Verzameld proza

Jan Hanlo's belangstelling was onbegrensd, bewijst het verzameld proza

Een bepaalde sociale belangstelling heb je wel, stelde Adriaan Morriën in 1954 in vragende zin aan de dichter en schrijver Jan Hanlo (1912-1969), die toen antwoordde met: 'Ja, misschien wel. Ik luister altijd naar de vliegtuigen. En als ze staan te heien kijk ik of de palen er wel goed recht in gaan.' Zulke bijna argeloze originaliteit is zeldzaam. Degenen die haar bezitten, weten er ook niet altijd raad mee.

Een gemakkelijk leven heeft Jan Hanlo niet gehad, de pedofiele poëet, precisie-freak en stukjesschrijver met een kabouterachtig voorkomen, die als gevolg van een psychose in 1947 ook een tijdje in de Amsterdamse Valeriuskliniek heeft gezeten.

Daar deed hij later heel mooi verslag van, in het postuum gepubliceerde Zonder geluk valt niemand van het dak (1972). In een streven naar verregaande openheid, schreef hij in die zelfanalyse, keek hij iedereen op straat strak aan, liep daarbij achteruit om langer te kunnen kijken, en liet de wind zijn richting bepalen: 'Er was wel wind, maar de vlagen waren erg wisselend.'

De analyse is geestig, treffend en overigens niet vrij van drama. Uit veel van Hanlo's teksten, die nu voor het eerst op volgorde zijn gelegd in het Verzameld Proza (ondertitel: Een erwt zo groot als een voetbal ís geen erwt), spreekt een grote eenzaamheid. Het stukje 'Nachtelijk oefenen', over de ukelele die Hanlo 's avonds bespeelt, zonder dat hij zijn hospita en andere buren wil storen, is daarvan een proeve, even pijnlijk als teder. Omdat hij méént dat zijn slapende bovenbuurman een gedeprimeerde zucht slaakt, bergt Hanlo zijn instrument in allerijl op, 'het licht reeds eerder dovend, naar mijn bed, om daar waarschijnlijk nog enige tijd de zoete val der accoorden te overdenken'.

Niet verwonderlijk dat Hanlo aansluiting vond bij de redacteuren Bernlef en Schippers van het tijdschrift Barbarber, met op straat aangetroffen teksten, en aldaar gehoorde grappen. 'Vader: Wat heb je vandaag op school geleerd? Gerard: 2 en 2. Vader: Mooi, maar weet je wat 2 en 2 is? Gerard: Nee, ik weet alleen maar 2 en 2.'

In 1964 hield Hanlo een toespraak in de Amsterdamse boekhandel Bas bij de opening van een Barbarber-tentoonstelling. Hij sprak toen: 'De aanleiding tot de tentoonstelling is het uitkomen - vandaag, kan men zeggen - van dit boekje (boekje tonen), dat een bloemlezing is van de eerste 30 nummers van Barbarber.' Volgens aanwezigen sprak Hanlo de woorden 'boekje tonen' uit zonder het boekje te tonen. Misschien vond hij de verwoording al dermate suggestief dat de handeling zelf overbodig was geworden.

Tot in de fijnste details blijft Hanlo verbazen, zoals ook een willekeurige greep uit zijn onderwerpen een belangstelling in kaart brengt die niet aan enige grens gebonden is: de vrije wil, klepperen onder de dekens, jazz, Hegel, de zwaartekracht en nasynchronisatie.

Aandoenlijk en ook smartelijk zijn de brieven uit Marokko waarmee dit boek besluit, en die als Go To The Mosk gepubliceerd werden, over zijn verhouding met de straatjongen Mohamed die hij zelfs in mei 1969 een week mee naar Nederland kreeg: 'Als ik tegenwoordig aan hem denk dan moet ik heel dikwijls dikke tranen huilen, als ik me niet inhou, en ik hou me bijna altijd in. Zo onder het eten of zo. Geen zwaar verdriet, eigenlijk. Gewoon, ja, wat men 'love' noemt, lief. - welke moeilijk helemaal, of zelfs maar verder, realiseerbaar is, dat zal de tranen wel oproepen.'

Een kranige daad van de uitgever, om deze te weinig bekende teksten te verzamelen. Nu kan het open proza van deze onopvolgbare geest ons weer vol raken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden