Verliezers hebben vaak meer te vertellen dan winnaars, zo ook in De Rode Lantaarn

Geen wielrenner zal aan een wedstrijd beginnen om te verliezen. Maar laatste worden in de Tour de France is publicitair gezien zo gek nog niet.

Beeld de Volkskrant

Er bestaat een foto van de Belgische oud-wielrenner Wim Vansevenant, waarop hij een rode lantaarn draagt. Een glimlach staat op punt van doorbreken, een lach die vermoedelijk het midden zal houden tussen trots en gêne.

Over de rode lantaarn als verschijnsel is nu een gelijknamig boek verschenen. Bij de foto van Vansevenant staat geschreven: 'Misschien is Wim wel de grootste Rode Lantaarn.' Dat is een compliment als een valstrik, waarmee tevens die besmuikte lach is verklaard.

Drie keer achter elkaar, van 2006 tot en met 2008, eindigde Vansevenant als laatste in de Tour de France. Deze dubieuze eer wordt van oudsher verbeeld door de rode lantaarn als het spreekwoordelijke achterlicht van het peloton.

Het is een van die mooie ongerijmdheden uit de verrotte prachtsport die wielrennen is. Geen enkele sporter zal aan een wedstrijd beginnen om laatste te worden. Maar in een rittenkoers met de allure van de Tour kan die positie juist publiciteit opleveren en dus geld. Goed idee dus om deze vallei tussen trots en gêne in historisch perspectief te zetten.

Wim Vansevenant (midden), driemaal op rij laatste in de Tour, na een valpartij in Parijs in 2005 (toen hij negen-na-laatste werd). Beeld getty

De Britse journalist Max Leonard deed dat overigens drie jaar geleden al toen de Tour in Yorkshire van start ging. In eigen land werd het destijds onthaald als een sieraad in de stroom boeken die een Tourstart veroorzaakt. Gek dat nu pas iemand heeft bedacht het te vertalen, maar het onderwerp is er niet minder leuk op geworden.

In het eerste hoofdstuk legt Leonard uit waarom de rode lantaarn zo'n paradox is. 'Aan de ene kant is het een synoniem voor mislukking, maar tegelijkertijd is het een waardering voor felbegeerde kwaliteiten. Elk jaar, tegen de tijd dat hij zijn hoofd op dat hotelkussen in Parijs te ruste legt, heeft de Rode Lantaarn bij benadering 20 procent van het startveld overleefd.'

Die tegenstelling wordt het best verbeeld door de Baskische broers Igor en Iker Flores. De eerste besefte dat hij niet beter kon en legde zich in 2002 graag neer bij zijn klassering. Beter laatste dan een-na-laatste, want dat is de volstrekte anonimiteit.

Voor Iker was de rode lantaarn in 2005 juist een bron van frustratie. Hij kon zoveel beter, maar ziekte en een waardeloze ploegleider zetten hem te kijk als prutscoureur.

Zo levert De Rode Lantaarn een interessante dwarsdoorsnede op van het deelnemersveld in 113 jaar Tour. In vergelijking met winnaars hebben verliezers meestal meer te vertellen, en de publiciteit die samenhangt met de laatste plaats geeft hun verhalen een extra dimensie.

In 2009, het jaar waarin Tom Dumoulin zijn gymnasiumdiploma haalde en het Nederlandse wielrennen kansloos op z'n gat lag, ging alle aandacht uit naar Kamikaze Kenny. Elke bergrit kwam Kenny van Hummel blazend en puffend boven, de eenzame fietser die net sterk genoeg was om de bezemwagen te verslaan.

Zestien etappes hield hij het vol als rode lantaarn, een oefening in geduld voor de Nederlandse journalistiek. Maar zijn inspanningen betaalden zich in de daaropvolgende criteriums behoorlijk uit.

In het boek van Max Leonard is Kenny van Hummel weinig meer dan een voetnoot. Het gaat hem immers om de doorzetters, de mannen die dat welverdiende hotelkussen in Parijs halen.

De allereerste nummer laatst in de Tour was de Fransman Arsène Millochau. Hij kwam in 1903 bijna 65 uur na winnaar Maurice Garin over de streep. Om de spaarzame informatie bij elkaar te schrapen, stelt Leonard zijn eigen zoektocht centraal. Dat is altijd een groot gevaar bij dit type journalistiek-literaire expedities. Zit je als lezer met de auteur radeloos te zijn boven een kopje koffie in een bistro.

Gelukkig revancheert Max Leonard, een wielerjournalist voor Engelstalige tijdschriften, zich wanneer het materiaal wel handen en voeten krijgt. Daarom tot slot deze beeldende passage over Wim Vansevenant, de voorbeeldige knecht die de rode lantaarn min of meer overkwam.

Kenny van Hummel na afloop van een etappe in de Tour. Beeld anp

'Wim is een pragmatische man, type handen-uit-de-mouwen. Hij is ook nuchter en liefhebber van het Belgische schouderophalen, een heftig ademhalen dat gepaard gaat met opgetrokken schouders en opgetrokken wenkbrauwen, hetgeen van alles kan betekenen, maar in context altijd duidelijk is.'

Ik had er nog nooit van gehoord, van Belgisch schouderophalen, maar herken het meteen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden