Beschouwing

Verleidelijk ondergoed maakt van het lijf een traktatie

Ondergoed maakt ons tot mens. Als dat ook nog eens verleidelijk is, dan wordt het lijf een traktatie, betoogt verslaggever Stefan Kuiper. Hij ging naar het Victoria and Albert Museum in Londen en boog zich over dit ragfijne fenomeen.

Beeld Victoria and Albert Museum

In Ik ook van jou, Ronald Gipharts debuutroman uit 1992 zit een grappige scène over ondergoed. Ronald en Fräser zijn op hun 'Grote Queeste Naar Literatuur en Seks' beland in de Dordogne (ach, de tijd dat men voor een epische queeste naar de Dordogne reed) en als die eerste op een zekere ochtend zijn hoofd uit de tent steekt, wordt zijn aandacht niet enkel getrokken door zijn vriends vorstelijke ochtend-stijve, maar ook door de onderbroek die de stijve omspant. Het is een uitzonderlijk mooi exemplaar: een boxer, rood met balletjes, echt schitterend, alleen... zag Ronald hem niet al eens eerder...? Nondeju: het is zijn onderbroek! Dat zijn beste vriend schaamteloos zijn mooiste boxer heeft geannexeerd - de schrijver is compleet onthutst.

Ondergoed van Rudi Gernreich uit 1978.Beeld Victoria and Albert Museum

Notoire onderbroekenjatter

De ontsteltenis over de ontvreemde onderbroek is herkenbaar. Ik zag haar regelmatig bij anderen. Ikzelf was ooit een notoire onderbroekenjatter - het is eruit, zo. Na een avondje bieren bij deze of gene jaarclubgenoot had ik er wel schik in om de volgende ochtend in een fris exemplaar van de gastheer huiswaarts te keren. Vonden ze niet leuk, de jaarclubgenoten. En gelijk hadden ze. Een onderbroek is iets anders dan het eerste het beste T-shirt; het is voor 's mans (en vrouws!) trots toch een beetje wat die vergulde deuren van Ghiberti zijn voor het Baptisterium van Florence: een markering tussen het heilige der heiligen en de vuige buitenwereld. Het is de kleding die het dichtst op de huid wordt gedragen, en dus de intiemste. Daar blijf je van af.

Tot zover de onderbroek als vrijbrief voor awkward jeugd-ontboezemingen; door naar haar verleidelijke hoedanigheid. Want dat kan ondergoed ook zijn: verleidelijk. Naast een hygiënische (vaak), comfort-verhogende (soms) en religieuze (steeds minder) kan zij een erotiserende functie hebben. Vraag een man wat hij mooier vindt, een naakte vrouw of een vrouw in lingerie en negen van de tien antwoorden: in lingerie. En mooi wordt dan niet gebruikt in de belangeloze-schoonheid-definitie van het woord; mooi is hier: seksueel opwindend, begeerlijk, geil. Ze ís vaak ook aantrekkelijker, de net niet geheel ontklede mens. 'I want to see you standing there, only in your underwear', zong Pulp-frontman Jarvis Cocker broeierig in de jaren negentig, en niet: 'I want to see you standing there, butt naked' - een veelzeggend verschil. Een naakt lichaam is seks. Een lichaam gestoken in lingerie is sexy - een differentiatie van twee letters, maar wel twee die het tippingpoint vormen tussen het animale en het gecultiveerde, tussen beest en geest; tussen hetgeen zich volledig gaf, en wat nog veroverd moet worden, en dus spannend is.

Voor de duidelijkheid: dat gegeven is genderneutraal. Het geldt voor hem én haar. Doutzen Kroes in Victoria's Secret is fijn. Freddie Ljungberg in Calvin Klein ook. Nog fijner: Justin Bieber in Calvin Klein. Tenminste, zo was de bevinding na het doen van een empirische proef die behelsde: het tonen van één foto van Bieber in herenslip aan een testpubliek van één vrouwelijke collega. De reactie, meld ik u vanuit het testcentrum, was positief. Bieber met een in sculpturaal clair-obscur uitgelichte blokjesbuik in smetteloos katoen: duim omhoog. Zag het er allemaal niet een beetje artificieel uit, probeerde de proef-afnemer zijn eigen on-Calvinwaardige middenrif indachtig de onderzoekresultaten nog te manipuleren, een tikkeltje te Leni Riefenstahl fascistoïde-man-van-staal-gepolijst? Maar nee. 'Niet artificieel', zei de collega, met een blik die deed denken aan kat Sylvester die op het punt staat parkietje Tweety te grazen te nemen: 'Lekker.'

Lekker, inderdaad. En verboden. Want daar appelleert ondergoed natuurlijk aan: het verbodene. Aan lust en zonde, oud-christelijke noties die wij als 21ste-eeuwse niet-christenen onverminderd hebben geïnternaliseerd. Het klassieke voorbeeld ervan is dat oudtestamentische boy-meets-girl-verhaal: De zondeval. U kent het: Adam en Eva hangen rond bij de boom van de kennis. De slang, die eigenlijk de duivel in vermomming is, spoort hen aan te eten van een verboden vrucht. Adam twijfelt, maar Eva hapt toe, waarop Adam, de meeloper, ook maar een hapje neemt. Dan: rook uit de rookmachine, God verschijnt. Die schopt Adam en Eva pardoes het paradijs uit. En zie: opeens zijn de geliefden zich bewust van hun onbedekte lichamen en grijpen zij naar hun Calvins, pardon, maken zij 'schorten van vijgenbladeren'.

Met verleidingskunst hadden die schorten weinig van doen. Met schaamte des te meer, schaamte voor de eigen naaktheid en die van de ander, schaamte die twee (drie?) seksuele revoluties later nog immer de onze is. Als soort, het is bekend, maakt ons dat bijzonder. Dieren kennen die schaamte voor de eigen naaktheid amper. De kat die zich vrijwillig in een kanten broekje hijst, moet nog geboren worden. Meer dan onze taal, ons talent voor sport of om machines te bouwen waarvoor we tientallen wachtwoorden nodig hebben, lijkt het ons ondergoed te zijn dat ons tot mens maakt.

Een corset van Kestos, uit 1953.Beeld Victoria and Albert Museum

Cosmetische functie

De Weense essayist Karl Krauss - misogyn, ziekenfondsbrilletje, geen succesnummer bij de vrouwtjes - schreef: niet enkel het uiterlijk van de vrouw is belangrijk. Haar lingerie doet er ook toe.

Ik - lang, woest aantrekkelijk, de sjanskoning van Amsterdam if ever there was one - zeg: niet enkel de lingerie is belangrijk, ook het uiterlijk van de mens erin telt.

Soms heeft zulke lingerie een cosmetische functie. Ook dat is oud nieuws. Ver voor de Agent Provocateur doorkijk-topjes met bloemmotief of de Andrew Christian push-up-herenslip met extra vulling aan de voorkant (ja, die bestaan, en ze verkopen goed) diende ondergoed om het mannen-, maar toch vooral het vrouwenlichamen te kneden naar de heersende schoonheidsidealen, dan wel de seksuele karakteristieken uit te vergroten.

Het K-woord

In de praktijk betekende dat: borsten omhoog, billen naar achter. U ziet haar voor u, het Katrien Duck-silhouet, een 19de-eeuws Brits ideaal dat door de inspanningen van de actrice en selfie-kampioen Kim Kardashian onlangs weer opgeld deed, of de wespentaille met haar middel dik als een bovenbeen - stuk voor stuk karikaturen van een vrouwenlichaam, verwezenlijkt door ondergoed, vooral het korset.

Het K-woord is gevallen. Korsetten bereikten een populair hoogtepunt in de victoriaanse tijd, maar benamen vrouwen tot ver in de 20ste eeuw de adem. Op de tentoonstelling in het Victoria and Albert Museum, dat een van de meest hoogwaardige modecollecties ter wereld bezit, wordt de evolutie van het kledingstuk voorbeeldig uit de doeken gedaan. Daarin passeren exemplaren van walvisbot en staal de revue (de hertogin van Devonshire klaagde dat zulke korsetten in haar lichaam sneden, maar ja: 'pride feels no pain'), als ook die gevuld met stro, die gemaakt van leer met drukknopen aan de voorkant en de korsetten die je aan de zijkant kon dichtsnoeren. Gemeen kledingstuk, het korset; een waarachtig martelwerktuig. Ze pletten de ingewanden, duwden de ribben ineen en verkleinden de longinhoud dusdanig dat vrouwen er licht in het hoofd van werden en regelmatig hun toevlucht moesten zoeken tot zogenaamde fainting rooms: zwijmkamers dus, vertrekken ingericht om eens lekker flauw te vallen.

Die uitwassen verdwenen toen schoonheidsidealen minder extreem werden en kleding een informeler en comfortabeler karakter kreeg. En: sexier. Op de tentoonstelling hangen jarendertigtopjes die als voornaamste doel hadden de vleselijke lusten op te wekken. Later, zeg vanaf de jaren zestig van de 20ste eeuw, werd zulke verleidelijke lingerie door de grote modehuizen gedemocratiseerd. Edoch, vragen wij ons als gelegenheidsmodepolitie af, wat is verleidelijk, en vooral: wat niet?

Artikel gaat verder onder de afbeelding

Een korset van Dickens & Jones uit 1910.Beeld Victoria and Albert Museum
Een paspop uit de jaren 50.Beeld Victoria and Albert Museum

Wat dat laatste aangaat: sommige dingen spreken voor zich. Dat ondergoed niet kapot mag zijn bijvoorbeeld. Een gat in je trui: soit. Zelfgemaakte gaten op de knieën van je jeans: vooruit, als het per se moet. Gaten in je onderbroek: smaak-alarm! Andere faux pas: ludieke lingerie.

De onderbroek met lollige tekst, bijvoorbeeld, dient vermeden te worden - uw geslachtsdeel is geen komiek. De onderbroek met diervormig aanhangsel, vervolgens, versmaadt u ook- uw geslachtsdeel is geen circusattractie. En inderdaad, die herenslip gemaakt van visnet laat u ook hangen - wat dacht u daar überhaupt mee te gaan doen; karpers vangen? Eigenlijk is al het ondergoed dat meer de aandacht op zichzelf richt dan op de drager afkeurenswaardig.

Tegenover zulk turn off-ondergoed staat de turn-onvariant en de voornaamste kwaliteit daarvan zit hem - afgezien van dat het flatteus is- in een paradox: door het lichaam te verhullen maakt het het minder lichamelijk, en meer object van begeerte. Verleidelijk ondergoed (en nogmaals: dit geldt voor beide seksen) maakt van een lijf een traktatie. Anders gezegd: het wekt de lust op om zich te laten uittrekken.

Visnet-ondergoed


De eerste exemplaren van het visnet-ondergoed werden in 1933 bedacht door de Noorse commandant Hendrik Brun en het materiaal betrof daadwerkelijk visnet. Zulk ondergoed heet licht en praktisch te zijn; volgens de conservatoren van het Victoria and Albert Museum houdt het het lichaam warm zonder dat het oververhit raakt (wil je geloven, met die gaten). In de jaren zestig schijnen zulke broeken populair te zijn geweest bij Londense mannen.

In het museum toont men een blits rood exemplaar.

Beeld Victoria and Albert Museum

Dat is waarschijnlijk ook de subtekst van die eeuwige strikjes op sexy ondergoed: ik ben een cadeautje, pak me uit. Lingerie-ontwerpers weten hoe ze dat moeten opwekken. Het zit hem in de materialen, vaak hyper tactiele fabricages zoals zijde of satijn (zie de mooie Franse jarendertignegligée in het Victoria and Albert Museum) en in hun gevoel voor suggestie. Net als in een goeie striptease, of in een goed geschreven tekst, balanceert sexy ondergoed op het koord van tonen en bedekken, van prijsgeven en achterhouden. Je hebt me, je hebt me niet. Nog niet, tenminste.

De mode-industrie heeft op de populariteit van zulke lingerie trouwens slim ingespeeld door zich te concentreren op kleding waarin die halfverhullende lingerie vervolgens weer op een halfverhullende manier wordt getoond. Voor hem blijft dit vooralsnog beperkt tot de aloude combinatie Calvin-boxers en baggy of skinny jeans, maar voor haar valt er meer te beleven; zij kan kiezen uit een keur aan doorkijkjurken, blouses, rokken, al dan niet geschikt om te dragen naar kantoor. In Londen was de hele bovenverdieping gewijd aan zulke stukken, geflankeerd door videobeelden van professionele modellen en actrices die er op de rode loper mee pronkten.

Gwyneth Paltrow in een trompe l'oeil-korset van Antonio Berardi. Ema Kovac in een futuristische creatie van Atelier Bordelle - die leek op te kunnen stijgen. Ook was er een foto van actrice Mila Kunis die tijdens de Oscaruitreiking van 2011 gekleed ging in een lila lingeriedress ontworpen door Elie Saab. Een haast efemere creatie vol prikkelende doorkijkjes en suggestieve ontblotingen. Héél sexy.

Undressed: A Brief History of Underwear, Victoria and Albert Museum, t/m 12/3/2017. Catalogus: Undressed, V&A Publishing, 12,77 euro.

G-string

In Napels schijnen ze ooit T-shirts te hebben verkocht met trompe-l'oeilautogordel-opdruk, opdat bestuurders die zich te stoer voelden voor een gordel de politie voor de gek konden houden.

Dat die bestuurders zich niet te cool voelden voor een debiel T-shirt betreft een van de ondoorgrondelijker kanten van de Italiaanse mannenziel). De uitvinding van de string kent een vergelijkbare geschiedenis. Die vond plaats in 1974 in Los Angeles, alwaar juist een verbod op naaktzwemmen van kracht was geworden. De Amerikaanse modeontwerper Rudolf 'Rudi' Gernreich bedacht daarop een broekje (als in: driehoekig stukje stof dat tussen de billen doorgaat en vastzit aan een band rond de taille) dat de suggestie van volledige naaktheid wekte. Het kledingstuk werd een hit - bij man en vrouw - en sprak vooral tot de verbeelding van menig rapper. Sisqó's ode aan het kledingstuk, Thong Song, mag niet onvermeld blijven.

Push-up-bh

In de jaren vijftig was het, en ik citeer het tekstbordje 'mode om grote borsten en een platte buik te hebben'. Daartoe konden dames hulp vinden van underwired cups met rubberen vulling. Op de tentoonstelling is zo'n bh te zien, degeen gedragen door kunstenares, illustrator en modeschrijfster Ruth Sheradski (1909-1977). 'Het satijnen tussenstuk', aldus het tekstbordje, 'leidt de aandacht naar het decolleté'.

Comeback korset

Alles verdwijnt... en komt weer terug. Korsetten bijvoorbeeld. Ook het meest vermaledijde kledingstuk - in de tentoonstelling hangt er een met een omtrek van 48 centimeter; de gemiddelde Britse damestaille is tegenwoordig 71 centimeter) maakte een comeback voor het goed en wel was verdwenen. Als erotische accessoire en fetisjistisch sm-object kreeg zij een tweede leven. Voor liefhebbers.

Onderbroekenmannetje

Ondergoed kan klein en prikkelend zijn; het kan ook bedekkend en lang zijn. Geestig zijn de advertenties in de tentoonstelling voor Wolsey herenondergoed, waarop een kalend peervormig-mannetje bij het dragen Wolsey verandert in een Apollo-achtige verschijning - met pijp, uiteraard. Eerder mooi en origineel is het lange herenondergoed van modehuis Sibling met op een witte ondergrond prints van camerabeelden van Londense rellen uit 2011 in toile de jouy-style.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden