Verschoningsrecht journalist na eeuw geregeld

Nu kan een procureur-generaal het van zijn humeur laten afhangen of de telefoon van een journalist wordt afgetapt – straks is er eindelijk een wet....

AMSTERDAM Na ruim een eeuw discussie lijkt de Tweede Kamer binnenkort een knoop te kunnen doorhakken over het journalistieke verschoningsrecht. Minister Hirsch Ballin van Justitie wil nog deze zomer zijn voorstel voor journalistieke bronbescherming voorleggen aan de ministerraad, zei zijn woordvoerder maandag. In september wordt de regeling naar de Raad van State gestuurd, waarna ze mogelijk nog voor de jaarwisseling kan worden aangeboden aan de Tweede Kamer.

Met de regeling kan een einde komen aan ruim een eeuw discussie over de bescherming van journalistieke bronnen. Anders dan in bijvoorbeeld Duitsland en België is dat recht nog niet in de Nederlandse wet geregeld. Sinds 1996 worden de spelregels bepaald door uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, die het verschoningsrecht een fundamentele voorwaarde noemde voor de persvrijheid.

De eerste Nederlandse discussie over het journalistiek verschoningsrecht dateert van 1905, toen een journalist van dagblad De Locomotief door het Openbaar Ministerie werd gegijzeld om zijn informant bekend te maken van een artikel over troepenbewegingen in Indië.

Dit voorjaar werd de hoofdredactie van De Telegraaf afgeluisterd door inlichtingendienst AIVD en in juni werd nog huiszoeking gedaan bij journaliste Jolande van der Graaf omdat zij mogelijk staatsgeheime informatie in haar bezit had. In beide gevallen ging het om een inbreuk op hun journalistieke verschoningsrecht.

Die zaak laat zien hoe noodzakelijk een wettelijke regeling is, zegt secretaris Thomas Bruning van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). Temeer omdat twee verschillende rechtbanken uiteindelijk verschillend oordeelden over de vraag of dat afluisteren en de huiszoeking rechtmatig waren.

Bruning: ‘Nu wordt de inzet van dit soort dwangmiddelen geregeld in een richtlijn van het Openbaar Ministerie. Dat is niet democratisch vormgegeven. Bovendien ligt het, zoals blijkt, nog steeds aan het humeur van de dienstdoende procureur-generaal of je computer in beslag wordt genomen, en of je telefoon wordt afgetapt.’

Zonder Europese druk zou de Nederlandse wet er vermoedelijk niet zijn gekomen. In 1937, 1948 en 2000 werden vergeefs werkgroepen en commissies voor een wettelijke regeling in het leven geroepen. In 1993 werd een initiatief- wetsvoorstel door de Tweede Kamer zelf ingediend. Ook dat stuitte op politieke onwil en onenigheid in de journalistieke beroepsgroep, waar angst leeft voor een ‘staatsregeling’ die wellicht minder mogelijkheden zou bieden dan de Europese jurisprudentie.

De NVJ vond een wettelijke regeling in 2001 nog overbodig, maar is volgens Bruning sinds twee jaar actief pleitbezorger. De bond trekt gezamenlijk op met het Genootschap van Hoofdredacteuren. Volgens voorzitter Arendo Joustra staat het genootschap welwillender dan voorheen ten opzichte van een wettelijke regeling. ‘Op voorwaarde dat die niet slechter is dan de jurisprudentie.’

Of dat het geval is met het wetsvoorstel van de minister, moet worden afgewacht. Op het conceptwetsvoorstel dat minister Hirsch Ballin vorig jaar naar de kamer stuurde, was veel kritiek. ‘Bronbescherming gaat over meer dan de vraag wie de bron van je verhaal is’, zegt Bruning. ‘In de praktijk gaat het vaker over vragen die nu ook in de Telegraaf-zaak aan de orde zijn: mag je telefoon worden afgeluisterd, en mag je computer in beslag worden genomen? Die zaken moeten expliciet in de wet worden geregeld, anders houd je onenigheid bij politie en justitie. Dat was in het conceptvoorstel nog niet gebeurd.’

Ook de uitzonderingen op het verschoningsrecht waren in de voorlopige wetstekst matig geregeld, vindt de NVJ-secretaris. Dat er uitzonderingen zijn, kan volgens hem iedereen billijken. Zo moeten volgens de Europese regels journalisten met voorkennis over dreigende terreuracties daarover getuigen bij de rechter. Maar in het voorlopige Nederlandse wetsvoorstel wordt die uitzondering opgerekt tot ‘ernstige misdrijven’ zoals gijzelingen, en geldt de verplichting om de bron te noemen niet alleen om zulke misdrijven te voorkomen, maar ook achteraf om ze op te lossen.

Bruning zegt dat die afweging wordt overgelaten aan de rechter. ‘Daar komen we er hopelijk wel uit.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden