Vernieuwer van de flamenco, Enrique Morente, overleden

AMSTERDAM - Op de dag dat zijn twintigste album El Barbero de Picasso zou verschijnen, maandag 13 december, werd Enrique Morente in een Madrileens ziekenhuis hersendood verklaard. Ongeveer tegelijkertijd werd in het huis van de grote Spaanse flamencozanger in Granada ingebroken en werd de huisraad van de familie uitgedund.

Beeld afp

Het noodlot moest hem kennelijk tarten in zijn nadagen, maar de finale turbulentie is wel tekenend voor de carrière van Enrique Morente Cotelo (Granada, 1942). Zijn artistieke leven was nog in volle gang toen Morente afgelopen zaterdag na een aantal operaties aan zijn slokdarm in een coma raakte.

Muziek constante factor
Enrique Morente groeide op zoals vele jonge gitanos, Spaanse zigeuners, in Andalusië. Met muziek als een constante factor in het gezinsleven, op straat, in de flamenco-cafés, de tablaos. Het was de flamencozang die de jonge Morente in de ziel raakte: waar hij kon, leverde hij zijn bijdragen, als jongetje van acht, negen jaar. Over zijn vroege betovering door de Spaanse zangkunst, de cante, zei Morente eens: 'Je wordt geboren in de zang, je hoort het zingen in je dorp, in een bar. Je hoort het en je zingt mee: je hoort je familie.'

Als 'Enrique el Granaíno', Enrique uit Granada, trok Morente op 18-jarige leeftijd naar Madrid om daar een serieuze zangcarrière te beginnen. Morente viel op omdat hij zich op het podium onbescheiden waagde aan de moeilijkste flamencovormen maar daarbij weinig respect toonde voor de scheidingen in genres, de vastgelegde flamencostijlen, als vanouds onderverdeeld in scholen en regio's van herkomst.

Frontale botsing
Morente botste daarmee al vroeg frontaal op de flamencopuristen en traditionalisten, en dat waren in die tijd zo'n beetje alle Andalusiërs. Volgens Morente moest de traditie dienen als inspiratie en was het aan de ware artiest de kunst te doen groeien en evolueren.
Die dwarse grondhouding zou Morente's artistieke leven tekenen. Na zijn eerste, nog vrij orthodoxe platen eind jaren zestig werd zijn diepe zang, of cante jondo, geroemd. Zijn album Homenaje a D. Antonio Chacón uit 1977, een eerbetoon aan de klassiekers met gitarist Pepe Habichuela, werd zelf een klassieker. Morente introduceerde de teksten van Spaanse dichters als Federico García Lorca in de flamenco.

Hij keerde zich steeds meer af van de traditie. Hij zong in nieuwe melodieën en structuren en liet de flamencogemeenschap soms vertwijfeld afvragen wat er toch van de kunst terecht moest komen. De kritiek leek Morente alleen maar te stimuleren de flamenco nog woester op te schudden. Hij organiseerde concerten met klassieke orkesten en zocht meer muzikale contacten buiten de flamenco: Morente speelde met Senegalese muzikanten, met Bulgaarse zangeressen en Cubanen. Op de plaat Omega uit 1992 ging hij zelfs een samenwerking aan met de Spaanse punkrockband Lagartija Nick.
Gisteren overleed de vernieuwer van de flamenco op 67-jarige leeftijd, met aan zijn zijde een van de grote flamencozangeressen van deze tijd: zijn dochter Estrella Morente.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden