'Vernieuwingsdrang is doel op zich geworden'

Tot en met het jaar 2000 komt er in Nederland 25 duizend vierkante meter museumruimte bij. Hoe stellen museumdirecteuren zich die uitbreiding in artistiek en zakelijk opzicht voor?...

LUCETTE TER BORG

ALS HET aan de, net niet, jongste museumdirecteur van Nederland zou liggen, wordt het woord 'tentoonstellingsbeleid' uit het Nederlandse idioom geschrapt. 'Tentoonstellingsbeleid is museumbeleid', zegt Sjarel Ex (40) van het Centraal Museum in Utrecht. 'Het is lariekoek te denken dat je alleen met tentoonstellingen publiek het museum binnenhaalt. Musea rusten op vier pijlers: op de collectie, het gebouw, de staf en het budget. Die vier moeten in zo hecht mogelijke samenhang functioneren.

'Volgend jaar, na de opening van het verbouwde en uitgebreide museum, rekenen we op een bezoekersaantal van 120 duizend, die alleen voor de vaste collectie komen. Wij zijn echt niet gelukkig als we nu een kwart miljoen bezoekers per jaar trekken: dat kan ook helemaal niet, want dan zou de zaak zeker dicht gaan op last van de brandweer.'

Ex is veranderd, sinds hij een kleine tien jaar geleden als onafhankelijk curator van opmerkelijke tentoonstellingen als Century '87 een reuzensprong in zijn carrière maakte, en aantrad als directeur van het Centraal Museum. Een instituut van 160 jaar oud kwam onder zijn hoede, plus het Rietveld-Schröderhuis en het landhuis Oud-Amelisweerd.

Het Centraal Museum aan de Agnietenstraat, 'een uithoek in de Utrechtse binnenstad', bestaat uit vijf aan elkaar geklitte gebouwen uit vijf eeuwen, samen goed voor anderhalve hectare grond. De vaste collectie omvat 46 duizend kunstvoorwerpen, verspreid over de afdelingen oude en moderne kunst, kunstnijverheid, mode en stadsgeschiedenis.

Wat verwachtte men van deze directeur, die zo jong was en onervaren? Ex heeft het destijds regelmatig in interviews gezegd: dat hij zich als dolle hond zou gedragen. En dat deed hij.

Dus toog hij met opgestoken veren naar het ministerie van OC & W om een miljoen extra subsidie los te praten voor Nachtregels, een project waarmee hij Utrecht opschrikte door 's nachts in de binnenstad beeldende kunst ten toon te stellen. En schopte hij stennis met de koffiejuffrouw van het museum die de neiging had in elke zaal plantjes neer te zetten. En maakte hij van het museum een 'visuele jungle', waar oude kunst met de modernste vormgeving werd geconfronteerd, waar de wereldberoemde Utrechtse caravaggisten pontificaal naast een realistisch-religieuze maar zeer hedendaagse Jan Knap werden tentoongesteld. De liefhebbers van oude kunst namen hem die eigenwijze opstelling niet in dank af.

Maar Ex heeft geleerd met het klimmen der jaren. Hij is tactischer geworden, handiger, en hij draagt de democratiseringsgedachte, als kind van de jaren zestig, een warm hart toe. Vorig jaar stelde Ex thematische 'werkgroepen' in, die om onverklaarbare redenen naar keurige meisjesnamen luisteren, en waarin het hele personeel ideeën mag lanceren over zaken als verbetering van de museumwinkel, de inrichting van de kantine, het beheer van de collectie of de feestelijkheden bij de opening van de nieuwbouw aan het eind van dit jaar (wel of geen ballonnen op het voorplein).

Goede ideeën, zegt Ex, worden gehonoreerd, zoals het Kindermuseum, dat op een van de zolders van het nieuwe museum komt. 'Een museum is in principe hiërarchisch gestructureerd. Dus mag ik uiteindelijk overal het laatste woord in hebben. Maar dan creëer ik wel een onwerkbare situatie. Museumwerk is teamwerk. Ik ben afhankelijk van mijn medewerkers, van de zwakste schakel daarin. Een museum kan alleen goed functioneren als alle creatievelingen die hier werken geloven in wat ze doen.'

In de bijna tien jaar dat hij in Utrecht werkt, is zijn taalgebruik - wellicht door zijn 'dagen vol vergaderingen' - doordesemd met ambtenarenjargon. Historische en kunstvoorwerpen uit de collectie presenteert hij bij voorkeur 'actualiserend', 'om de aansluiting met het publiek zo hecht mogelijk te maken'. Het is een idee waar de vroegere directeur van het Van Abbemuseum, Jean Leering, in de jaren zestig en zeventig naam mee maakte. 'Prima', zegt Ex, 'daar heb ik geen bezwaar tegen.'

'Een museum moet in zekere zin een passieve instelling zijn. Een museum moet mensen natuurlijk iets leren waar ze zelf nooit aan gedacht hadden, het moet ze op ideeën brengen. Maar ik wil ook zo scherp mogelijk reageren op de wensen van het publiek. Als ik te horen krijg van bezoekers dat ze de helft van de collectie niet in het oude gebouw konden vinden, dan vind ik het mijn taak die algemene ontevredenheid weg te nemen door het museum te reorganiseren, door nieuwbouw te plegen en de inrichting van het museum te veranderen.'

Ondertussen klinkt Ex' beleid ambtenaren van gemeente en Rijk als muziek in de oren. Want de directeur weet grote sommen subsidiegeld los te peuteren - 33 miljoen voor de verbouwing van zijn museum, 550 duizend gulden van de Mondriaan Stichting voor de bouw van een inmiddels voltooid 'super-modeldepot' aan de rand van Utrecht, 400 duizend van alweer de Mondriaan Stichting voor uitbreiding van de collectie moderne beeldende kunst en vormgeving.

Het is juist níet zijn opmerkelijke tentoonstellingsbeleid waar Ex die gelden mee werft. Na zijn vliegende start ging de vaart er sinds het begin van de jaren negentig een beetje uit. En de laatste jaren is zelfs nauwelijks meer te zien welke tentoonstellingen Ex nu zelf organiseert en welke zijn conservatrice moderne kunst Marja Bosma.

'Op het gebied van de moderne kunst - mijn specialisme - heb ik een voorkeur voor wat ik de fantasierijke kunstenaars noem: Wim T. Schippers, Carsten Höller, John Körmeling, Thomas Huber. Die probeer ik in tentoonstellingen en aankopen vrij consequent te volgen. Verder moet ik toegeven dat ik de situatie in de hedendaagse kunst in Nederland erg duf vind. Er gebeurt te veel ongefundeerd en er zijn te veel van dezelfde tentoonstellingsactiviteiten. Vernieuwingsdrang is in de hedendaagse kunst doel op zichzelf geworden, ten koste van de kwaliteit. Het museum moet daar geen podium voor zijn, daar zijn voorhoedeposten als W139 of De Appel voor. Het museum moet een stabiliserende rol spelen - als in de hedendaagse kunst drie jaar lang niemand zich presenteert als schilder, wil dat niet zeggen dat we niet meer aan schilderkunst doen als museum.

'Ik wil geen tentoonstellingen maken zoals Rudi Fuchs dat in het Stedelijk doet. Ik vind het knap wat hij laat zien hoor, die a-historische manier van inrichten. Maar het is toch het romantische beeld van de spijkerende en kunstwerken verhangende museumdirecteur dat hij in stand houdt, de directeur die zich bezighoudt met de vraag of een schilderij nu vijf centimeter hoger of lager moet hangen. Dat vind ik niet mijn hoofdtaak als museumdirecteur.

'Ik heb een gemengd museum te besturen, met vijf wetenschappelijke disciplines. Ik kan niet overal alles vanaf weten, dus is het goed dat de conservatoren veel tentoonstellingen maken. We hebben het afgelopen jaar exposities over stadsarcheologie en ouderenzorg in Utrecht gehad. Prachtige tentoonstellingen waren dat. Het zou toch stom zijn als ik, omdat ík nu toevallig veel van moderne kunst weet, alleen maar tentoonstellingen op dat gebied zou entameren. Dan zou ik een hedendaagse beeldenstormer zijn. Ik bedoel: ik ben algemeen geworden in de loop der jaren, ik ben op een gegeven moment meer op zoek gegaan naar dingen die ik niet ken, dan wel.'

Ex is sinds 1991 bezig met een 'grootse inhaalslag' op andere terreinen en spendeert daar naar eigen zeggen zeventig procent van zijn jaarlijkse begroting aan. 'We hadden achterstanden op tal van gebieden: op het gebied van depotruimte, collectiebeheer, klimatologische systemen en het gebouw zelf. We bereiden bijvoorbeeld een grote Saenredam-tentoonstelling in 1999 voor, maar stuitten op afwijzingen van bruikleengevers, omdat ons klimatologisch systeem onder de maat was.' In de toekomstige nieuwbouw komt nu een geavanceerd klimaatbeheersingssysteem. Ook het nieuwe modeldepot is klaar - 'Fort Knox in de polder' -, er is een aanvang gemaakt met het digitaliseren van de collectie, er is een reeks solide bestandscatalogi uitgekomen en nog in de maak, er verschijnen voorbeeldig vormgegeven boeken over delen van de catalogus, en er komt in de toekomst een 'depotservice' waardoor het mogelijk wordt voor iedereen binnen een uur tijd een kunstwerk uit de collectie op te vragen.

'We hebben de collectie tot zwaartepunt in ons beleid gemaakt, vanuit de overtuiging dat de collectie te weinig op haar kwaliteiten werd beoordeeld. Wij zíjn de collectie. Ik heb 36 belangrijke kunstenaars uit onze verzameling met een Christoffelrol belast: Jan van Scorel, Bloemaert, Terbrugghen, Rietveld, Moesman, Koch, en van de jongere garde Huber, Sarkis, Tordoir en Körmeling.

'Zij vormen ons bestaansrecht. Als zij maar eenmaal weer goed in hun vel zitten, kunnen we weer zo wild worden als in de beginjaren.'

Museum met vleugels, deel 2: Centraal Museum, Agnietenstraat 1, Utrecht. Het museum is tot en met 30 januari 1999 wegens ingrijpende renovatie en nieuwbouw gesloten voor publiek. Landgoed Oud-Amelisweerd en het Rietveld Schröderhuis blijven wel open.

Deel 1 (het Bonnefantenmuseum in Maastricht) verscheen 16 januari.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden