Verrukkelijk en uitstekend gedocumenteerd verhaal over veelzijdige dokter

Boek (non-fictie) - Heer en meester aan het ziekbed

De Nederlandse internist Isidore Snapper was een bijzonder fenomeen maar ook een lastpak en een ruziezoeker. Psychiater Hans van der Ploeg las de biografie die onlangs over Snapper verscheen.'Verrukkelijk.'

Op 4 maart 1973 schreef de 84-jarige internist Isidore Snapper een boze brief aan zijn artsen in het Mount Sinai Hospital in New York. Hoe ze het in hun hoofd haalden om hem een prostaatoperatie te willen aandoen. Fijntjes zette hij zijn hele ziektegeschiedenis voor de collega's op een rij. Mét de vraag of ze zijn elektrocardiogram nog wat preciezer wilden bekijken. Dan konden ze de hartafwijking zien die een ingreep voor hem gevaarlijk zou maken. De operatie ging niet door. Snapper herstelde.

Heer en meester aan het ziekbed - Leven en werk van Isidore Snapper (1889-1973) Internist
****
Non-fictie
Arie Berghout
Boom; 311 pagina's; euro 29,90.

Dit verhaal kenmerkt de in zijn tijd beroemde Nederlandse professor Isidore Snapper, die bekend stond als een opvliegend en eigengereid heerschap. Ruim twintig jaar eerder had hij met slaande deuren het Mount Sinai Hospital verlaten. Je kunt je voorstellen dat zijn behandelend artsen, die nog door hem waren opgeleid, sidderden voor zijn klinische blik. De betekenis van de klinische blik was niet minder dan Snappers stokpaardje. Snapper geniet de meeste bekendheid om zijn boek Bedside Medicine (1960) dat hij samen met de veel jongere Amerikaanse internist Alvin Kahn schreef. Tot Kahns teleurstelling kwam diens naam pas bij de tweede druk in 1967 op het titelblad te staan.

In Heer en meester aan het ziekbed - Leven en werk van Isidore Snapper (1889-1973) Internist presenteert Arie Berghout een verrukkelijk en uitstekend gedocumenteerd verhaal over deze veelzijdige dokter, zonder Snappers minder fraaie kanten te verdonkeremanen; op het irritante af kende Snapper nooit twijfel; hij wist op het eerste gezicht de juiste diagnose te stellen, maar duldde geen enkele tegenspraak. Je raakt al lezend in de ban van deze bijna maniakaal productieve geest.

Zelf was Berghout tot zijn pensioen internist en directeur opleidingen in een groot algemeen ziekenhuis. In het Trefpunt Medische Geschiedenis in Urk vond Berghout de nodige inspiratie bij de medisch historicus professor Mart van Lieburg, die Snappers ruwe memoires bewerkt had tot een toegankelijke tekst. Tot zijn geluk kon Berghout uitgebreid spreken met nog levende bronnen, zoals de bijna 90-jarige Alvin Kahn en Snappers kleinzoon James Snapper in Amerika.

Isodore Snapper groeide op in een arme volksbuurt in Amsterdam als zoon van een Joodse diamantbewerker. Op zijn 30ste kreeg hij een aanstelling tot hoogleraar interne geneeskunde in Amsterdam. Hij was toen al getrouwd met Hetty van Buuren, met wie hij drie kinderen kreeg. Veel liever was Snapper, met zijn gevoel voor theater en heroïek, chirurg geworden, maar van zijn chef moest hij werk doen in het laboratorium, wat hij weigerde. Woest stapte hij na zes maanden op. In arren moede besloot hij internist te worden.

Beeld Leonie Bos

Zijn baan als professor combineerde Snapper jarenlang met zijn functie als scheidsrechter. Soms was er politiebegeleiding nodig om Snapper een vellige aftocht te garanderen en op een keer liep hij in het strijdgewoel een flinke buil op zijn hoofd op. Mooi is de uitspraak van een jonge knul op zaal die de professor verwelkomde met: 'Hé scheids, wat doe jij hier!'

Voor de Amsterdamse schrijver en huisarts Toon Tellegen was Snapper een bekende door de verhalen van zijn vader die in de jaren dertig colleges bij Snapper volgde - die colleges waren razend populair. En aan Snappers boek Bedside Medicine had Tellegen veel gehad toen hij in 1970 in zijn eentje in Kenia werkte als tropenarts.

Simon Vestdijk schrijft in De rimpels van Esther Ornstein vol bewondering over Snapper, die hij opvoert onder de naam 'Cohen': 'Hij toverde hun de ziekten voor met de losse hand en het achteloos virtuositeitsvertoon van de Europese vermaardheid op 35-jarige leeftijd. En toch alles even precies, leerzaam, stelselmatig. Daar kwam hij schommelend binnenlopen, jong en al wat kaal, het Spinoza-achtige gelaat door een berustende glimlach overtogen, en dan begon hij.' Onder Anton Wachter en zijn medestudenten, schrijft Vestdijk, ging het verhaal dat 'Cohen' eens, nadat hij met de nachttrein uit Berlijn was teruggekeerd, met wallen onder zijn ogen de collegezaal binnenkwam, zich de röntgenfoto's liet overhandigen en in zijn slaperige toestand direct zeven adequate diagnoses stelde.

Uit ambitie en misschien vanwege het oprukkende antisemitisme wilde Snapper in 1938 naar de Verenigde Staten, maar toen dat niet lukte ging hij naar Beijing, waar hij hoogleraar interne geneeskunde werd aan het Beijing Union Medical College. Anders dan een aantal collega's en familieleden bracht Snapper de oorlog niet in Nederland door, maar toch ging de oorlog niet ongemerkt aan hem voorbij. Toen Japan op 7 december 1941 Pearl Harbor aanviel, werd Snapper door Japanse militairen opgehaald. Hij zat acht maanden gevangen, kwam door bemiddeling van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken vrij en kon toen alsnog met zijn vrouw naar Amerika.

Vanaf 1944 maakte Snapper daar furore, steevast met het nodige kabaal. Hij wisselde meer dan eens van ziekenhuis. Een afscheid zonder conflict was bij Snapper ondenkbaar. Hij stond aan de wieg van grote medische doorbraken, zoals de behandeling van suikerziekte, infectieziekten, botziekten onder meer door te grote bijschildklieren, en multipel myeloom (de ziekte van Kahler).

Diverse beroemdheden bezochten zijn spreekuur, zoals Marlene Dietrich, Edith Piaf en Anton Philips. Tot ver in de 70 bleef Snapper actief.

Op zijn 63ste werd Snapper in Mount Sinai verliefd op een patiënt, de 23-jarige journalist June Cobb, wier leven hij had gered. Ze had een ernstige kwaal opgelopen in Midden-Amerika: leishmaniasis, een parasitaire tropische ziekte overgebracht door steken van de zandvlieg. Snapper herkende de ziekte direct door zijn werk in China als een variant van kala-azar. Cobb werd Snappers secretaresse, werkte een paar jaar voor Fidel Castro en keerde terug naar New York. Aan het eind van zijn leven nam ze Snapper in huis en verzorgde hem liefderijk tot zijn laatste snik.

Zijn neef, de dichter Leo Vroman, die alles aan 'oom Prof' te danken had, zat aan zijn sterfbed. Vroman tekende nauwgezet Snappers laatste woorden op: 'Wat ben ik stom geweest'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.