Vervelende voorstelling over vervelende mensen

De gesel die het Nederlandse toneel de afgelopen jaren voortdurend pijnigt – het nutteloos gebruik van zendmicrofoontjes door acteurs die kennelijk niet zeker zijn van de draagkracht van hun stem – heeft weer eens toegeslagen.

Er zijn nog meer gimmicks in deze eerste grote zaalregie van artistiek leider Erik Whien bij het nieuwe stadsgezelschap in Arnhem: het inzetten van de toneelknechten. Zij mogen af en toe opdraven om in het decor dingen te veranderen of om een dansje te wagen met actrice Maria Kraakman, die een van de dertien vervelende personages in dit bewust vervelende-mensenstuk speelt.

Wat zou je daar als regisseur mee willen zeggen, met die microfoontjes die knarsen en krassen? En met die toneelknechten? Dat het allemaal maar fake is, en artificieel? En dat Gorki’s genadeloze portret van de zelfvoldane, culturele elite van zijn tijd tegenwoordig met een korreltje zout moet worden genomen?

Zoiets zal het zijn. Intussen kijken we naar een gekunstelde voorstelling, met acteurs die zichzelf in allerlei bochten wringen om toch vooral op te vallen als ‘vervelend personage’. Ze bedienen zich van nerveuze tics, rare gewoontes, uitbarstingen van verbaal geweld, gedoe en aanstellerij. Het is ongetwijfeld allemaal bedoeld om de leegheid van deze levens en het gebrek aan idealisme (want daar was het Gorki om te doen) aan te tonen. Maar het is een misverstand dat een toneelstuk over vervelende mensen die zich voortdurend vervelen geen vervelende toneelavond zou kunnen opleveren.

Actrice Kirsten Mulder is een positieve uitzondering. Zij speelt Julia, de vrouw van de opgeblazen bouwondernemer Soeslow (Bram Coopmans) en maakt daarvan een mooi, klein rolletje. In een te kort rokje, op te kekke hakjes, met een te hysterisch lachje en voortdurend plaagstootjes uitdelend, laat zij het publiek zien hoe het ook kan: heel goed vervelend spelen.

Overigens zijn in deze Zomergasten de vrouwen beduidend interessanter dan de mannen. Zoals dat eerder ook al het geval was in het ensemblestuk Het laatste vuur van het Ro Theater.

De tijdloze vormgeving is mooi en halverwege treden twee muzikanten aan, die de teksten en handelingen ondersteunen met drums en keyboards. Whien weet met de nodige flair de grote zaal te bespelen. Maar die zendmicrofoons werken op de zenuwen, zeker in een voorstelling waarin veel mensen op het podium staan. Op een gegeven moment weet je niet meer wie wat waar zegt, de personages zijn inwisselbare buikspreekpoppen geworden.

Zo kan Gorki het uiteindelijk niet bedoeld hebben. In zijn stuk worden mensen voordurend verliefd op de verkeerde, is niemand tevreden met de ander, is elk maatschappelijk mededogen afwezig en gaat dat tenslotte bij een enkeling wringen. ‘Ik zou niet weten waar ik heen moest’, zegt een van hen. De enige vluchtheuvel is dat ze elkaar hebben. Dat is de kern van dit drama, en over die kern wordt bij Oostpool met veel bombarie heen gewalst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden