschrijver knikkert hij alle kanten uit. Grotesken in de traditie van Gogol worden afgewisseld met pogingen tot sociaal drama à la Alexander Ostrovsky, tot dan toe Ruslands grootste toneelschrijver, maar zonder veel artistiek succes.

Als Tsjechov dan in oktober 1895, negen jaar voor zijn dood, begint te werken aan De Meeuw, lijkt hij zich ervan bewust te zijn dat hij een nieuwe vorm heeft gecreëerd: 'Ik maak een toneelstuk', schrijft hij, 'maar zondig vreselijk tegen de regels van het theater. Een komedie, drie vrouwenrollen, zes mannen-, een landschap (uitzicht op een meer), veel gepraat over literatuur, weinig handeling, en tachtig kilo liefde.'

In zijn nieuwe stuk had Tsjechov eindelijk een methode gevonden om de wereld van zijn tijd, en vooral de ondergang daarvan, te beschrijven op een manier die niet kunstmatig was, schijnbaar zonder de dwang van een plot, zonder protagonist eigenlijk en zonder 'realistisch' gedoe op het toneel. Het drama stopte hij weg in de subtiliteiten van zijn dialogen. Die zijn nu zeer correct en eigentijds vertaald. Nu de theatermakers nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden