Verstoord geluk in Bhutan

Het koninkrijk Bhutan in de Himalaya heeft sinds een halfjaar televisie. Tot opluchting van de jeugd die graag naar MTV wil kijken en jeans wil dragen....

DE koning van Bhutan vierde de nationale feestdag dit jaar in het oosten van het land. Samen met zijn vier vrouwen, allen zusters, en een kleurrijke stoet ministers, ridders en muzikanten trok de populaire Jigme Singye Wangchuck twee weken geleden de Zwarte Bergen over. Achteraan volgde voor het eerst een cameraploeg van de Bhutan Broadcasting Service (BBS). Daarmee gaf Bhutan als een van de laatste landen ter wereld na een jarenlang verbod de strijd tegen televisie officieel op.

In duizenden huiskamers in de hoofdstad Thimphu werd de sofa tegen de muur geschoven en het televisiemeubel ertegenover geplaatst. Zo kon er drie dagen na het feest worden genoten van de eerste beelden van een dansende en boogschietende koning.

Voor buitenstaanders lijkt Bhutan een vergeten afdeling van Willy Wonka's chocoladefabriek. De zeshonderdduizend inwoners gaan gekleed in kleurige tuniekjes, wonen in houten huisjes met blauwe deuren, spreken Dzongkha, eten doma en melken ieder dag hun jims. De schaarse bezoekers die zij jaarlijks toelaten in hun koninkrijk, wanen zich in Zwitserland. De lucht is er zuiver, de wegen zijn een genot, de bossen en rivieren zien er onaangetast uit, en iedere ingezetene ontvangt gratis onderwijs en gezondheidszorg. Zelfs het nationale gerecht, gesmolten kaas (met rode pepers), vertoont Zwitserse trekken.

'Het leven hier is goed', stelt ridder Dawa Tshering tevreden vast, 'juist omdat we de wereld hebben buitengehouden. Dat doen we niet uit onwetendheid, maar uit slimheid.' De 46-jarige districtsbestuurder zit op de borstwering van het eeuwenoude kloosterfort waar een mannelijke en vrouwelijke rivier samenkomen. Zijn lichtgekleurde goh, het traditionele kledingstuk dat iedere man draagt en dat op een korte badjas lijkt, past bij de scharlakenrode sjaal die bij zijn rang hoort, net als het zilveren steekzwaard op zijn rechterheup.

'Onze tradities en zelfs deze kleding zijn onze manier om te overleven als soevereine staat. We zijn een eilandje, ingeklemd tussen China en India. Als wij onze identiteit opgeven, dan worden we zeker overspoeld door miljoenen Indiërs en Nepalezen op zoek naar een beter bestaan.' Tshering noemt als voorbeeld de voormalige buurlanden Sikkem en Ladakh die al verdwenen zijn. 'We zijn laat begonnen met onze modernisering en kunnen daarom leren van andermans fouten. Anders zijn we double fools.'

De komst van televisie bemoeilijkt deze overlevingsstrategie van Bhutan. 'Jongeren omarmen de westerse cultuur en begrijpen niet waarom zij nog een goh of een kira (de traditionale wikkelrok voor vrouwen) moeten dragen. Ik hoop dat zij op school en vooral na een eerste reis door Azië alsnog beseffen dat onze manier van leven te prefereren is.' Hij wijst op een sloeber die verderop aan gebedsmolens draait: 'Die man is arm, maar zal nooit hoeven bedelen.'

Een kopje thee drinken met een Bhutanese ridder betekent duizend jaar terugreizen in de tijd. Zijn personeel schenkt voorovergebogen bij, en verdwijnt achterwaarts uit het zicht. Later, bij het oversteken van de binnenplaats, is het ridder Tshering zelf die zijn scharlaken sjaal op de grond gooit en diep buigt als hij vier hoge monniken ontwaart die te herkennen zijn aan de gele bies op hun gewaad. Dit viertal gaat even later eveneens met het hoofd naar de grond als er een woeste monnik verschijnt met een zwartleren zweep in zijn hand. Met die zweep maakt hij ruimte voor de hoogste geestelijke van het land, de Je Kenpho. De geestelijke gaat gekleed in een geel gewaad en draagt oranje doucheslippers. Veel meer is er niet aan hem te zien, want voor de Je Kenpho, die even hoog is als de koning, volstaat alleen de diepste buiging waarbij de mond moet worden bedekt om bacillen binnen te houden.

In de hoofdstad Thimphu graaft een groepje mannen intussen koortsachtig aan een kilometers lange sleuf. Daarin wordt de eerste televisiekabel van het land gelegd, die Bhutanezen in staat stelt voor ongeveer een tientje per maand te kijken naar MTV, Discovery Channel, Cartoon Network en betaalkanalen als Starplus, Starfilm, HBO en Hallmark. Tweehonderd inwoners hebben inmiddels een abonnement, en de exploitant meldt dat er veel belangstelling is.

Naar schatting tweeduizend Bhutanezen hebben al een satellietschotel gekocht. Dat is eigenlijk illegaal, maar het werd tijdens het WK Voetbal vorig jaar door de vingers gezien. Sindsdien is het hek van de dam: het aantal tv-winkels in de hoofdstad is gestegen van één naar vijf, waarvan de grootste beweert twintig toestellen per maand te verkopen.

De koning vindt dat de tv-bezitters ook een publiek kanaal moeten krijgen in de taal van Bhutan. Vandaar dat het BBS-radiostation sinds 2 juni ook televisie maakt. 'De komst van televisie was niet meer tegen te houden', zegt BBS-baas Sonam Tshong. Hij zit doma te kauwen in zijn werkkamer, vlak onder de heuvel waarop hij een televisiemast liet plaatsen naast de bestaande radiotoren. 'Een beginnersfout', geeft Tshong toe. Beide zendmasten storen elkaar zo hevig, dat de nationale radio uit de lucht moet als het dagelijkse BBS-journaal begint.

'Televisie is een krachtig medium', vindt de omroepbaas, die zijn omroep vooral beschouwt als een educatief instrument. 'In Bhutan mag je niet zonder toestemming een boom omhakken. Dat is soms moeilijk uit te leggen, maar op televisie kun je laten zien wat erosie betekent. Wie een dorp elders in de wereld van een helling ziet glijden, heeft geen uitleg meer nodig.' In kijkcijfers is Tshong niet geïnteresseerd. 'Als de kijker na een uitzending naar het ziekenhuis gaat voor een onderzoek, of besluit het milieu te ontzien, dan ben ik blij.'

Het is een houding die geen spannende televisie oplevert. Een typische journaaluitzending begint met de dagbesteding van de koning. Een willekeurig bulletin maakt melding van de voorbereidingen voor de nationale feestdag, het aantal vacatures bij de overheid, de opening van een arbeidsbureau en de prestaties op de boogschietbanen. Daarop volgen buitenlands nieuws en aansluitend het programma Musical instruments of Bangladesh. Het restant van de dagelijkse drie uur zendtijd is voor BBC World, met onder meer het interviewprogramma Hard Talk.

Volgens de BBS-verslaggevers lijken alle uitzendingen op elkaar: ceremonies, seminars en de nationale sporten boogschieten en Bhutanese darts (met pijlen zo groot als colaflesjes). 'Er gebeurt te weinig in Bhutan', meent de 24-jarige eindredacteur Demba Tshering. 'Daar komt bij dat we gevoelige onderwerpen als moord, bloed, drugs of seks niet kunnen uitzenden. Te pijnlijk voor een boeddhist.' Een voorstel om een Bhutanese versie van Hard Talk te maken, verzandde volgens Tshering in de vraag hoe hardheid kan worden gecombineerd met respect voor de gesprekspartner.

Na een halfjaar is er nog steeds geen reclame op BBS. De winkeliers in Thimphu geloven niet in adverteren, en internationale sigaretten- en alcoholreclames zijn volgens omroepbaas Tshong niet goed voor het land. Hij overweegt geld van ministeries te vragen voor programma's over volksgezondheid en milieu. Een minister kan ook zendtijd kopen voor een speech. Hetzelfde geldt voor internationale hulporganisaties. Tshong: 'Die trekken nu het land door om het gat in de ozonlaag uit te leggen aan analfabeten. Dat kan veel beter via de televisie.'

De extra inkomsten kunnen worden gebruikt voor televisiedrama in de Dzongkha-taal. Een eerste poging in die richting verdween al na vier weken van het scherm. In de Bhutanese sitcom Dhoro Zam (Vrienden) deelden drie jonge vrouwen een appartement in Thimphu, en werden ze het gesprek van de dag. Tot er een dronkelap in de serie opdook die nergens werk kon vinden, behalve bij BBS. Op dat moment hield de serie op. 'Het scenario begon te degenereren', is het oordeel van Tshong. De meeste Bhutanezen kijken niet naar BBS, maar naar Hollywood-films en naar Amerikaanse series op de Star-kanalen van mediatycoon Rupert Murdoch.

De gevolgen van de komst van televisie voor de Bhutanese cultuur zijn moeilijk te voorspellen. Sociologisch onderzoek op het eiland St. Helena in de Atlantische Oceaan, dat in 1995 televisie kreeg, wijst uit dat televisie het gezinsleven intensiveert. Uit onderzoek op de Fiji-eilanden, waar de tv eveneens in 1995 haar intrede deed, bleek dat het zelfbeeld van meisjes negatiever was geworden. In die gemeenschap waar overeten traditie is en vrouwen elkaar complimenteren met hun hoge gewicht, is het slanke lichaam van de Amerikaanse actrice Heather Locklear uit Melrose Place abrupt tot nieuwe norm verheven.

In Bhutan lijkt de klederdracht er als eerste aan te gaan. Tieners binden de bovenkant van hun goh om hun middel, zodat hun Tommy Hilfiger-shirt zichtbaar wordt, en vrijwel iedereen verruilt na thuiskomst zijn goh voor een broek en een warme trui. Wie de goh een dagje uitprobeert, merkt dat de vele plooien constant onderhoud vergen, dat de kleurrijke band om de middel eten bijna onmogelijk maakt en dat de vorst vrij spel heeft op benen en billen. Maar wie op straat loopt zonder goh, riskeert een boete van de politie. Dat is de keerzijde van het land van frisse alpenweiden en diepgevoelde tradities: er mag heel veel niet. Een Bhutanees kan niet dragen wat hij wil, moet zijn plaats kennen in de strikte hiërarchie, heeft geen keuze tussen politieke partijen en is aangewezen op media die aan zelfcensuur doen. Begin jaren negentig trad de koning nog hard op tegen honderdduizenden Nepalezen die werden beschouwd als illegale immigranten. De bloedige onlusten die daarop volgden, leidden tot tentenkampen in Nepal, waar nog steeds ruim negentigduizend vluchtelingen wonen.

'Zonder sterke overheid kunnen we niet overleven', meent de econoom Karma Ura, die beschouwd wordt als een van de leidende intellectuelen van het land. 'De gewone man draagt misschien liever een spijkerbroek en wil graag bomen kappen om een huis te bouwen. Maar de optelsom van individuele belangen is vaak niet het beste voor de hele groep.'

Dat geldt zeker voor Bhutan, waar de koning bruto nationaal geluk belangrijker vindt dan bruto nationaal product. De vrije markt leidt volgens Ura onder meer tot een diepe kloof tussen arm en rijk, en tot vernietiging van de natuur. Als voorbeeld noemt hij India en Pakistan. 'Dan geef ik de voorkeur aan een koning als grand designer, al gaat dat ten koste van individuele vrijheid.'

De spanning tussen individuele vrijheid en staatsbelang wordt volgens Ura verscherpt door televisie, en valt samen met een generatieconflict. 'Dat is van alle tijden, maar ditmaal spiegelen jonge Bhutanezen zich meer aan de buitenwereld en zetten ze vraagtekens bij de Bhutanese manier van leven.' Daar komt bij dat jongeren naar zenders kijken die 'slechts commerciële uithangborden' zijn. Daarbij doelt hij op de Indiase zenders die permanent een balk met reclameboodschappen door het beeld laten lopen en af en toe een gloeilamp laten verschijnen met een tekst erin.

'Ik twijfel eraan of televisie zal bijdragen aan ons geluk', zegt Ura, die van oordeel is dat tv vooral het materialisme aanwakkert. 'De beelden verleiden onze zintuigen en vullen ons hoofd met irrelevante informatie over spullen. Daar wordt een mens vooral rusteloos en ontevreden van. Als boeddhisten streven wij naar innerlijke rust, emptiness of mind. Dat proces wordt ruw verstoord door televisie, en dat staat ons geluk in de weg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden