Verscheur deze brief Ik vertel veel te veel

Lieve Willem Frederik, Beste Gerard

Peters Arjan

Het project ging niet door. Maar gedurende een week in januari 1950 hebben Willem Frederik Hermans (1921-1995) en Gerard Reve (1923-2006) er over zitten denken samen een roman te schrijven. Ze waren toen 28 en 26 jaar, en er diende al geducht rekening met hen te worden gehouden. Hun enorme talent had zich van meet af aan gemanifesteerd, in romans en verhalen die nog altijd niemand ongelezen mag laten. Hermans had al de romans Conserve en De tranen der acacia's op zijn naam, Reve de roman De Avonden en de novellen De ondergang van de familie Boslowits en Werther Nieland.

Ze hadden hoge waardering voor elkaars werk, en bleken elkaar ook te mogen, inniger dan velen wellicht hebben gedacht (aanhef van Reve in 1955: 'My Own Darling Boy'), ze kwamen bij elkaar over de vloer en lichtten elkaar met tedere gedetailleerdheid in over hun huiskatten. Dat het zo ver ging, konden we ook haast niet bevroeden, omdat hun onderlinge correspondentie bij leven nooit is gepubliceerd, terwijl de wederzijdse schimpscheuten en plaagstoten van na 1959 - toen er een onherstelbare breuk in de vriendschap kwam -, in tal van interviews, artikelen en brieven met graagte zijn uitgemeten.

De twee grote schrijvers, die beiden mot kregen met hun eertijdse uitgever Geert van Oorschot, die beiden in de jaren zeventig naar Frankrijk verhuisden en uiteindelijk beiden vandaar naar België zouden gaan, die allebei even sardonisch konden schimpen op de losgeslagen linkse boel in hun geboortestad Amsterdam, die beiden in de jaren tachtig op een omstreden lezingentournee in het door de apartheid verscheurde Zuid-Afrika zouden gaan, en die naarmate ze meer succes hadden vanuit een zelfverkozen isolement opereerden, waartegen zelfs soms jarenlange vriendschappen niet bestand bleken - ook al vertonen hun biografieën opzienbarende parallellen, de twee grote Nederlandse naoorlogse schrijvers hadden van elkaar geen hoge pet op.

Dachten we.

Maar de postuum geopenbaarde briefwisseling Verscheur deze brief! Ik vertel veel te veel spreekt een heel andere taal. Neem dat jolige voorstel van Reve van 16 januari 1950 voor die gezamenlijk te schrijven roman, een felrealistische existentialistische soap avant la lettre, die volgens een voetnoot Zon over Lesbos moest gaan heten.

De synopsis die hij ontvouwt in een brief aan kunstbroeder Willem Frederik, klinkt veelbelovend: 'In een kleinburgerlijke straat in Amsterdam-Zuid - laat ons zeggen een straat als de Grevelingenstraat - wonen een ongeveer dertigjarige man en acht en twintigjarige vrouw.

'Ze hebben geen kinderen, aangezien de man een onbekende ziekte heeft van vermoedelijk luetische oorsprong, die hem verteert en zijn rug aantast, zodat hij verschrompelt en krom gaat lopen. Het huis is smakeloos ingericht. De man is onontwikkeld (steno en typen), maar neigt, als vergoeding voor zijn gedorven gezondheid, naar het occulte, zulks echter zonder critische zin.

'Bijna iedere avond houdt men met volstrekt onbenullige buren en kennissen - vrienden hebben ze eigenlijk niet - seances met het kruishout of met een glaasje op de tafel. De vrouw nu is zo mogelijk nog dommer dan de man, maar ze speelt piano (noch klassiek, noch goede jazz, alleen platte schlagers) en is zeer levenslustig. Ze roeit op de Amstel met een damesroeiclub, zoekt en vindt een vriendin. Er ontwikkelt zich tussen haar en de vriendin een lesbische verhouding.

'Het huishouden verloopt, terwijl de man voortdurend zwakker wordt (hij wordt ook impotent). Op het laatst gelijkt het huis verlaten en wordt niemand meer opengedaan. De vriendin stookt de vrouw op om de man uit de weg te ruimen. Het wordt eindeloos voorbereid, maar niet eens uitgevoerd, omdat de man sterft.' Het gaat erom, voegt Reve hieraan toe, dat het niet flodderig wordt, maar 'iets degelijks en doorwerkts, dat langzaam en zorgvuldig wordt opgebouwd'.

Dat laatste is niet de werkwijze van Hermans, die dikwijls 's nachts in een roes zijn invallen op he

t papier gooit - hij bleef vaak ook eindeloos zijn verhalen na publicatie herzien. Hermans schrijft Reve een week later terug het idee heel goed en levenskrachtig te vinden. In zijn voorstelling krijgt de algehele bedompte zwaarmoedigheid van Reves voorstel hoekige en valse haken en ogen, voor de personages bedenkt hij hoopvolle beweegredenen voor hun gedrag, met als doel dat hun misère nog harder aankomt: 'M.i. moet de nadruk vallen op die vrouw. Het occulte kan geen essentieel bestanddeel van haar zijn, het is essentieel voor haar man (hij, met zijn impotentie, streeft een soort copulatie langs supranatuurlijke weg na). De vrouw komt uit een zeer behoudend milieu. Zij was au fond altijd al lesbisch, maar heeft dit niet willen of durven weten. Onderbewust wist zij het natuurlijk wèl.'

De vriendin komt uit een intellectueler en decadenter milieu: 'Haar verhouding met de vrouw van die impotente man neemt zij oorspronkelijk niet au sérieux. Maar later wil zij zien 'hoever zij kan gaan', vandaar de moordplannen die aldoor mislukken (...) De vrouwen gebruiken opium en lopen half naakt door het huis, onophoudelijk ruzie makend en luidop plannen tot moord smedend. De man, verlamd in bed, hoort het allemaal. Als hij eindelijk dood is, laten ze hem liggen tot hij stinkt, daarna pas roepen ze de dokter.'

Einde oefening. Over het hilarische boek vernemen we niets meer. Zon over Lesbos van Reve & Hermans is een fantoomproject gebleven, dat treffend laat zien hoe de schrijvers als jongelingen op elkaar waren ingespeeld. Bovendien tonen die twee brieven het verschil in temperament: Reve de melancholische zwoeger, Hermans de gejaagde misantroop.

Ze vonden elkaar moeiteloos in de jaren 1947-1959, vuurden elkaar aan, smeedden plannen en hadden daarbij ook oog voor onderlinge verschillen. Die kwamen herhaaldelijk aan de orde, maar doordat de twee een afkeer van het toentertijd nogal ingedutte en behoudende literaire klimaat deelden, leek een verwijdering tussen hen nog ondenkbaar.

De tegenwerking die ze ondervonden in die jaren voordat ze doorbraken naar een groot lezerspubliek kwam, althans in hun beleving, werkelijk van alle kanten. In sardonische wanhoop bieden ze tegen elkaar op, om de laffe en imbeciele troep die hen omgeeft te specificeren: uitgevers, critici, hoernalisten, onwillige typelinten, postbodes, het weer (Hermans: 'Er hangt een broeierige hitte onder markiezen. Een dag om in een lauwwarm bad je polsslagaderen open te snijden'), winkeliers en hun treuzelende klandizie met allerhande afwijkingen (Reve: 'The Negroes who laugh so that pots and jars tumble down from the shopkeeper's shelves, change their mind at the last moment, and want something that nobody has ever heard from'), tijdschriften, kranten, radio en tv. Hermans slaat om zich heen in polemieken, Reve besluit alleen nog in het Engels te schrijven (ook in zijn brieven, wat krukkige staaltjes van kansloos Neder-Engels oplevert), niets mag baten.

In 1955 beklimt Hermans de Etna, en ziet bovenop de rokende krater dat de wereld doods, gruwelijk en gevaarlijk is: 'Ik zou hier hele gezelschappen positieve mensen vol oplossingen en geweeklaag over de atoombom naartoe willen slepen en ze willen vragen of ze nog wat te zeggen hadden. Nadat ze deze vraag, zonder twijfel, ontkennend hadden beantwoord, zou ik hen met een vernuftig apparaat in het vuur slingeren om ze er verfrommeld als een verbrande krant weer uit te zien schieten.' Vulkanisch expressionisme, alles moet stuk, de ongedurige Hermans staat op exploderen.

Zijn kunstbroeder antwoordt met een even meesterlijke weergave van een scène bij een schoenreparateur van de firma Gebr. Schut in de hoofdstedelijke Van Woustraat, wiens naam, naar hij meent, 'Tobber' luidt. Alles ís al stuk, bij Reve, en hij kan de droefenis alleen maar geduldig en met desperate humor weergeven - de troost en mystieke waarheid van het roomse geloof moesten hem nog geworden.

Hou op met die van haat dampend

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden