' Verlies scherpt je zintuigen'

Een ramp met een olieplatform voor de Canadese kust speelt een cruciale rol in ‘Februari’ van Lisa Moore. Maar bovenal is haar roman een studie in eenzaamheid en verdriet....

‘Iedereen op Newfoundland weet nog wat hij deed en waar hij was op het moment dat de Ocean Ranger zonk. Het was een traumatische gebeurtenis en zelfs nu, bijna twintig jaar later, wordt de verjaardag van de ramp nog elk jaar op de radio herdacht. De namen van de 84 overledenen worden voorgelezen, er is een herdenkingsplechtigheid voor de familieleden. Het is een tragedie die nog altijd leeft onder de mensen. Een van de belangrijkste redenen is denk ik het feit dat hij te voorkomen was geweest. Dat weet iedereen. Niet voor niets werd het platform ook wel Ocean Danger genoemd.’

Lisa Moore spreekt over de gebeurtenis die een cruciale rol speelt in haar jongste roman February. Die gebeurtenis vond plaats op 14 februari 1982, toen het Canadese olieboorplatform Ocean Ranger voor de kust van Newfoundland in een hevige storm ten onder ging.

‘Het platform was ons gepresenteerd als een staaltje technologische tovenarij. Newfoundlanders hebben door de jaren heen altijd hun inkomen aan de zee te danken gehad. Oorspronkelijk was dat natuurlijk de visserij. Die was niet ongevaarlijk en er zijn heel wat vissers verdronken. Toen alle kabeljauw zo’n beetje was weggevist, kwam de olie-industrie met de mededeling dat we voortaan ons geld op zee konden verdienen zonder ons leven te wagen.’

Dat bleek een valse voorspiegeling van zaken. Een commissie die onderzoek deed naar de ramp, bracht een verbijsterende lijst tekortkomingen op veiligheidstechnisch gebied aan het licht. Moore gelooft niet dat er sinds 1982 veel is veranderd. ‘Je ziet wat er is gebeurd in de Golf van Mexico. We hebben hier te maken met een industrie die financiële belangen sterk laat prevaleren boven veiligheid, en waar aan risico eenvoudigweg een monetaire waarde wordt toegekend.’

In Februari is Cal, de echtgenoot van hoofdpersoon Helen O’Mara, een van de werknemers op het boorplatform. Hoewel het drie dagen duurt voor het lichaam van Cal wordt gevonden, weet Helen al meteen dat ze haar man kwijt is. Wat ze dan nog niet weet, is dat ze zwanger is. In de jaren die volgen doet Helen haar best haar kinderen zo goed mogelijk op te voeden. Maar er blijft een sluier over haar leven hangen. In gedachten keert ze telkens weer terug naar Cal. Ze probeert zich voor te stellen hoe zijn laatste ogenblikken moeten zijn geweest.

‘Ik kende geen van de mensen die op de Ocean Ranger zijn omgekomen persoonlijk, hoewel ik sinds de publicatie van Februari heb ontdekt dat heel wat mensen in mijn directe omgeving naasten hebben verloren. De eigenlijke aanleiding voor het boek was het feit dat mijn eigen vader stierf aan een hersenbloeding toen ik zestien was. Mijn ouders waren stapelverliefd op elkaar en ook mijn zus en ik waren gek op onze vader. Ik heb toen van nabij meegemaakt hoe het is om iemand te verliezen en hoe dat je leven bepaalt.

‘Dat type pijn heeft een heel nauwe verwantschap met een besef van de schoonheid van het leven. Het besef van verlies scherpt je zintuigen, vergroot je waardering voor wat er nog over is. Dat inspireerde me een boek te schrijven waarin zowel dat verlies als de schoonheid een hoofdrol spelen.’

Je zou Februari een studie in eenzaamheid en verdriet kunnen noemen. Het boek getuigt van een groot observatievermogen en geeft op een knappe wijze uiting aan diepe, soms hartverscheurende emoties – die worden afgewisseld met kleine momenten van rustig geluk.

Moore: ‘Wat ik belangrijk vond, is dat Helen, hoezeer ook aangeslagen door haar verlies, niet alleen in het verleden leeft maar ook met beide benen in het heden staat. Ze voedt kinderen op, verdient de kost met het maken van trouwjurken, wat natuurlijk een bijna absurde aangelegenheid is voor een weduwe, ze reist, doet een poging tot online dating, kortom: ze is een open persoonlijkheid.

‘Ze leeft in twee werelden, waarvan ze er één verborgen houdt. Ik denk dat veel mensen zo leven. Toch blijken lezers moeite te hebben met mijn boek. Ze kunnen niet geloven dat iemand dertig jaar lang verdriet kan hebben en willen die gedachte ook niet accepteren. Waarschijnlijk zouden ze liever hebben dat Helen Cal na twee jaar compleet was vergeten en vrolijk verder leefde.

‘Ik zie Helens voortdurende terugkeer naar het verleden niet als iets verkeerds. Haar houding is een blijk van bereidheid tot voelen. En van bereidheid om te blijven houden van iemand die er niet meer is. Terwijl ik het boek schreef, realiseerde ik mij dat mensen die zijn overleden gewoon deel van je blijven uitmaken; ze zitten als het ware in je atomen. Dat heb ik in Helens levenshouding tot uiting willen laten komen.’

Februari kent twee verhaallijnen. De eerste handelt over Helen, de ander over haar oudste zoon John, die haar aan het begin van het boek ontdaan opbelt. Hij heeft van een meisje met wie hij een korte romance had te horen gekregen dat ze zwanger is. John is van Helens vier kinderen – de andere drie zijn meisjes – het meest beschadigd door de dood van zijn vader. Hij is doodsbang zich aan iemand te binden en zich daarmee kwetsbaar te maken, zoals hij dat bij zijn moeder heeft zien gebeuren.

Johns ex-vriendin formuleert het wat venijniger: ‘Je zult alleen overblijven. Een eenzame oude excentriekeling met niemand om je stomazakje te legen. Nog geen kat zul je hebben, of je hebt dertig katten die de keukenvloer onderschijten. Je zult stinken naar eenzaamheid.’ Kinderen is wel het laatste waar hij aan moet denken. Het liefst zou hij willen dat zijn moeder hem door de telefoon zei: ‘John, jij bent die vrouw niets verschuldigd.’ Maar Helens antwoord is korter. ‘Een baby.’

‘Ik heb een pervers soort plezier beleefd aan John als personage’, vertelt Moore. ‘De gedachte dat hij tegen zijn wil in een kind krijgt, maar zich uiteindelijk met die situatie verzoent en daar gelukkig in wordt, heeft voor mij iets spiritueels. Hij verliest een vader en wordt vervolgens zelf vader. En inderdaad, het is geen toeval dat beide gebeurtenissen plaatsvinden in de maand februari.’

Moore presenteert de twee verhaallijnen niet op chronologische wijze, en dat is essentieel voor de onderliggende gedachte van het boek. ‘Ik ben geïnteresseerd in het verschijnsel tijd, dat naar mijn mening een illusie is. Het heden al helemaal. Gedurende een dag leven we in zoveel verschillende tijdsperioden: tien jaar geleden, twee minuten geleden, vorige maand, ze vloeien allemaal door elkaar heen en bepalen mede hoe je het volgende moment zult ervaren. Om die reden vond ik het logisch de verhalen van Helen en John heen en weer springend door de tijd te vertellen. Niet om de lezer te verwarren: ik geef telkens duidelijk aan wanneer zich een bepaalde scène afspeelt. Ik denk dat ik op die manier het best weergeef hoe wij de werkelijkheid ervaren.’

Zoals John zich in het boek realiseert: ‘Het heden lost voortdurend op in het verleden. Het heden lost op. Het raakt op. Het verleden is agressief en gulzig en kan alles binnen een paar seconden opslokken.’

Een tweede vormtechnisch opvallend aspect aan het boek is dat Moore geen aanhalingstekens gebruikt wanneer ze haar personages sprekend opvoert, zodat er een minder duidelijk onderscheid is tussen wat ze zeggen en wat ze denken. ‘Om te beginnen heb ik een achtergrond als beeldend kunstenaar, en vind ik aanhalingstekens eenvoudigweg niet mooi. Maar daarnaast ben ik er ook van overtuigd dat lezers het een uitdaging vinden om zelf hun verbeelding op een verhaal los te laten. Hoe minder je de lezer geeft, hoe meer vrijheid die heeft. Natuurlijk moet je voldoende informatie bieden om de verbeelding aan de gang te zetten, je moet belangstelling wekken. Maar iets kunnen toevoegen aan wat op de pagina staat, dat is het echte genoegen van lezen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden