Verplichte leestip: Tóibín schrijft prachtige, tijdloze Orestie

Het vergt veel lef om de fameuze antieke tragedies in romanvorm te gieten. Colm Tóibín durfde het aan en schreef een prachtige, tijdloze Orestie.

In de centrale episode van zijn nieuwe roman House of Names brengt Colm Tóibín drie jongens samen in een hut die, verafgelegen op een kaap, wordt bewoond door een ziekelijke oude vrouw. De hoofdpersoon van dit trio, Orestes, kan zijn ogen niet afhouden van het ontblote bovenlijf van zijn vriend Leander. Verder gebeurt er niets: 'They sat at the table and ate the food the woman had prepared as if it were a normal evening in their lives.'

De normaliteit, de kleine gevoelens zonder grote gevolgen werken hier zo sterk omdat ze de uitzondering blijken. Want verder is er niets normaal in Orestes' leven. Zijn zus is vermoord door zijn vader, hijzelf wordt moordenaar van zijn moeder. Tussendoor, ontvoerd en gewelddadig ontkomen aan zijn ontvoerders, duikt hij onder. Maar daarna wordt hij weer speelbal van een stammenoorlog die doet denken aan Idris Elba in Beasts of No Nation. O ja, natuurlijk is Orestes ook nog eens wereldberoemd als personage uit de stukken van Aeschylus, Sophocles en Euripides uit de 5de eeuw v.Chr.

House of Names is Tóibíns romanversie van antieke tragedies over de moord op Agamemnon, bij thuiskomst in Argos, door zijn vrouw Clytaemnestra en haar minnaar Aegisthus. En over de vergeldende moord op Clytaemnestra door haar zoon Orestes. Agamemnon had op zijn beurt zijn dochter laten doden, Orestes' zus Iphigeneia, die de godin Artemis als offer van hem vroeg voor gunstige wind om naar Troje te kunnen uitvaren. Aeschylus' versie van deze keten van bloed en vergelding, de Orestie, is fameus. Welke schrijver begint er nog aan zoiets? En belangrijker, wie wil het lezen?

Fictie
Colm Tóibín
House of Names
Viking; 263 pagina's; ca. euro 14.

Colm Tóibín.Beeld getty

Toegegeven, de verkoopcijfers van Astrid Holleeder laten zien dat familiemoord nog altijd populair drama oplevert. Maar van de verschrikking en het belang van juist deze familiemoorden, zo lang geleden in Aulis en Argos begaan, is een moderne lezer niet zo makkelijk meer te overtuigen: het verhaal is al zo vaak verteld (ook vrij recent, door Eugene O'Neill in Mourning Becomes Electra of Jonathan Littell in Les Bienveillantes), en een Myceense koning en zijn familie staan inmiddels wel erg ver van ons af. Toch lukt het Tóibín.

In de eerste plaats dankzij een ontroering die los van tijd en ruimte lijkt te staan: een jongen zonder uitgesproken karakter comes of age en wordt deel van gruwelijke en schokkende gebeurtenissen, zonder de consequenties daarvan ten volle te kunnen overzien. Maar tegelijkertijd wordt die ontroering ook weer mogelijk door de lange traditie waarin het boek zich schaart. Tóibín heeft goed gezien dat juist het karakter van Orestes (in tegenstelling tot Agamemnon en Clytaemnestra) in de antieke stukken weinig is uitgewerkt. Door die lacune in te vullen met een zelfverzonnen novelle 'verklaart' hij Orestes' onuitgesproken karakter in de traditie als een soort depersonalisatie ten gevolge van ernstige trauma's.

Geserreerd en toch poëtisch

Ook op andere manieren vult Tóibín plekken in die de antieke stukken openlaten. In antieke tragedies zitten mensen niet aan tafel in een boerderij te eten en staren ze evenmin naar ontblote bovenlijven. De acteurs in de oudheid droegen maskers en waren ritueel uitgedost. De taal van de stukken was gestileerd en kunstmatig. De voorstelling maakte deel uit van een religieus-politiek festival dat fundamenteel was voor de collectieve identiteit van de stad Athene. Dat alles maakt het enerzijds moeilijk nu nog met de personages van antieke tragedies mee te leven. Anderzijds tonen juist de Atheense tragedies hoe de kunsten een samenleving tot reflectie in staat stellen, zoals Gijs Scholten onlangs weer terecht benadrukte. En ook dat bewerkstelligt Tóibín.

Want zijn Orestes, Clytaemnestra en Electra komen zo dicht bij de lezer dat die het er soms benauwd van krijgt. Niet omdat de familiemoordenaars monsters zijn, maar omdat je gaat begrijpen wat er met ze is gebeurd. Dat lukt door Tóibíns stijl, die geserreerd en toch poëtisch is. Maar het komt ook door de subtiele situering van zijn vertelling. Want hoewel Tóibín anachronismen zorgvuldig mijdt, zet hij zijn personages niettemin neer in een wereld waarin alleen terloops naar historische of archeologische 'werkelijkheden' wordt verwezen. Zo kan het dat die wereld verdacht veel op een 'derde wereld' van nu gaat lijken, waarin nog geen politiek-historische ordening wortel heeft geschoten, en waar stammenoorlogen en de verschrikkingen van moord en verkrachting heersen.

Tekst gaat verder onder de illustratie.

Beeld Deborah van der Schaaf

Daarmee geeft Tóibín tegelijkertijd commentaar op de antieke stukken en op de wereld van nu. Aeschylus liet zijn trilogie eindigen met de vestiging van de rechtsstaat Athene onder auspiciën van de gelijknamige godin. Zij is het die de 'wraakgodinnen' die Orestes wegens moedermoord achtervolgden een nieuw huis geeft, diep onder de grond, waar zij Eumeniden, 'welgezinden', in plaats van wraakgodinnen worden.

Tóibíns thema daarentegen is dat in de wereld die hij beschrijft geen god zich zou wagen, zo'n smeerboel is het er. Ook hij 'begraaft' personages, maar het zijn de mensen die in onderaardse kerkers wegkwijnen of onder stapels lijken worden bedolven. En toch eindigt hij met de bleke suggestie dat niet alle doden voor niets hoeven te zijn gevallen - dat de namen van Agamemnon en de zijnen niet zozeer martelaren, als wel waarschuwingen zijn voor de nieuwe orde die uit hen voortkomt om 'niet te vergeten'.

House of Names bespreekt, zoals het een ware tragedie betaamt, onuitsprekelijk leed. Aan het eind aanvaardt Orestes het kind van een verkrachter als het zijne en wacht hulpeloos en sprakeloos met zijn vriend Leander op de geboorte van nieuw leven. Zo ontstaat een kiertje licht naar een mogelijke nieuwe wereld, waar de verschrikkingen van het huis van Agamemnon slechts de 'namen' uit de titel zijn geworden. House of Names laat, net als Aeschylus, door de beschrijving van het tegendeel zien wat beschaving waard is. En doet dat door zich een machtig verhaal toe te eigenen dat aan het begin van onze eigen beschaving staat. Lees het.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden