Postuum Claude Lanzmann ( 1925 - 2018 )

Verteller van een onvertelbaar verhaal

Claude Lanzmann, de maker van de documentaire Shoah, ­is donderdagochtend op 92-jarige leeftijd overleden in een ziekenhuis in Parijs. Zoals er een periode is voor en na de Tweede Wereldoorlog, is er ook een periode voor én na de monumentale film van de Fransman over de Jodenvernietiging.

Het negenenhalf uur lange Shoah, in 1985 voor het eerst vertoond, is ook vandaag nog de meest bepalende film bij de herinnering aan de Holocaust. Vanwege het onderwerp: Lanzmann richtte zich in zijn documentaire specifiek op de eindfase van de Jodenvervolging, de binnenste ring van de destructie in de concentratiekampen. Maar ook om de onverbiddelijke vorm, die een claim legde op alle latere films over de Holocaust: geen muziek, geen sentiment, enkel getuigenissen.

Hij bracht de weinige overlevenden van de Sonderkommando’s voor zijn camera: de Joodse gevangenen die ondersteunend werk uitvoerden in de vernietigingskampen, in ruil waarvoor ze hun eigen en niet minder zekere dood een weinig uitstelden. En Lanzmann vroeg door, ook toen Abraham Bomba, de kapper van het Sonderkommando die het hoofdhaar van vrouwen verwijderde voor ze de gaskamer binnengingen, hem smeekte niet verder te vragen naar details.

Er klonk wel eens kritiek op die opnamen: dat het onmenselijk en sadistisch was van Lanzmann om oorlogsslachtoffers zo te confronteren. Waarop de filmmaker altijd antwoordde dat het niet anders kon.

Het was niet humaan, maar wel ­nodig: want Shoah was veel meer dan een ­documentaire, zijn film betrof ­geschiedschrijving. Om die reden ­gebruikte de filmmaker ook geen ­archiefbeeld uit de kampen in Shoah – dat in de oorlogsjaren gefilmde ­materiaal kwam immers van de Duitsers en was daarmee per definitie ­verdacht. Lanzmann trachtte iets vast te leggen dat enkel bestond in de hoofden van de ­mensen die erbij waren geweest.

Filmstill uit 'Shoah' (1985) door Claude Lanzmann. Beeld Shoah

Zoals Simon Srebnik, die als klein Joods jongetje met zijn zuivere stem Duitse liederen zong voor de SS’ers, en zo in leven bleef. In Shoah zien en horen we hem weer zingen, nu op de vaarroute naar het kamp Chelmno, waarin de zakken menselijke as werden geleegd. Ook de nazi’s en kampbewaarders komen aan het woord, soms gefilmd met verborgen camera. Lanzmann sprak ze tijdig, begin jaren zeventig, nog voor de cultivatie van de Holocaust: het maakt Shoah ongepolijst, eerlijker. Hij was ook de eerste filmmaker die naar Polen trok om de onverschillige of zelfs opgeluchte bevolking aldaar te spreken, over hun afgevoerde buren. Ook die beelden ­laten de kijker, eenmaal gezien, nooit meer los. Nu loeren hun mannen tenminste niet meer naar die te mooie Joodse meisjes, zegt een dorpelinge.

‘Shoah is een film over de doden’, onderstreepte Lanzmann vaak in interviews. ‘Niet over de overlevers.’

De documentaire was een koor van stemmen en gezichten, ‘van moordenaars, slachtoffers en omstanders’, maar mocht niets pogen te verklaren; Lanzmann sloot zich aan bij de Italiaanse schrijver en Auschwitz-overlever Primo Levi, die in zijn boek Is dit een mens optekende: er viel niks van te begrijpen.

De in 1925 geboren filmmaker en journalist groeide op in een niet religieus joods Frans gezin. Zijn gescheiden ouders overleefden de oorlog, zoon Lanzmann sloot zich aan bij de communistische tak van het verzet. Na de oorlog werkte hij als journalist en raakte sterk beïnvloed door het manifest over antisemitisme van Jean-Paul Sartre, een vriend. Ook had hij jarenlang een relatie met schrijfster Simone de Beauvoir, Sartres ­partner, die Shoah deels financierde.

De Tweede Wereldoorlog en de ­Jodenvervolging bleven den constanten in zijn filmisch oeuvre: hij maakte de documentaire Sobibor, 14 oktober, 16 uur (2001), over de Joodse opstand in kamp Sobibor. En The Last of the Unjust (2013), over de van collaboratie beschuldigde rabbijn Murmelstein.

Lanzmann sprak zich vaak uit, en weinig gunstig, over andere ­filmers die zich aan de Holocaust waagden. Vooral Steven Spielberg kreeg ervan langs, bij diens biografische drama Schindler’s List uit 1993. Melodramatische kitsch was dat. vond hij. Op hoge leeftijd maakte hij een uitzondering voor het Hongaarse Son of Saul (2015) van László Nemes, die de Auschwitzgruwelen vanuit het perspectief van een lid van het Sonderkommando verbeeldde. Zo – en enkel zo – kon je dat doen, zei Lanzmann: zonder opsmuk, zonder muziek. Zonder overlevers.

Reacties

David Barnouw, filmhistoricus en oorlogsdeskundige, eerder ­verbonden aan het Niod (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies) 

‘Shoah was zijn grote epos en een belangrijk werk: er waren toen nog niet veel films over de oorlog en het was bijzonder dat hij er zo de tijd voor nam. Aan de andere kant: ik ben volgens mij een van de weinige filmhistorici die ­Shoah toch wel ongelooflijk lang vinden. Volgens mij werd er meer over zijn werk gepraat en geschreven dan dat het werd gekeken. Er werden ook vraagtekens gezet bij het anti-Poolse sentiment dat Lanzmann in de film verwerkte, waarmee hij Polen neerzette als antisemitische boeren. Het was ook een buitengewoon arrogante man. Op avonden waarop zijn werk besproken werd, wilde hij eigenlijk geen ­kritische vragen beantwoorden. Bewonderende uitspraken mochten wel.’

Bernard-Henri Lévy, Frans filosoof: ‘Claude Lanzmann was een moedig man… een goed man. Ik zal de momenten die wij met elkaar doorbrachten koesteren als schatten.’

Kimberly Warner, fotograaf en maker van de met een ­Oscar genomineerde documentaire Claude Lanzmann: Spectres of the Shoah: ‘Een man die mishandeling en vervolging riskeerde om een van ’s werelds grootste ­gruweldaden vast te leggen in Shoah. Een herinnering aan de verschrikkelijke excessen ­waartoe racistische retoriek kan leiden.’

Natan ­Sharansky, voorzitter van Jewish Agency for Israel: ‘Claude Lanzmann was verantwoordelijk voor het levend houden van de Holocaust in zo veel harten en hoofden van mensen van over de hele wereld. Zijn magnum opus Shoah wist de verschrikkingen van die tijd te vatten door de persoonlijke verklaringen van overlevenden, getuigen en daders. Voor velen was het de eerste keer dat zij werden geconfronteerd met de realiteit van de Holocaust. Zijn persoonlijke toewijding aan het herdenken van de Shoah was ongeëvenaard. We zijn hem veel dank verschuldigd.’

Myrel Morskate, Iñaki Oñorbe Genovesi

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.