Verteller en onderwerp houden elkaar in de tang in boek met knetterende lading

In zijn moeder had Adriaan van Dis zich nooit zo verdiept. Hij doet dat alsnog in haar laatste levensfase, als beiden op elkaar zijn aangewezen. Een zachte dood in ruil voor een levensverhaal - een boek met een knetterende lading.

Tegenstellingen zijn de brandstof voor het schrijverschap van Adriaan van Dis. Als bastaardkind van een Indische vader en een Nederlandse moeder en met drie halfzussen zat hij vanaf den beginne gebeiteld: de geboren buitenstaander die nooit ergens bij zal horen. Zijn moeder kwam van het boerenland, haar eerste man was in Nederlands-Indië onthoofd en zij was in de oorlog geïnterneerd in een jappenkamp; zijn vader kwam getraumatiseerd door oorlogservaringen naar Nederland, werd arbeidsongeschikt verklaard en leefde zijn frustraties uit in driftbuien en klappen.

De verhalen zijn bekend door boeken in verschillende toonaarden, zoals het wat tobberige Indische duinen (1994) en het meer kolderieke Familieziek (2002). Maar we kennen ook de andere tegenstellingen die Van Dis kenmerken: de welbespraakte wereldreiziger en flaneur die een hang naar zelfkant en onfatsoen heeft, de ervaren tv-presentator die nog steeds angsten uitstaat als hij op de buis moet, de talenkenner die lang dyslectisch was, de punctuele stilist die verzot is op 'vrijtaal' buiten de lijntjes, de autobiograaf die zich altijd zal vermommen.

Bijna alle vruchtbare tegenstellingen spelen zich in hemzelf af, en als zich een tegenstem van buiten aandient (de vader die 'elke dag liegt' en met wie hij geen band kon opbouwen), dan is dat er een van vroeger - vader stierf toen Adriaan 10 was. Het ongebruikelijke van zijn nieuwe roman Ik kom terug, over de omgang van de verteller met zijn 100 jaar geworden moeder, is dat hij dit keer niet de regie in eigen hand heeft.

Beeld HH

Knetterende lading

Dat geeft dit boek een knetterende lading. De verteller is niet zeker van zijn zaak. Waarom hij nooit eerder uitgebreid bij zijn moeder stil heeft gestaan, kan als oorzaak hebben dat hij in haar geen boek zag. Nu moeder en zoon elkaar in haar laatste levensfase vaak treffen - zij in het verzorgingstehuis, hij als zoon van 60plus die met notitieboekje en boodschappen op bezoek komt -, is er niet ineens sprake van een ten langen leste opgelaaide liefde. Van Dis gaat de botte waarheid niet uit de weg: ze hebben hier beiden belang bij, want ze willen iets van elkaar gedaan krijgen. Hij heeft een voorschot van zijn uitgever en wordt geacht met een roman op de proppen komen (zo kan een uitgever zijn auteurs tot inspiratie aanmoedigen), zij wil dat hij haar een zachte dood bezorgt en is in ruil daarvoor bereid hem haar levensverhaal te vertellen.

Ze houden elkaar in de tang. Allebei wantrouwend, ijdel, koket, bang zich uit te leveren, toedekkend wat stinkt, leugens inlassend als die een verhaal ten goede komen. Afstandelijk, alle twee.

Ze lijken meer op elkaar dan de verteller zou willen. En dáár zit het zwaartepunt van Ik kom terug. Deze kern geeft zich niet snel prijs, waardoor men zich gemakkelijk verkijkt op de keren dat de schrijver valt voor pathetiek, goedkope alliteraties (in een tuin verlies je je 'in paden en perken'; moeder 'reeg de ene gedachte aan de andere, lenend van de boeren en van Boeddha'), kitsch en koketterie (hij heeft zijn houten vrijstaand huis in de Achterhoek 'met de pen en gezwets verdiend', dat zal wel op zekere talkshow duiden).

Vrije omgang met de feiten

Verschillende keren lijkt Van Dis te verwijzen naar andere schrijvers: de oude vrouw met een kist vol herinneringen aan Nederlands-Indië, dat is Sleuteloog van Hella S. Haasse; de verteller die mijmert onder het rijden en dat 'autodromen' noemt, dat is je reinste Gerrit Achterberg; de ouder die opgewonden brieven schrijft aan wereldleiders en beroemdheden, en het schrijvende kind dat daar met een mengeling van spot en schaamte melding van maakt, dat is Brief aan Boudewijn van Walter van den Broeck. Het is aldoor om de hete brij heen slalommen.

Ook maakt Van Dis er veel werk van de lezer in te lichten over zijn vrije omgang met de feiten, alsof we nog altijd niet zouden weten dat een schrijver de waarheid liegt. Interessanter is de onzekerheid of zijn moeder niet óók fabuleert, en de overweging dat leugens nodig kunnen zijn om het leven draaglijk te houden. Dus ja, de knappe blonde vrijgezelle Duitse dokter Carl die in Indië een huisvriend werd en aan wie ze altijd met warme gevoelens is blijven terugdenken, had die soms iets te maken met de miskraam die ze in die periode kreeg?

Alle jeuk, woede en zelfs haat die de verteller voelt als hij naar zijn moeder moet, slaat op hemzelf terug. De ergernis over haar aftakeling, en de huivering die spreekt uit zijn notities over kwijl, dun haar en windjes, zegt van alles over zijn eigen smetvrees.

Veel aandacht besteedt hij er niet aan, maar opmerkelijk is het wel dat zijn moeder nog veel méér dan hij nergens bij hoort: niet bij de boeren waar ze vandaan komt, niet bij de inlanders, en toen ze na de bevrijding uit het kamp werd gehaald, belandde ze in een evacuatiekamp waar ze opnieuw achter versperringen kwam te zitten, dit keer om de boze nationalisten tegen te kunnen houden. 'De jappen kregen opdracht ons te bewaken.'

Geen wonder dat ze later liever zweeg over die tijd, en ook haar leeshonger en belangstelling voor esoterie zijn zo curieus niet als de zoon veronderstelt - misschien verwijlde ze liever in andere werelden, nadat haar in 'de echte' zo veel ontnomen was.

Na haar dood leest hij met afgrijzen de prachtige brief die ze had bedoeld voor hardloopkoningin Fanny Blankers-Koen, die destijds de jeugd had opgeroepen 'meer te gaan rennen'. Maar rennen is een instinct dat met plezier weinig te maken heeft, beweerde mevrouw Van Dis. De jeugd zou beter af zijn met eurythmie. 'Dat is pas een stap voorwaarts: lichamelijk uiting geven aan gevoelens.'

De zoon vindt dit idioot. O, wat kon moeder zweverig zijn. Maar intussen heeft hij de gestorvene hoogstpersoonlijk een volgend leven gegeven, als markante romanfiguur. Door niet weg te rennen maar te luisteren naar gevoelens, de zijne en de hare, en daar uiting aan te geven. 'Gehoorzaamheid aan het gevoel is beter dan je spieren verzuren.' De zoon wil het nog steeds niet horen, maar laat door middel van zijn zintuiglijke boek merken dat zij gelijk had.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden